Page 1656 in yearbook 1935

Page 1656 in yearbook 1935

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1935 vanoss_1935_domestic 1656 1620 content 1375 × 2340 1935/78777

Blocks on this page 0

No blocks have been marked on this page.

Page content 55

The raw OCR output of this page, line by line.
66007 1620 SPOORWEGFONDSEN.
66008 deelenkapitaal dier Maatschappij gesteld op vijftig millioen gulden (vroeger
66009 22} millioen). De Staat verbindt zich voor 27500 te zijnen name gestelde
66010 aandeelen der Maatschappij, f 1000 per aandeel te betalen. De bevoegd-
66011 heid der beide Maatschappijen tot opzegging der overeenkomst van 1890
66012 vervalt. Artikel 8 der overeenkomst, betrekking hebbend op de winst-
66013 verdeeling, luidt na de wijziging van 1931 als volgt; (1). In afwijking van
66014 het bepaalde bij het eerste lid van artikel 33 der overeenkomst 1890 H. S.
66015 verblijft telken jare het winstsaldo tot een bedrag van 4 pct. van het op de
66016 aandeelen aan toonder gestort en niet terugbetaald maatschappelijk ka-
66017 pitaal aan de Mpij., ontvangt de Staat daarna een bedrag van één (1)
66018 ten honderd van gezegd kapitaal en wordt hetgeen dan nog overblijft
66019 in dier voege tusschen den Staat en de Mij. verdeeld, dat ieder van beide
66020 partijen daarvan een gelijk aandeel verkrijgt, totdat het geheele aandeel
66021 der Mij. bedraagt zes en een half (6.5) ten honderd van gemeld kapitaal,
66022 als wanneer van hetgeen dan nog beschikbaar is vier vijfde gedeelten (4/5)
66023 aan den Staat worden uitgekeerd en één vijfde gedeelte (1/5) aan de Mij.
66024 verblijft. (2) Daarentegen betaalt de Staat aan de Mij. - zoo daarvoor
66025 noodig met afwijking van het laatste lid van genoemd artikel 33 - het-
66026 geen in eenig jaar blijkens de winst- en verliesrekening der Mpij. vereischt
66027 mocht zijn om tot een winstsaldo van 4*) pct. van het op de aandeelen
66028 aan toonder gestort en niet terugbetaald maatschappelijk kapitaal te
66029 komen. Deze betaling geschiedt binnen ééne maand, nadat de jaarlijksche
66030 balans en winst- en verliesrekening op de daarvoor bij de statuten der
66031 Mpij. bepaalde wijze zijn vastgesteld. (3) Hetgeen van het winstsaldo
66032 aan de Mpij. verblijft, is bestemd tot uitkeering als dividend aan de hou-
66033 ders van aandeelen aan toonder en de oprichters der Mpij. In art. 13
66034 staat o.m .: Art. 8 vindt geen toepassing op het op 31 Dec. 1920 eindigende
66035 boekjaar der Mpij. De Mpij. verbindt zich over genoemd boekjaar voor uit-
66036 keering aan aandeelhouders geen gelden te ontleenen aan de fondsen,
66037 bedoeld in artikel 46 der overeenkomst 1890 H. S. De Raad van Com-
66038 missarissen van beide Maatschappijen, thans bestaande uit ten minste
66039 15 en ten hoogste 29 commissarissen zal voortaan bestaan uit 11 à 13 commis-
66040 sarissen, waarvan er 6 à 7 worden benoemd en ontslagen door de Ministers
66041 van Waterstaat en Financiën, die voor elk een plaatsvervanger kunnen
66042 aanwijzen, terwijl de overige commissarissen en hunne plaatsvervan-
66043 gers worden benoemd door de aandeelhoudersvergaderingen der beide
66044 Maatschappijen. De Staat is bevoegd te allen tijde te naasten uitsluitend
66045 door overname van de bezittingen en schulden en betaling der aandeel-
66046 houders van 100 procent van het kapitaal, verhoogd met een surplus
66047 (aandeel in de reserve) ad f 6.390.000 bij S.S. en f 3.442.500 bij H. S. M.
66048 plus 6 pct. rente over een en ander vanaf den aanvang der liquidatie.
66049 De naasting vóór 1 Jan. 1931 niet plaats gehad hebbende, voldeed de Staat
66050 aan zijn contractueele verplichting tot uitbetaling van voormeld surplus
66051 aan de oude aandeelhouders, neerkomende op 35} pct. op de aandeelen S.S.
66052 *) De Ministers van Waterstaat en van Financiën hebben zich omtrent de staats-
66053 garantie ten aanzien van de geldleeningen der N. S. in de Memorie van Antwoord
66054 op het Voorloopig Verslag van de Eerste Kamer der Staten-Generaal betreffende
66055 het ontwerp van wet houdende machtiging tot tijdelijke afwijking van de overeen-
66056 komst 1930 N. S. aldus uitgedrukt: „Uit de verhouding tusschen den Staat en de
66057 Nederlandsche Spoorwegen, zooals die in de overeenkomsten van 1920 is geregeld,
66058 volgt, dat de Staat verplicht is tekorten van het bedrijf, in welks lasten begrepen
66059 zijn rente en aflossing der obligatieleeningen, bij te passen. Hierin is uit
66060 den aard der zaak voor alle schuldeischers, dus ook voor de obligatiehouders, een
66061 feitelijke waarborg gelegen."