|
42813 |
SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN. 1247 |
|
42814 |
singen en andere continentale havens eenerzijds en Engeland ander- |
|
42815 |
zijds en al wat daarmede in den ruimsten zin verband houdt. Van |
|
42816 |
de vloot, welke op ultimo 1915 uit 7 schepen bestond, gingen er in |
|
42817 |
den oorlog 4 verloren, terwijl er in 1922 twee werden verkocht. Inmid- |
|
42818 |
dels zijn twee nieuwe schepen gebouwd, zoodat de mpij. thans be- |
|
42819 |
schikt over 3 schepen, n.l. 'de „Oranje Nassau" (van 1909), groot 2884 Reg. |
|
42820 |
tons, de „Prinses Juliana" en de „Mecklenburg", elk groot 2907 Reg. ton. |
|
42821 |
De beide laatstgenoemde schepen werden resp. in 1920 en 1922 opgeleverd. |
|
42822 |
In de „Oranje Nassau" werden in 1932 nieuwe ketels aangebracht. |
|
42823 |
Regeeringsovereenkomst: (in 1898 en 1908 gewijzigd en telkens |
|
42824 |
voor 10 jaar verlengd); op 1 Oct. 1918 vernieuwd tot 31 Dec. 1919. Ingaande |
|
42825 |
1 Jan. 1920 werd een nieuwe overeenkomst aangegaan voor onbepaalden |
|
42826 |
tijd, welke met ingang van 1 Jan. 1927 in 1927 wederom is vernieuwd. |
|
42827 |
Wederzijdsche opzegging is mogelijk vóór 1 Juli per 1 Jan. d.a.v. De mpij. |
|
42828 |
werd in 1921 door de Ned. Regeering en in 1922 door de Comm. Venn. |
|
42829 |
Wm. H. Müller & Co. met een leening gesteund. De restanten dezer lee- |
|
42830 |
ningen ad resp. f 1.440.000 en f 325.000, werden in 1930 afgelost. Bijzon- |
|
42831 |
derheden omtrent deze steunverleening vindt men op pag. 1303 van deel I |
|
42832 |
1931. Het verbod van invoer van versch vleesch in Engeland bracht de |
|
42833 |
vennootschap er toe, ingegaan 1 Januari 1927, een overeenkomst (duur |
|
42834 |
20 jaren) te sluiten met de London & North Eastern Ry. Hierdoor is een |
|
42835 |
behoorlijk aandeel van het totaal verkeer tusschen Engeland en Neder- |
|
42836 |
land verzekerd. De booten gaan daardoor in plaats van op Folkestone |
|
42837 |
in dagdienst op Harwich. Einde 1876 werd overgegaan tot de uitgifte van |
|
42838 |
f 3.200.000 4} pets. obliga iën à 964 pct., welke rechtstreeks en onvoorwaar- |
|
42839 |
delijk door Prins Hendrik der Nederlanden (den eere-voorzitter der mpij.) |
|
42840 |
voor rente en aflossing waren gewaarborgd. . (Zie den jaarg. 1907, blz. 851). |
|
42841 |
In Oct. 1882 werden door de erfgenamen van den in 1879 overleden prins, |
|
42842 |
de nog uitstaande f 2.913.000 obligatiën geheel afgelost. De erfgenamen |
|
42843 |
ontvingen daartegen à pari volgens overeenkomst f 1.456.500 aandeelen B, |
|
42844 |
preferent voor f 25 .- uit de winst, na afschrijvingen, 1600 bewijzen van |
|
42845 |
deelgerechtigdheid, welke laatste in 1883 door de Mpij. werden ingekocht, |
|
42846 |
benevens terugbetaling van het door den Prins gegeven voor- |
|
42847 |
schot van f 110.815. Vóór de uitgifte van genoemde f 1.456.500 aandeelen B. |
|
42848 |
aan de erfgenamen van den Prins, stonden uit f 1.169.000 aandeelen le en |
|
42849 |
2e serie; deze werden tegelijk met de uitgifte der B-aandeelen met 50 pct. |
|
42850 |
gereduceerd tot f 584.500 en genoemd aandeelen A. Het kapitaal be- |
|
42851 |
droeg daarna dus f 2.041.000, verdeeld in twee seriën: de eerste |
|
42852 |
serie, in gewone aandeelen A, groot f 584.500, de tweede serie, in prefe- |
|
42853 |
rente aandeelen B, groot f 1.456.500. In 1899 werd elk 'dezer beide seriën |
|
42854 |
op de helft verminderd; derhalve tot f 292.250 gewone aandeelen A en |
|
42855 |
f 728.250 pref. aandeelen B, tezamen f 1.020.500. In Juni 1911 nam de Mpij |
|
42856 |
tot Exploitatie van S.S. f 1.000.000 aandeelen à 100 pct. over (in 1921 |
|
42857 |
weder à pari aan den Staat verkocht). terwijl van de preferente aandeelen |
|
42858 |
het recht van preferfente werd afgekocht door vergoeding van f 50 per stuk, |
|
42859 |
zoodat het geplaatst kapitaal thans uit f 2.020.500 aandeelen bestaat, |
|
42860 |
en verdeeld is in 3 seriën, t.w. de serie A, ad f 292.250, in stukken groot |
|
42861 |
f 250 en (f 125), serie B ad f 728.250, in stukken groot f 250 en serie C |
|
42862 |
ad f 1.000.000 in stukken groot f 250. Winstverdeeling: na afschrij- |
|
42863 |
ving en reserveeringen eerst 5 pct. dividend op de aandeelen. De rest komt |
|
42864 |
ter beschikking der A. V. Indien deze tot geheele of gedeeltelijke uitkeering |
|
42865 |
besluit, geschiedt de verdeeling als volgt: 10 pct. aan het reservefonds, |
|
42866 |
5 pct. aan de directie. 5 pct. ter beschikking van commissarissen ter be- |