|
590 |
496 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
591 |
aandeelen zijn sedert 17 Juli 1934 slechts leverbaar indien voorzien |
|
592 |
van de stempels vermeldende de terugbrenging van de nom. waarde van |
|
593 |
f: 1000 op if 750, van f 750 op f 600 en van f 600 op f 500. De voorlaatste |
|
594 |
afstempeling geschiedde onder terugbetaling van f 150 per aandeel en |
|
595 |
intrekking van dividendbewijs No. 12 van 30 Dec. 1932 af en de laatste |
|
596 |
afstempeling onder terugbetaling van f 100 per aandeel en intrekking |
|
597 |
van dividendbewijs no. 15 van 16 Juli 1934 af bij de R. B. V. |
|
598 |
Aan de prioriteitsaandeelen zijn zoodanige rechten verbonden, dat |
|
599 |
overheersching van buitenlandsche invloeden op de gestie van het bestuur |
|
600 |
wordt uitgesloten. Er zijn 1200 oprichtersbewijzen uitgereikt aan |
|
601 |
aandeelhouders der 3 gecombineerde mpijen, t.w. 500 aan de Norit Mpij. |
|
602 |
Declora 650 aan de Norit Witsuiker Mpij. en 50 aan het Chemisch Technisch |
|
603 |
Handels- en Adviesbureau. De oprichtersbewijzen kunnen volgens besluit |
|
604 |
der A. V. worden ingetrokken met 15 maal het laatst uitgekeerde winst- |
|
605 |
aandeel, met een minimum van f 1000 per stuk. Nadat bij de oprichting |
|
606 |
f 1.150.000 gewone aandeelen waren geplaatst en vervolgens nog f 50.000 |
|
607 |
ondershands waren uitgegeven, heeft op 8 Februari 1918 bij de Rotterd. |
|
608 |
Bankvereeniging de inschrijving opengestaan op nog f 800.000 gewone aan- |
|
609 |
deelen tot den koers van 115 pct. en inclusief dividend 1918. Aandeelhou- |
|
610 |
ders in de drie constitueerende maatschappijen hadden voorkeursrecht |
|
611 |
(1' oud : 1 nieuw aandeel), no. 7 der ,,Norit" Witsuiker Mpij., No. 3 der |
|
612 |
Nederlandsche Norit Maatschappij Declora en No. 2 der N.V. Chemisch |
|
613 |
Technisch Handels- en Advies-Bureau. In verband met overneming der |
|
614 |
N.V. Purit en enkele andere transacties werden in 1924 f 600.000 gewone |
|
615 |
aandeelen ondershands geplaatst terwijl in Nov. 1925 in verband met be- |
|
616 |
drijfsuitbreiding f 400.000 gewone aandeelen inclusief div. 1925 onderhands |
|
617 |
werden uitgegeven. Op 3 Juli en 18 December 1926 werd de onderhandsche |
|
618 |
plaatsing bericht van nog f 400.000 respectievelijk f 300.000 gewone aan- |
|
619 |
deelen incl. div: 1926, waarmede de onder „kapitaal" genoemde 3700 aan- |
|
620 |
deelen à f 1000 waren geplaatst. De aandeelen hebben sedert 28 Aug. 1918 |
|
621 |
officieele noteering. Voor het laatst gepubliceerde prospectus |
|
622 |
waarin uitvoerige gegevens omtrent den aard van het bedrijf zijn opge- |
|
623 |
nomen, zie men aan einde van deel II, jaarg. 1917/18. Winstver- |
|
624 |
deeling: Na afschrijvingen van ten minste resp. 5, 2 en 10 pct. op |
|
625 |
resp. gebouwen, gronden en machines etc. kan de A. V. besluiten dat een |
|
626 |
deel der winst niet verdeeld, doch op andere wijze aangewend zal worden. |
|
627 |
Van de winst komt eerst 5 pct. aan de gewone reserve. Daarna komt |
|
628 |
5 pct. cumulatief dividend aan houders der prioriteitsaandeelen. Ver- |
|
629 |
volgens tot 5 pct. dividend op de gewone aandeelen. Van het over- |
|
630 |
blijvende: 20 pct. aan directie en commissarissen samen, aan elk oprichters- |
|
631 |
bewijs 1/1200e gedeelte van 15 pct. en de rest ter beschikking van hou- |
|
632 |
ders van gewone aandeelen, alles onder reserve van eventueel verschuldigde |
|
633 |
belastingen .. Het Bestuur kan tot uitkeering van interimdividenden be- |
|
634 |
sluiten. Het door het bereiken van het maximum der reserve (25 pct. van het |
|
635 |
gepl. kapitaal) vrijvallende deel der winst komt ten gunste der W. en. V .- |
|
636 |
rekening. Dividend prioriteitsaandeelen 1918/1935: jaar- |
|
637 |
lijks 5 pct. Dividend gewone aandeelen 1919-1935: 5, 8, 0, |
|
638 |
5, 5, 5, 8, 64, 0, 8, 8, 8, 7, 8, 8, 10 en 10 pct. (no. 17, 13 Mei 1936 bij de |
|
639 |
R. B. V.); oprichtersbewijzen 1920: f 10.71; 1921-1924: nihil; 1925-1935: |
|
640 |
f 18.20, f 7.78, nihil, f 14.51, f 14.51, f 14.51, f 8.87, f 11.61, f 11.61, f 16.12 |
|
641 |
en f 16.12 (no. 11). Directeur: J. G. Tammes. Commissaris |