|
8189 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 645 |
|
8190 |
N.B. De dividendbewijzen gemerkt C, bestemd voor superdividenduitkeering zijn, |
|
8191 |
wat betreft de jaren waarin geen dividend boven 6 pct. werd uitgekeerd, waarde- |
|
8192 |
loos verklaard. |
|
8193 |
6 pct. cumulatief preferente winstdeelende aandee- |
|
8194 |
len C, groot f 1000. Hiervan geplaatst: |
|
8195 |
Op 3 Dec. 1919 à 100 pct. (incl. ¿ div. 1919 en het volle super-div.) : |
|
8196 |
20.000 aandeelen à f 1000 f 20.000.000 .- |
|
8197 |
In 1925 ondershands incl. div. 1925, 2908 à f 1000, nos. 20.001-22.908 1 2.908.000 .- |
|
8198 |
In 1928 ondershands geplaatst incl. ¿ div. 1928, 226 à f 1000 no. 22909-23134 f 226.000 .- |
|
8199 |
Totaal f 23.134.000 .- |
|
8200 |
De aandeelen C zijn sedert 17 Febr. 1920 officieel genoteerd. |
|
8201 |
N.B. De dividendbewijzen gemerkt C, bestemd voor superdividenduitkeering, zijn, |
|
8202 |
wat betreft de jaren waarin geen dividend boven 6 pct. werd uitgekeerd, waarde- |
|
8203 |
loos verklaard. |
|
8204 |
De prioriteits-aandeelen (f 100.000) zijn uitgegeven ter handhaving van het |
|
8205 |
nationaal karakter der vennootschap. |
|
8206 |
De inschrijvingen stonden telkens open bij de Rotterdamsche Bank- |
|
8207 |
vereeniging (Rott. Bank, Labouchere, Oyens & Co.'s Bank), de Amster- |
|
8208 |
damsche Bank en ten kantore der Vennootschap. Voor het prospectus der |
|
8209 |
emissies in 1919 zie men aan het eind van deel I, jaargang 1920. Bij de |
|
8210 |
toewijzing der jongste emissies genoten inschrijvers tot het aantal aan- |
|
8211 |
deelen, waarvoor zij op beide laatste soorten hadden ingeschreven, de |
|
8212 |
voorkeur boven andere inschrijvers. Winstverdeeling: Na afschrij- |
|
8213 |
vingen eerst 6 pct. (cumulatief) dividend op de preferente aandeelen; ver- |
|
8214 |
volgens 6 pct. (cumulatief) dividend op de preferente winstdeelende aan- |
|
8215 |
deelen B en daarna 6 pct. (cumulatief) op de pref. winstd. aandeelen C. |
|
8216 |
Daarna nog overschietende winst is ter beschikking van de A. V. ter reser- |
|
8217 |
veering, afschrijving, overboeking op nieuwe rekening of uitkeering. In- |
|
8218 |
geval van geheele of gedeeltelijke uitkeering vindt verdeeling als volgt |
|
8219 |
plaats: eerst 6 pct. op de gewone aandeelen, van de overwinst com- |
|
8220 |
missarissen f 5000, of zooveel minder als de overwinst minder bedraagt, |
|
8221 |
en indien deze meer dan f 5000 beloopt, zoo mogelijk 2 pct. aan directeuren |
|
8222 |
en 16 pct. aan directeuren en beambten van de vennootschap en van de |
|
8223 |
ondernemingen waarin deze aandeel heeft. Het overschot kan geheel of |
|
8224 |
gedeeltelijk gereserveerd worden. Geschiedt dit niet, noch wordt het |
|
8225 |
overschot op nieuwe rekening overgebracht, zoo moet het worden |
|
8226 |
uitgekeerd aan houders van gewone aandeelen, van pref. winstd. aand. B |
|
8227 |
en dito C. Eerstgenoemden ontvangen eerst 4 pct. boven hun primair divi- |
|
8228 |
dend; voor elk procent dat meer wordt uitgekeerd, ontvangen houders van |
|
8229 |
pref. winstd. aandeelen B 1/10 pct. en de houders van idem C 1/5 pct. Is |
|
8230 |
op deze wijze aan houders van pref. winstd. aand. B 2 pct. en aan die van |
|
8231 |
dito C 3 pct. uitgekeerd, dan komt het overige geheel aan gewone aandeel- |
|
8232 |
houders ten goede, met dien verstande, dat in dit geval eerst zoo mogelijk |
|
8233 |
aan de houders van prioriteits-aandeelen 6 pct. over hun kapitaal wordt |
|
8234 |
uitgekeerd. Indien de uitkeering uit de overwinst aan houders van ge- |
|
8235 |
wone aandeelen meer dan f 250.000 bedraagt, wordt evenwel te voren |
|
8236 |
2 pct. van hetgeen deze uitdeeling meer bedraagt, aan commissarissen |
|
8237 |
uitgekeerd. Dividenden verjaren na 5 jaar. Dividend ge- |
|
8238 |
wone aandeelen 1906-1920: 9, 5, 10, 19, 15, 15, 20, 20, 20, 25, |
|
8239 |
25, 25, 15, 25 en 15 pct .; 1921: nihil; 1922-1924: 3, 6 en 6 pct. (De totaal |
|
8240 |
15 pct. van 1922-1924 moest worden uitgekeerd volgens gerechtelijk vonnis, |
|
8241 |
zie onder „Dividend proces” in jaarg. 1927 en was betaalbaar 14 Mei 1926 |