|
66520 |
SPOORWEGFONDSEN. 1629 |
|
66521 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leeningen |
|
66522 |
van 1890, 1891 en 1893. Leening van 1890, f 6.000.000, |
|
66523 |
in 6 Seriën van f 1.000.000; uitgifte bij prospectus d.d. 13 Sept. 1890. Le e- |
|
66524 |
ning van 1891. Bedrag en seriën als voren; uitgifte op 12 September 1891. |
|
66525 |
Leening van 1893, groot f 15.000.000, waarvan uitgegeven f 4.000.000, |
|
66526 |
in 4 seriën van f 1.000.000; uitgifte op 19 Jan. 1893. De overige seriën |
|
66527 |
dezer leening bestaan uit 3 pcts obligatiën. Bij vorenstaande emissiën |
|
66528 |
hadden de houders van aandeelen en oprichtersaandeelen den voorrang. |
|
66529 |
De drie leeningen werden alle à 99 pct. geëmitteerd. Obligatiën groot |
|
66530 |
f 1.000 ; coupons 1 Januari en 1 Juli. De aflossing geschiedt binnen |
|
66531 |
60 jaren, bij uitloting in October van { pct. van de bedragen der leeningen |
|
66532 |
per jaar, vermeerderd met de door de aflossing vrijvallende rentebedragen, |
|
66533 |
ter uitbetaling à pari op 2 Januari d.a.v. Alles behoudens vervroegde af- |
|
66534 |
lossing, waartoe de Maatschappij te allen tijde gerechtigd is. Uitstaande |
|
66535 |
bedragen : zie vorenstaande tabel. |
|
66536 |
Koersen 1915: 844-782; 1920: 72-64}; 1925: 90-78]; 1926: 911/1 .- 88}; 1927: 91}-86]; |
|
66537 |
1928: 92-89; 1929: 92-842; 1930: 97-895/1 .; 1931: 978-74}; 1932: 93-79. |
|
66538 |
1933: 95-86. |
|
66539 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. Leoning |
|
66540 |
van 1898. Deze leening is uitgegeven in 5 seriën groot f 1.000.000, |
|
66541 |
waarvan de 3 laatste in 1900 (zie afzonderlijk hoofd). De seriën |
|
66542 |
1 en 2 werden uitgegeven op 1 en 12 Juli 1898 à 100} pct. Obligatiën, |
|
66543 |
groot f 1000 met coupons per 1 Januari en 1 Juli. Aflossing |
|
66544 |
door uitloting in 60 jaren, telkens in October van } pct. der leening |
|
66545 |
plus vrijgevallen rente. De eerste uitloting vond plaats in 1899. Deze |
|
66546 |
obligatiën waren tot 12 Aug. 1924 dooreen leverbaar met de stukken van |
|
66547 |
1890/1893 (boven afzonderlijk vermeld) doch hebben sedert aparte noteering. |
|
66548 |
Uitstaand bedrag: zie tabel. |
|
66549 |
Koersen vóór 1924: zie hierboven. |
|
66550 |
Koersen 1924: 784-688; 1925: 96-772; 1926: 91-88%; 1927: 90-868; 1928: 902-88; |
|
66551 |
1929 : 934-83'/, .; 1930: 96-87; 1931: 98-86; 1932: 93-84; 1933: 944-852. |
|
66552 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leening |
|
66553 |
van 1900. Deze obligatiën vormen de seriën 3, 4 en 5 van de leening |
|
66554 |
van 1898 welke à 964 pct. werden uitgegeven op 18 April 1900, met voorrecht |
|
66555 |
van inschrijving voor aandeelhouders en oprichters. Obligatiën groot |
|
66556 |
f 1000 met coupons 1 April en 1 October; eveneens aflosbaar in 60 |
|
66557 |
jaar door jaarlijksche amortisatie van 4 pct., telkens vermeerderd met |
|
66558 |
de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. De uitlotingen |
|
66559 |
hebben plaats in October (de eerste in 1900) ter betaling à pari 1 April |
|
66560 |
d.a.v. Voor het uitstaande bedrag zie tabel „Specificatie Obligatie- |
|
66561 |
schuld". |
|
66562 |
Koersen 1915: E.K. 85; 1920: 712-64; 1925: 912-768; 1926: 91-872; 1927: 892-862; |
|
66563 |
1928: 90-87; 1929: 902-83}; 1930: 944-87}; 1931: 972-71; 1932: 93-79. |
|
66564 |
1933: 94-83. |
|
66565 |
MIJ. tot Expi. van Staatsspoorwegen. 3} pcts. obil- |
|
66566 |
gatiën van 1905-1909. De leening van 1 Maart 1905 wordt ge- |
|
66567 |
vormd door de 9e-15e serie, elk groot f 1.000.000 der geldleening van |
|
66568 |
1902 groot f 15.000.000 (waarvan de seriën 1-8 uit 4 pcts. obligatiën be- |
|
66569 |
staan), en waarop den 21 Febr. 1905 de inschrijving was opengesteld. De lee- |
|
66570 |
ning van 16 Maart 1906 wordt gevormd door de seriën 1-6 der geldleening |