|
66214 |
SPOORWEGFONDSEN. 1611 |
|
66215 |
1 en 2 werden uitgegeven op 1 en 12 Juli 1898 à 100} pct. Obligatiën, |
|
66216 |
groot f 1000 met coupons per 1 Januari en 1 Juli. Aflossing |
|
66217 |
door uitloting in 60 jaren, telkens in October van { pct. der leening |
|
66218 |
plus vrijgevallen rente. De eerste uitloting vond plaats in 1899. Deze |
|
66219 |
obligatiën waren tot 12 Aug. 1924 dooreen leverbaar met de stukken van |
|
66220 |
1890/1893 (boven afzonderlijk vermeld) doch hebben sedert aparte noteering. |
|
66221 |
Uitstaand bedrag: zie tabel. |
|
66222 |
Koersen vóór 1924: zie hierboven. |
|
66223 |
Koersen 1924: 782-688; 1925: 96-772; 1926: 91-88}; 1927: 90-86@; 1928: 902-88; |
|
66224 |
1929: 932-83'/1 .; 1930: 96-87; 1931: 98-86; 1932: 93-84; 1933: 942-852. |
|
66225 |
1934: 972-91}. |
|
66226 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leening |
|
66227 |
van 1900. Deze obligatiën vormen de seriën 3, 4 en 5 van de leening |
|
66228 |
van 1898 welke à 96} pct. werden uitgegeven op 18 April 1900, met voorrecht |
|
66229 |
van inschrijving voor aandeelhouders en oprichters. Obligatiën groot |
|
66230 |
f 1000 met coupons 1 April en 1 October; eveneens aflosbaar in 60 . |
|
66231 |
jaar door jaarlijksche amortisatie van { pct., telkens vermeerderd met |
|
66232 |
de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. De uitlotingen |
|
66233 |
hebben plaats in October (de eerste in 1900) ter betaling à pari 1 April |
|
66234 |
d.a.v. Voor het uitstaande bedrag zie tabel „Specificatie Obligatie- |
|
66235 |
schuld". |
|
66236 |
Koersen 1915: E.K. 85; 1920: 712-64; 1925: 912-768; 1926: 91-872; 1927: 894 862; |
|
66237 |
1928: 90-87; 1929: 902-83}; 1930: 944-872; 1931: 972-71; 1932: 93-79. |
|
66238 |
1933: 94-83; 1934: 994-91. |
|
66239 |
Mij. tot Expl. van Staatsspoorwegen. 3} pcts. obil- |
|
66240 |
gatiën van 1905-1909. De leening van 1 Maart 1905 wordt ge- |
|
66241 |
vormd door de 9e-15e serie, elk groot f 1.000.000 der geldleening van |
|
66242 |
1902 groot f 15.000.000 (waarvan de seriën 1-8 uit 4 pcts. obligatiën be- |
|
66243 |
staan), en waarop den 21 Febr. 1905 de inschrijving was opengesteld. De lee- |
|
66244 |
ning van 16 Maart 1906 wordt gevormd door de seriën 1-6 der geldleening |
|
66245 |
groot f 15.000.000 (waarvan de seriën 7-15 in 1907 als 4 pcts. obligatiën |
|
66246 |
werden uitgegeven) tot welkēr uitgifte de in Juni 1905 gehouden vergade- |
|
66247 |
ring van aandeelhouders besloot, en waarop de inschrijving op 1 Maart |
|
66248 |
1906 à 97} pct. was opengesteld. Obligatiën, groot f 1000, met |
|
66249 |
coupons per 1 Januari en 1 Juli. Aflossing door uitloting in Octo- |
|
66250 |
ber, ter betaling op 1 Januari d.a.v., t.w. voor de leening 1905 voor het |
|
66251 |
eerst in October 1905 met f 35.000, en voor de leening 1906 voor het eerst |
|
66252 |
in October 1906 met f 30.000 en verder elk volgend jaar zoodanige som |
|
66253 |
als de ten vorigen jare aflosbaar gestelde, vermeerderd met de vrijge- |
|
66254 |
vallen rente, zoodat deze leeningen in 60 jaren zullen zijn afgelost. De |
|
66255 |
obligatieleening 1909 is groot f 7.000.000, zijnde de seriën 9-15 der 3} |
|
66256 |
pets. leening 1908, groot f 15.000.000; coupons 1 Januari-1 Juli. Van deze |
|
66257 |
leening was aflosbaar op 1 Jan. 1910 f 35.000 en verder op 1 Jan. van |
|
66258 |
elk volgend jaar zoodanige som als de ten vorigen jare losbaar gestel- |
|
66259 |
de, vermeerderd met de vrijgevallen rente daarvan, afgerond tot duizend- |
|
66260 |
tallen, bedraagt, zoodat de geheele leening in 1968 afgelost zal zijn. Jaar- |
|
66261 |
lijksche uitloting in Oct. Recht van vervroegde aflossing voorbehouden. |
|
66262 |
Voor de uitstaande bedragen zie tabel: „Specificatie Obligatieschuld". |
|
66263 |
Koersen 1915: 85-782; 1920: 712-60; 1925: 90-76; 1926: 91-86}; 1927: 892-84]; 1928: 898-86]; |
|
66264 |
1929: 91-841/16; 1930: 923-862; 1931: 963-70; 1932: 91-78%; 1933: 922-81}. |
|
66265 |
1934 : 961/1. 892. |