|
68235 |
SPOORWEGFONDSEN. 1695 |
|
68236 |
coupons 1 Januari en 1 Juli. Jaarlijksche aflossingàpari |
|
68237 |
in 60 jaren en wel: leening 1901, begonnen 1902 met f 34.000, leening 1902, |
|
68238 |
begonnen 1903 met f 30.000, leening 1908 begonnen 1909 met f 34.000, lee- |
|
68239 |
ning 1911, begonnen 1912 met f 34.000 en leening 1913 begonnen 1914 met |
|
68240 |
f 30.000 per jaar, telkens vermeerderd met door aflossing vrijgevallen |
|
68241 |
rente. Loting telkens in October ter aflossing vanaf 1 Januari d.a.v. Ge- |
|
68242 |
heele of gedeeltelijke aflossing van al deze leeningen te allen tijde à pari |
|
68243 |
toegestaan. Bij naasting door den Staat is deze bevoegd zich in de plaats |
|
68244 |
der Maatschappij te stellen. Voor de uitstaande bedragen der diverse lee- |
|
68245 |
ningen zie men de tabel „Specificatie Obligatieschuld". |
|
68246 |
Koersen 1915: 94%-86]; 1916: 982-86}; 1917: 953-90; 1918: 928-80; |
|
68247 |
1919: 852-76; 1920: 76-65; 1921: 84}-75}; 1922: 82-75}; 1923: 85-72}. |
|
68248 |
1924: 83-70}; 1925: 944-87}; 1926: 962-93; 1927: 95-91]; 1928: 952-93 |
|
68249 |
1929: 952-90; 1930: 993-92°/, .; 1931: 104-78. |
|
68250 |
Mpij. tot Exploit. van Staatsspoorwegen. 4 pcts. |
|
68251 |
obligatiën van 1903 en van 1907. De leening van 1903 |
|
68252 |
wordt gevormd door de serien 1-8 ad f 1.000.000 elk der leening groot |
|
68253 |
f 15.000.000, uitgegeven 1 April 1903 à 101 pct. (De resteerende f 7.000.000 |
|
68254 |
dezer leening, werden d.d. 1 Maart 1905 als 3} pcts. oblig. uitgegeven.) De |
|
68255 |
leening van 1 April 1907 wordt gevormd door de seriën 7-15 (de seriën 1-6 |
|
68256 |
zijn in 1906 als 3} pets. obligatiën uitgegeven), der leening van f 15.000.000 |
|
68257 |
tot welker uitgifte de op 21 Juni 1905 gehouden vergadering van aan- |
|
68258 |
deelhouders besloot. De inschrijving op deze f 9.000.000 was op 13 Maart |
|
68259 |
1907 tot den koers van 1001 pct. opengesteld. Obligatiën groot f 1000 |
|
68260 |
met coupons 1 April en 1 October. Aflossing à pari in 60 jaar |
|
68261 |
door jaarlijksche uitlotingen in October, ter betaling op 1 April d.a.v. Jaar- |
|
68262 |
lijksche aflossing der obligatiën 1903 voor het eerst in 1904 ad f 34.000 |
|
68263 |
en der obligatiën 1907 voor het eerst in 1908 ad f 38.000, vermeerderd met |
|
68264 |
de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. De Maatschappij |
|
68265 |
behoudt zich het recht voor alle of een deel der nog uitstaande obligatiën |
|
68266 |
te allen tijde à pari af te lossen. Voor de uitstaande bedragen zie men |
|
68267 |
de tabel „Specificatie Obligatieschuld". |
|
68268 |
Koersen 1915: 943-874; 1916: 982-87; 1917: 96-892; 1918: 91-80. |
|
68269 |
1919: 85-76; 1920: 762-65; 1921: 848-75%; 1922: 82-76; 1923: 853 72}. |
|
68270 |
1924: 83-70%; 1925: 944 81}; 1926: 962-93; 1927: 943-91}; 1928: 952-93. |
|
68271 |
1929: 95}-901/16; 1930: 998-92@; 1931: 102}-78. |
|
68272 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen. 4 pct. leoning |
|
68273 |
van 1923, groot f 3.843.600 en verdeeld in 3203 obligatiën groot f 1200. |
|
68274 |
De leening is evenals de 43 pct. leening 1923 ontstaan door omwisseling |
|
68275 |
stuk voor stuk van obligatiën tegen certificaten 43 pct. eerste hypotheek |
|
68276 |
N. B. D. S., welke omwisseling voorzoover geschied in 4 pct. obligatiën |
|
68277 |
S. S., kosteloos plaats vond tusschen 15 Maart en 15 Mei 1923 (zie ook |
|
68278 |
onder 4 pct. obligatiën 1923). De 4 pct. obligatiën zijn groot |
|
68279 |
f 1200 met coupons per 1 Mei en 1 Nov. Aflossing: elk jaar te |
|
68280 |
beginnen 1 Mei 1923 zal 0.42 pct. van het uitgegeven bedrag, vermeerderd |
|
68281 |
met door aflossing vrijgevallen rente worden afgelost, zoodat de geheele |
|
68282 |
leening binnen 60 jaren is gedelgd. Versterkte of geheele aflossing voor- |
|
68283 |
behouden. Loting in Januari (eerste maal 1924). Bij naasting door den |
|
68284 |
Staat is deze bevoegd zich in de plaats der S.S. te stellen. Blijkens het no- |
|
68285 |
teeringsbericht werden 3203 certificaten tegen 4 pct. obligatiën verwisseld. |
|
68286 |
De noteering der 4 pcts. stukken werd 12 Sept. 1923 verkregen. Men zie |