|
40161 |
SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN. 1203 |
|
40162 |
Behalve de nieuwe aandeelen A en B hebben nog noteering |
|
40163 |
de 41 pct. obligatiën 1908 en 1909, groot f 1000 met coupons per |
|
40164 |
1 Januari en 1 Juli. Deze stukken welke bij de reorganisatie van 1924 niet |
|
40165 |
tegen nieuwe waarden werden verwisseld, bleven ook bij de reorganisatie |
|
40166 |
1932 onaangetast. Het is een restant van de leeningen 1908, 1909 en 1912, |
|
40167 |
oorspronkelijk groot resp. f 2.000.000, f 2.500.000 en f 6.500.000. Van de laatst- |
|
40168 |
genoemde werd in 1913 f 4.500.000 geconverteerd in aandeelen. De eerste |
|
40169 |
is aflosbaar in 25 jaren vanaf 1915, de tweede in 28 jaren vanaf 1917 en de |
|
40170 |
derde in 28 jaren vanaf 1916. Deze derde leening was, mede door conversie |
|
40171 |
vervroegd gedelgd en verviel 4 Febr. 1932 uit de noteering. De 7 pct. |
|
40172 |
obligatiën 1921, groot f 1000 met coupons 1 April en 1 Oct., |
|
40173 |
welke eerst 24 Febr. 1928 officieele noteering verkregen, zijn voorzoover |
|
40174 |
niet bij de reorganisatie 1924 tegen nieuwe waarden verwisseld, ook bij de |
|
40175 |
reorganisatie 1932 onaangetast gebleven. De leening welke groot was |
|
40176 |
f 20.000.000 vond slechts voor f 12.000.000 plaatsing. De obligatiën |
|
40177 |
zijn losbaar door uitloting in 25 jaar te beginnen 1926. Trekking |
|
40178 |
Febr. ter uitbetaling 1 April. De obligatiën waren tot ulto 1925 converteer- |
|
40179 |
baar in aandeelen onder bijbetaling van f 50 per obligatie. Omtrent |
|
40180 |
processen tegen de houders der 43 en 7 pct. obligatiën, die niet met |
|
40181 |
de reorganisatie meegingen, zie men pag. 1266 van deel I 1927. Aan het |
|
40182 |
daar vermelde voornemen der mpij. om de coupons der niet ingeleverde |
|
40183 |
stukken slechts op gerechtelijk bevel te voldoen, werd geen gevolg gegeven. |
|
40184 |
Winstverdeeling: Na afschrijvingen en reserveeringen door het |
|
40185 |
Bestuur te bepalen: eerst aan aandeelhouders (ex le hyp. crediteuren |
|
40186 |
en hypothecaire obligatiehouders) en aan houders der amortisatiebewijzen |
|
40187 |
A (Staat en Gem. Amsterdam) tot 5 pct. dividend. (Het bedrag dat over |
|
40188 |
eenig jaar aan de uitkeering van 5 pct. op de amortisatiebewijzen A |
|
40189 |
mocht ontbreken, wordt voldaan in den vorm van amortisatiebewijzen B). |
|
40190 |
Van het overige: 10 pct. aan directie en commissarissen samen, 10 pct. |
|
40191 |
aan de reserve, 40 pct. aan aandeelhouders en 40 pct. voor aflossing op de |
|
40192 |
amortisatie-bewijzen waarbij eerst de B's en vervolgens de A's worden afge- |
|
40193 |
lost. Na aflossing der amortisatie-bewijzen komt 80 in plaats van 40 pct. |
|
40194 |
aan aandeelhouders. Bij liquidatie eerst op de gewone aandeelen en amor- |
|
40195 |
tis. bewijzen A 100 pct. en van het overige 5/2 voor aandeelhouders en 2/7 |
|
40196 |
voor amortis.bew. B, zulks tot het nom. bedrag en het eventueel resteerende |
|
40197 |
weder aan aandeelhouders. De 30.000 winst bewijzen, bij de reorgani- |
|
40198 |
gezegd per 3 Juni 1932. Het bedrag wordt thans uitsluitend door het Rijk, onder |
|
40199 |
1e hyp. verband verstrekt via de Mpij. ter Behartiging van Scheepvaartbelangen, |
|
40200 |
welke verder ten hoogste het met 2) gemerkte bedrag ad f 3.500.000 zal verstrekken. |
|
40201 |
De gemeente Amsterdam verleent thans steun door het verleenen van faciliteiten |
|
40202 |
bij de betaling van huur voor loodsen en terreinen. 3) Elke 4 pct. 1e hyp. obli- |
|
40203 |
gatie van 1924 groot f 350 incl. cps. 1 Oct. 1932 e. v., was van 16 Jan. 1933 af op grond |
|
40204 |
van bovenstaand schema bij de Centrale Trust Cie verwisselbaar tegen nom. f 105 |
|
40205 |
tegen nom. f 12.50 aandeelen. De genoemde obligatiën vervielen 1 Febr. 1933 uit de |
|
40206 |
aandeelen en f 19.83 contanten en elke 2e hyp. ink. obligatie van 1924 groot f 250 |
|
40207 |
tegen nom. fl. 12.50 aandeelen. De genoemde obligatiën vervielen 1 Febr. 1933 uit de |
|
40208 |
noteering. 4) Dit waren de oude in 1924 op 10 pct. teruggebrachte gewone aan- |
|
40209 |
deelen en de in 1924 ontstane pref. aandeelen A en B, welke van 17 Jan. 1933 bij |
|
40210 |
de Centrale Trust Cie. op 1 pct. werden afgestempeld en op 1 Febr. d.a.v. uit de |
|
40211 |
noteering vervielen. Afgestempelde aandeelen zijn verwisselbaar in genoteerde aan- |
|
40212 |
deelen van f 100 en f 1000. De certificaten van aandeelen groot f 10 vervielen 2 Febr. |
|
40213 |
1933 uit de noteering; deze administratie werd 1 Sept. 1933 door de Nedamtrust |
|
40214 |
opgeheven. |
|
40215 |
De steunverleening van het Rijk geschiedt na 1932 via de 27 Sept. 1932 opgerichte |
|
40216 |
N.V. Mpij. ter Behartiging van de Nationale Scheepvaart- |
|
40217 |
belangen te 's Gravenhage, een semi-overheidsbedrijf met een geautoriseerd ka- |
|
40218 |
pitaal van f 5.000.000, in aandeelen groot f 1000 .- , waarvan geplaatst 2625 aan- |
|
40219 |
deelen met 10 pct. storting en wel 2600 bij den Staat en 25 bij den Kon. Holl. Lloyd. |
|
40220 |
De venn. leent haar werkkapitaal bij het Rijk of onder garantie van het Rijk. |
|
40221 |
Scheepvaartmpijen, die geld bij haar wenschen te leenen, zijn verplicht in haar |
|
40222 |
kapitaal deel te nemen. |