|
16784 |
790 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
16785 |
Er staan verder 4000 winstbewijzen uit (zie winstverdeeling). Deze |
|
16786 |
bewijzen zijn preferent voor f 500, vóór de pref. winstdeelende aandeelen. |
|
16787 |
De plaatsing van het vroegere kapitaal geschiedde als volgt: bij de op- |
|
16788 |
richting f 600.000 gewone- en f 600.000 cum. pref. winstd. aandeelen. Door |
|
16789 |
onderhandsche plaatsing stegen deze bedragen in 1919 tot resp. f 900.000 |
|
16790 |
en f 1.200.000, terwijl in April 1920 het bedrag aan geplaatste gewone aan- |
|
16791 |
deelen door den inbreng in na te noemen N.V. „Tabu” met f 1.215.000 |
|
16792 |
tot f 2.115.000 steeg. De in 1919 uitgegeven f 20.000 pref. aandeelen werden |
|
16793 |
uitgegeven ter handhaving van het nationaal karakter der venn. Alle |
|
16794 |
aandeelen waren groot f 1000. De emissies vonden als volgt plaats: op 12 |
|
16795 |
Dec. 1917 o.a. bij de Rotterd. Bankvereeniging f 600.000 cum. pref. winst- |
|
16796 |
deelende aandeelen (toen) groot f 1000 à 100 pct., incl. dividend eerste |
|
16797 |
boekjaar (van 13} maand). Deze aandeelen welke 16 Febr. 1918 officieele |
|
16798 |
noteering verkregen, zijn sedert 25 Juni 1924 slechts leverbaar mits voor- |
|
16799 |
zien van de afstempeling op f 250 en vervallenverklaring van het cumu- |
|
16800 |
latierecht. Prospectus aan het einde van deel II, 1917/18. De 400, bij de |
|
16801 |
reorganisatie geplaatste pref. winstdeelende aandeelen ad f 250 verkregen |
|
16802 |
26 Juni 1924 officiële noteering. Op 25 Sept. 1919 introduceerde de fa. |
|
16803 |
Arn. Gilissen & Co. een beperkt bedrag gewone aandeelen (toen) groot |
|
16804 |
f 1000 à 225 pct., incl. dividend 1919. Prospectus aan het einde van deel I, |
|
16805 |
1920. Deze gewone aandeelen, die 15 Juli 1920 officieele noteering verkre- |
|
16806 |
gen, zijn sedert 26 Juni 1924 slechts leverbaar mits voorzien van de af- |
|
16807 |
stempeling op nom. f 100. Voor het indertijd aan de Tabu verstrekte bewijs |
|
16808 |
voor 1215 aand. van f 1000, werden 1215 stukken van f 100 afgegeven, welke |
|
16809 |
met de afgestempelde stukken dooreen leverbaar zijn. In vereeniging met de |
|
16810 |
Internat. Tabakshandel Mpij., met welke mpij. sedert Oct. |
|
16811 |
1919 een belangengemeenschap bestond, werd op 12 April 1920 opgericht de |
|
16812 |
N. V. Tabaks-Unie. Over deze mpij. zijn meerdere gegevens onder |
|
16813 |
de rubriek „diversen" vermeld. Bij hare oprichting verkreeg zij f 1.215.000 |
|
16814 |
aandeelen „Philips“ en f 1.350.000 aandeelen „Intern. Tabak”. De Tabaks- |
|
16815 |
unie en de Int. Tabakshandel Mij. (zie deel I 1926) werden in 1922 beide |
|
16816 |
failliet verklaard. Door de genoemde Int. Tab. Hand. Mij. en de Tabaks- |
|
16817 |
ind. v.h. Gebr. Philips werd indertijd een garantie voor kapitaal en in- |
|
16818 |
terest van f 4.000.000 door de Tabu uitgegeven obligatiën verleend. De Tab. |
|
16819 |
Ind. v.h. Gebr. Philips werd door den curator der Tabu om nakoming van |
|
16820 |
hare verplichtingen verzocht. In verband met den toestand van de Tab. |
|
16821 |
Ind. v.h. Gebr. Philips, werd echter een regeling met de Tabu-obligatie- |
|
16822 |
houders getroffen, waarvoor men zie onder Tabaksunie elders in dit deel. |
|
16823 |
Winstverdeeling: na afschrijvingen, te bepalen door het bestuur, |
|
16824 |
eerst 60 pct. der winst aan de houders der winstbewijzen (obligatiehouders |
|
16825 |
„Tabu”, door hen te verdeelen als elders onder „Tabu" vermeld). Van |
|
16826 |
hetgeen daarna overblijft wordt eerst aangezuiverd het tijdens de reorga- |
|
16827 |
nisatie op de toen bestaande cumulatieve aandeelen geaccumuleerde divi- |
|
16828 |
dend met dien verstande, dat dit dividend evenals die aandeelen, tot één |
|
16829 |
vierde wordt verminderd. (De aanzuivering is reeds uit de winst van |
|
16830 |
1923, eerste jaar na de reorganisatie, geschied. Red.) Na deze aanzui- |
|
16831 |
vering is de verdeeling na aftrek van bovenbedoelde 60 pct. als |
|
16832 |
volgt: 6 pct dividend op de preferente winstdeelende aandeelen, |
|
16833 |
vervolgens tot 6 pct. dividend op de gewone aand. en van het |
|
16834 |
restant 10 pct. aan de reserve, 15 pct. aan de directie, 15 pct. |
|
16835 |
aan de commissarissen en 60 pct. aan gew. en pref. aandeelhouders, met |
|
16836 |
dien verstande, dat elk gewoon aandeel 1} maal zooveel ontvangt als een |