|
41893 |
SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN. 1203 |
|
41894 |
werd in 1921 door de Ned. Regeering en in 1922 door de Comm. Venn. |
|
41895 |
Wm. H. Müller & Co. met een leening gesteund. De restanten dezer lee- |
|
41896 |
ningen ad resp. f 1.440.000 en f 325.000, werden in 1930 afgelost. Bijzon- |
|
41897 |
derheden omtrent deze steunverleening vindt men op pag. 1303 van deel I |
|
41898 |
1931. Ingaande 1 Jan. 1927 is van kracht geworden een 20-jarige overeen- |
|
41899 |
komst met de London & North Eastern Ry. Hierdoor is een |
|
41900 |
behoorlijk aandeel van het totaal verkeer tusschen Engeland en Neder- |
|
41901 |
land verzekerd. De booten gaan daardoor in plaats van op Folkestone |
|
41902 |
in dagdienst op Harwich. Einde 1876 werd overgegaan tot de uitgifte van |
|
41903 |
f 3.200.000 4} pets. obligaciën à 96} pet., welke rechtstreeks en onvoorwaar- |
|
41904 |
delijk door Prins Hendrik der Nederlanden (toen eere-voorzitter der mpij.) |
|
41905 |
voor rente en aflossing waren gewaarborgd. (Zie den jaarg. 1907, blz. 851) |
|
41906 |
In Oct. 1882 werden door de erfgenamen van den in 1879 overleden prins, |
|
41907 |
de nog uitstaande f 2.913.000 obligatiën geheel afgelost. De erfgenamen |
|
41908 |
ontvingen daartegen à pari volgens overeenkomst f 1.456.500 aandeelen B, |
|
41909 |
preferent voor f 25 .- uit de winst, na afschrijvingen, 1600 bewijzen van |
|
41910 |
deelgerechtigdheid, welke laatste in 1883 door de Mpij. werden ingekocht, |
|
41911 |
benevens terugbetaling van het door den Prins gegeven voor- |
|
41912 |
schot van f 110.815. Vóór de uitgifte van genoemde f 1.456.500 aandeelen B. |
|
41913 |
aan de erfgenamen van den Prins, stonden uit f 1.169.000 aandeelen le en |
|
41914 |
2e serie; deze werden tegelijk met de uitgifte der B-aandeelen met 50 pct. |
|
41915 |
gereduceerd tot f 584.500 en genoemd aandeelen A. Het kapitaal be- |
|
41916 |
droeg daarna dus f 2.041.000, verdeeld in twee seriën: de eerste |
|
41917 |
serie, in gewone aandeelen A, groot f 584.500, de tweede serie, in prefe- |
|
41918 |
rente aandeelen B, groot f 1.456.500. In 1899 werd elk dezer beide seriën |
|
41919 |
op de helft verminderd; derhalve tot f 292.250 gewone aandeelen A en |
|
41920 |
f 728.250 pref. aandeelen B, tezamen f 1.020.500. In Juni 1911 nam de Mpij |
|
41921 |
tot Exploitatie van S.S. f 1.000.000 aandeelen à 100 pct. over (in 1921 |
|
41922 |
weder à pari aan den Staat verkocht), terwijl van de preferente aandeelen |
|
41923 |
het recht van preferentie werd afgekocht door vergoeding van f 50 per stuk |
|
41924 |
zoodat het geplaatst kapitaal thans uit f 2.020.500 aandeelen bestaat, |
|
41925 |
en verdeeld is in 3 seriën, t.w. de serie A, ad f 292.250, in stukken groot |
|
41926 |
f 250 en (f 125), serie B ad f 728.250, in stukken groot f 250 en serie C |
|
41927 |
ad f 1.000.000 in stukken groot f 250. Winstverdeeling: na afschrij- |
|
41928 |
ving en reserveeringen eerst 5 pct. dividend op de aandeelen. De rest komt |
|
41929 |
ter beschikking der A. V. Indien deze tot geheele of gedeeltelijke uitkeering |
|
41930 |
besluit, geschiedt de verdeeling als volgt: 10 pct. aan het reservefonds, |
|
41931 |
5 pct. aan de directie, 5 pct. ter beschikking van commissarissen ter be- |
|
41932 |
stemming voor derden en het overige aan aandeelhouders. Dividen- |
|
41933 |
den : 1875-1881: nihil; 1882-1886: 5.4, 6, 6, 6 en 6 pct .; 1887-1911: nihil; |
|
41934 |
1912-1914: 6, 6 en 10 pct .; 1915-1929: nihil; 1930: 5 pct. (no. 4, 1 Juli 1931 |
|
41935 |
bij de A. C., R. B. V., N. I. H. en bij de Venn. ; sedert · nihil In 1911 leende |
|
41936 |
de „Zeeland” f 450.000 à pari, tegen 4 pct. van de S.S., teneinde daarmede |
|
41937 |
de achterstallige uitlotingen van de obligaties 1886 (zie jaarg. 1928) te be- |
|
41938 |
werkstelligen. Het op 1 Jan. 1933 uitstaand bedrag ad f 198.000 werd ver- |
|
41939 |
vroegd afgelost. Omtrent de 32 pct. leening van 1895, eveneens van de S.S., |
|
41940 |
welke in 1912 werd afgel., zie men jrg. 1931 Regeerings-commissa- |
|
41941 |
rissen: Jhr. Mr. J. W. Quarles van Ufford en Mr. H. J. Silvergieter |
|
41942 |
Hoogstad beiden benoemd door den Minister van Waterstaat, de eerste, |
|
41943 |
ingevolge Post-overeenkomst, de tweede ingevolge art. 12 der statuten. |
|
41944 |
Commissarssen: T. H. de Meester (voorz.), E. M. Alberts, (vice- |