|
41868 |
1248 SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN. |
|
41869 |
koers van 100 pct .; de 2e groot f 2.000.000, de overige 69 seriën elk groot |
|
41870 |
f 1.000.000; er zijn 26 seriën geplaatst, te zamen f 30.000.000, waarvan de |
|
41871 |
7e tot en met de 26e zijn overgegaan aan de Ned. Scheepvaart Unie (in |
|
41872 |
totaal f 20.000.000), welk bedrag door verwisseling in 1909/29 nog met |
|
41873 |
f 1.922.000 steeg, zoodat de Unie thans f 21.922.000 aandeelen K. P. M. |
|
41874 |
houdt. (zie ook elders de N.S.U.). De K.P.M. heeft voor f 3.400.000 deelge- |
|
41875 |
nomen in het kapitaal van f 50.000.000 der Vereen. Nederl. Scheepvaart |
|
41876 |
Mpij. Omtrent de afbetaling van het obligo op deze aandeelen, zie men de |
|
41877 |
tabel bij de V.N.S., elders in dit deel. In 1928 nam de K. P. M. f 500.000 |
|
41878 |
aandeelen met 25 pct. storting der Nederlandsch-Indische Luchtvaart Maat- |
|
41879 |
schappij. Er zijn 1600 bewijzen vanwinstaand. uitgegeven. Aan- |
|
41880 |
deelen groot f 1000 aan toonder. Zij waren eerst voorzien van coupons |
|
41881 |
verschijnende 1 Januari 1889-1891, betaalbaar met 4 pct. per jaar; sedert |
|
41882 |
genieten zij gewone dividenden. Winstverdeeling: na uitkeerin- |
|
41883 |
gen voor het personeel en na afschrijvingen en reserveeringen, eerst 6 pct. |
|
41884 |
aan de aandeelhouders en van de overwinst 10 pct. aan het reservefonds, |
|
41885 |
totdat en zoolang dit 10 pct. van het geplaatst kapitaal bedraagt; van het |
|
41886 |
restant 12} pct. aan den raad van bestuur en den directeur in Nederland te |
|
41887 |
zamen, 5 pct. aan den pres .- directeur in N .- Indië, 23 pct. aan elken direc- |
|
41888 |
teur in Ned .- Indië, 20 pct. aan de houders van bewijzen van winstaandeel en |
|
41889 |
het restant aan de aandeelhouders. Dividenden 1891-1920: 0, 2, 7, |
|
41890 |
9. 7}, 10, 9, 92, 84, 10, 10, 8, 7, 7, 9, 91, 83, 84, 6, 10, 9, 9, 9, 5, 10, 12, |
|
41891 |
15, 17, 14 en 8 pct. ; 1921-1930 : 24, 7, 83, 10, 12, 13, 14, 14, 14. en 9 pct. (no. |
|
41892 |
42, 19 Juni 1931 bij de K. V.); 1931: nihil. Div.bewijzen no. 8, 10 en 12 waren |
|
41893 |
claims bij emissie van aandeelen. Uitkering op 1600 bewij- |
|
41894 |
zen van winstaandeelen 1893-1920, in guldens: 13.60, 40.90, |
|
41895 |
20.50, 54.50, 40.90, 51.15, 39.80, 63.60, 72.75, 45.45, 22.75, 22.70, 68.20, 79.55, |
|
41896 |
56.80, 62.50, 0, 109.10, 95.45, 109.10, 109.10, 0, 172.70, 259.10, 388.65, 503.35, 360.30 |
|
41897 |
en f 90.90; 1921-1930: 0, f 68.20, 170.45, 272.70, 409.10, 477.30, 545.45, 545.45, |
|
41898 |
545.45 en f 204.55 (no. 35); 1931: nihil. 4 pcts. obligatiën van |
|
41899 |
1908/13.1) Op 10 April 1908 was ten kantore der Mij. tot den koers van |
|
41900 |
993 pct. de inschrijving opengesteld op f 1.000.000 4 pct. obligatiën, nos. |
|
41901 |
2001-3000, zijnde het restant eener leening van 1903, groot geautoriseerd |
|
41902 |
f 3.000.000 en waarvan toen f 2.000.000 (nos. 1-2000) werd uitgegeven. De |
|
41903 |
laatste aflossing van de uitgifte 1903 geschiedde 1 Jan. 1928 en de officieele |
|
41904 |
noteering verviel 20 Januari 1928. Op 26 November 1908 stond bij de Ne- |
|
41905 |
derlandsche Handel Maatschappij de inschrijving open op f 1.000.000 4 pcts. |
|
41906 |
obligatiën, tot den koers van 101 pct., en op 14 Dec. 1909 bij dezelfde |
|
41907 |
emittente op f 1.000.000 4 pcts. obligatiën, tot den koers van 101} pct. |
|
41908 |
In Mei 1913 stond bij haar de inschrijving open op f 3.000.000 4 pct. |
|
41909 |
obligatiën. 1913 tot den koers van 95} pct. Obligatiën, g r o o t f 1000 |
|
41910 |
met coupons per 1 Januari en 1 Juli. Uitloting in December, ter |
|
41911 |
afbetaling op 1 Januari d.a.v. Rooster van aflossing: Voor |
|
41912 |
het in April 1908 uitgegeven gedeelte ad f 1.000.000 der leening 1903: |
|
41913 |
1 Jan. 1909-1933 : 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31,33, 34, 36, 37, 38, 40, 42, 43, |
|
41914 |
45, 47, 49, 51, 52, 55, 57, 59 en 62 obligatiën. Van de leening van Dec. 1908 |
|
41915 |
worden afgelost: 1910-1934: 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 32, 33, 34, 35, 37, 39, 40, |
|
41916 |
41, 44, 45, 46, 49, 51, 52, 55, 57, 59 en 62 stuks; van de leening van Dec. 1909, |
|
41917 |
van 1911-1935 in dezelfde volgorde; van de leening van Mei 1913 var. |
|
41918 |
1914-1938: 72, 75, 78, 81, 84, 87, 91, 95, 99, 103, 107, 111, 115, 119, 124, 130, |
|
41919 |
1) De restanten dezer leeningen werden op 2 Jan. 1933 vervroegd afgelost; de |
|
41920 |
obligatiën vervielen daarop uit de officieele noteering. |