|
66335 |
1644 SPOORWEGFONDSEN. |
|
66336 |
f 239.000 in Januari 1888 geschiedde ter conversie van alle toenmaals be- |
|
66337 |
staande 4 pcts. leeningen. Koers van uitgifte telkens 97 pct. Houders van |
|
66338 |
aflosbaar gestelde obligatiën hadden bij de inschrijving den voorrang, daar- |
|
66339 |
na de houders van aandeelen en van bewijzen van oprichtersrechten. Obli- |
|
66340 |
gatiën, groot f 1000; coupons 1 Mei en 1 November. Aflos- |
|
66341 |
sin g, aangevangen in 1888 bij jaarlijksche uitloting in October van 0.7 pct. |
|
66342 |
van het bedrag der leening, vermeerderd met de vrijgevallen rente, be- |
|
66343 |
taalbaar à pari November d.a.v. Vervroegde aflossing voorbehouden. Uit- |
|
66344 |
staand bedrag: zie tabel „Specificatie Obligatieschuld". |
|
66345 |
Koersen 1915: 87-80; 1920: 79-69; 1925: 96-862; 1926: 954-91}; 1927: 95-91}; 1928: 96-928; |
|
66346 |
1929 : 96-922; 1930: 99-941/1 .; 1931: 994-89]; 1932: 98-902. |
|
66347 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leoningon |
|
66348 |
van 1890, 1891 en 1893. Leening van 1890, f 6.000.000, |
|
66349 |
in 6 Seriën van f 1.000.000; uitgifte bij prospectus d.d. 13 Sept. 1890. Le e- |
|
66350 |
ning van 1891. Bedrag en seriën als voren; uitgifte op 12 September 1891. |
|
66351 |
Leening van 1893, groot f 15.000.000, waarvan uitgegeven f 4.000.000, |
|
66352 |
in 4 seriën van f 1.000.000; uitgifte op 19 Jan. 1893. De overige seriën |
|
66353 |
dezer leening bestaan uit 3 pcts obligatiën. Bij vorenstaande emissiën |
|
66354 |
hadden de houders van aandeelen en oprichtersaandeelen den voorrang. |
|
66355 |
De drie leeningen werden alle à 99 pct. geëmitteerd. Obligatiën groot |
|
66356 |
£ 1.000 ; c o up on s 1 Januari en 1 Juli. De aflossing geschiedt binnen |
|
66357 |
60 jaren, bij uitloting in October van } pct. van de bedragen der leeningen |
|
66358 |
per jaar, vermeerderd met de door de aflossing vrijvallende rentebedragen, |
|
66359 |
ter uitbetaling à pari op 2 Januari d.a.v. Alles behoudens vervroegde af- |
|
66360 |
lossing, waartoe de Maatschappij te allen tijde gerechtigd is. Uitstaande |
|
66361 |
bedragen: zie vorenstaande tabel. |
|
66362 |
Koersen 1915: 844-782; 1920: 72-64}; 1925: 90-78]; 1926: 911/ .- 883; 1927: 91%-86} ; |
|
66363 |
1928: 92-89; 1929: 92-842; 1930: 97-895/1 .; 1931: 978-74}; 1932: 93-79. |
|
66364 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. Leening |
|
66365 |
van 1898. Deze leening is uitgegeven in 5 seriën groot f 1.000.000, |
|
66366 |
waarvan de 3 laatste in 1900 (zie afzonderlijk hoofd). De serien |
|
66367 |
1 en 2 werden uitgegeven op 1 en 12 Juli 1898 à 1001 pct. Obligatiën, |
|
66368 |
groot f 1000 met coupons per 1 Januari en 1 Juli. Aflossing |
|
66369 |
door uitloting in 60 jaren, telkens in October van } pct. der leening |
|
66370 |
plus vrijgevallen rente. De eerste uitloting vond plaats in 1899. Deze |
|
66371 |
obligatiën waren tot 12 Aug. 1924 dooreen leverbaar met de stukken van |
|
66372 |
1890/1893 (boven afzonderlijk vermeld) doch hebben sedert aparte noteering. |
|
66373 |
Uitstaand bedrag: zie tabel. |
|
66374 |
Koersen vóór 1924: zie hierboven. |
|
66375 |
Koersen 1924: 784-688; 1925: 96-77; 1926: 91-88}; 1927: 90-868; 1928: 902-88; |
|
66376 |
1929: 934-83ª/1 .; 1930: 96-87; 1931: 98-86; 1932: 93-84. |
|
66377 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leening |
|
66378 |
van 1900. Deze obligatiën vormen de seriën 3, 4 en 5 van de leening |
|
66379 |
van 1898 welke à 964 pct. werden uitgegeven op 18 April 1900, met voorrecht |
|
66380 |
van inschrijving voor aandeelhouders en oprichters. Obligatiën groot |
|
66381 |
f 1000 met coupons 1 April en 1 October; eveneens aflosbaar in 60 |
|
66382 |
jaar door jaarlijksche amortisatie van { pct., telkens vermeerderd met |
|
66383 |
de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. De uitlotingen |
|
66384 |
hebben plaats in October (de eerste in 1900) ter betaling à pari 1 April |