|
19180 |
812 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
19181 |
eerst 6 pct. aan pref. aand.houders, cumul .; daarna 6 pct. over de prioriteits- |
|
19182 |
en gewone aand. Van de overwinst wordt tien pct. in de reserve of (zoodra |
|
19183 |
en zoolang deze 10 pct. van het geplaatste kapitaal bedraagt), in extra- |
|
19184 |
reserve(s) gestort; voorts 27 pct. aan het bestuur, 3 pct. aan commissarissen ; |
|
19185 |
52 pct. aan prioriteits- en gewone aandeelhouders en 8 pct. aan preferente |
|
19186 |
aandeelhouders. Belastingen op uitkeeringen komen ten laste der winst. |
|
19187 |
Dividend gewone aandeelen 1893-1913: gemiddeld 10.95 pct .; |
|
19188 |
1914-1920: 10, 10, 112, 15, 20, 183 en 10 pct .; 1921-1930: 15, 18, 17, 15, 12, 12, 12, |
|
19189 |
12, 12 en 10 pct. (no. 41); sedert: nihil; pref. aandeelen 1915- |
|
19190 |
1920: 2.8 (5 mnd.), 7.1, 7.7, 8.7, 8.35 en 6.75 pct .; 1921-1931: 7.7, 8.3, |
|
19191 |
8.1, 7.8, 7, 7.2, 7.1, 7.2, 7, 6.65 en 6 pct. (no. 20, 9 Mei 1932 bij de A. B. |
|
19192 |
A'dam). 1932-1935: nihil, waarna 24 pct. achterstallig is. 5 pct. (tijde- |
|
19193 |
lijk 3 pct.1) obligatiën 19271) groot f 1000, met coupons |
|
19194 |
1 Januari en 1 Juli. De leening, groot f 1.500.000 diende tot aflossing |
|
19195 |
van het restant ad f 344.000 der 4} pct. leening van 1910 (zie jaargang |
|
19196 |
1928) en voor uitbreiding. Aflossing:1) te beginnen met 1 Juli 1928 |
|
19197 |
in 30 gelijke jaarlijksche termijnen door uitloting in Maart ter uitbe- |
|
19198 |
taling 1 Juli d.a.v. Vervroegde aflossing vanaf 1 Juli 1932 met 3 maan- |
|
19199 |
den opzegging voorbehouden. De maatschappij zal geen nieuwe hypo- |
|
19200 |
thecaire schuld mogen aangaan, zoolang deze leening niet zal zijn afgelost, |
|
19201 |
tenzij deze leening in een te verleenen hypotheek gelijken rang heeft. De |
|
19202 |
inschrijving op de geheele leening stond 15 Juni 1927 open bij |
|
19203 |
de A. B. en O. & Zn. à 993 pct. Prospectus in deel I 1928. 4 pct. hypo- |
|
19204 |
thecaire obligatiën2), groot f 1000, met coupons per 1 April |
|
19205 |
en 1 Oct. Deze eerste hypothecaire leening van 1899, groot f 1.200.000, is |
|
19206 |
thans geheel uitgegeven. Zij diende tot conversie der 42 pct. leening van 1893, |
|
19207 |
waarvan de rente met ingang van 1 April 1895 tot 4 pct. werd gereduceerd. |
|
19208 |
1) De stukken zijn sedert 12 Jan. 1933 slechts leverbaar, indien zij den nieuwen |
|
19209 |
naam der mpij. dragen, waartoe de oude stukken konden worden verwisseld bij de |
|
19210 |
A. B. |
|
19211 |
1) Op 7 April 1936 keurden obligatiehouders in hun 2e vergadering goed het voor- |
|
19212 |
stel der venn. om: |
|
19213 |
10. de verplichte uitlotingen en aflossingen van 1936 t/m. 1940 op te schorten tot |
|
19214 |
1958 t/m. 1962; |
|
19215 |
20. op de coupons van 1 Juli 1936 t/m. 1 Jan. 1941 f 15 (= 3 pct.) te betalen in |
|
19216 |
plaats van f 25 (5 pct.) en het te weinig betaalde bij aflossing der obligaties bij te |
|
19217 |
betalen. |
|
19218 |
30. bij hervatting der aflossing in 1941 jaarlijks ten minste f 55.000 te besteden tot |
|
19219 |
inkoop of uitloting van ten minste 50 obligatiën plus opgeloopen rente. Inkoop zal |
|
19220 |
evt. geschieden bij inschrijving, waarbij voor alle aangenomen obligatiën hetzelfde |
|
19221 |
zal worden betaald, doch de laagst aangeboden stukken het eerst en zoo vervolgens |
|
19222 |
zullen worden aangenomen. Bij grooter aanbod dan het beschikbaar bedrag, wordt |
|
19223 |
geloot tusschen de stukken die tot inkoopprijs zijn aangeboden. Bij kleiner aanbod |
|
19224 |
dan het beschikbare bedrag vindt voor het restant uitloting plaats. |
|
19225 |
40. Indien de venn. in een der jaren 1936 t/m. 1940 tot winstuitkeering besluit, |
|
19226 |
vervallen de sub. 10 en 20 genoemde bepalingen en moet de aflossing en de rente- |
|
19227 |
betaling volledig worden hervat te beginnen met de alsdan loopende coupon. |
|
19228 |
2) Op 13 Maart 1936 machtigden de oblig.houders den Trustee geen maatre- |
|
19229 |
gelen te nemen, indien in 1936 t/m. 1940 niet wordt uit- |
|
19230 |
geloot en afgelost, tenzij vóór het tijdstip waarop de achterstallige ver- |
|
19231 |
plichte aflossingen zijn ingehaald: |
|
19232 |
a. de Trustee na een elk jaar voor het eerst in 1936 in te stellen onderzoek con- |
|
19233 |
cludeert, dat het in het belang van obligatiehouders is, dat de aflossing geheel of |
|
19234 |
gedeeltelijk plaats vindt en er dan geen aflossing geschiedt; |
|
19235 |
b. het bestaande crediet door den bankier wordt beperkt of opgezegd; |
|
19236 |
c. in genoemde jaren aflossing zou plaats vinden van 5 pct. obligatiën of meer |
|
19237 |
dan 3 pct. rente op de 5 pct. obligatiën mocht worden betaald, of later de niet vol- |
|
19238 |
gens het oorspronkelijk plan geschiede aflossing op de 5 pct. leening naar verhou- |
|
19239 |
ding in sneller tempo zou worden ingehaald, dan die op de 4 pct. oblig .; |
|
19240 |
d. de aflossingen op de 4 pct. leening voor zoover die dan nog achterstallig moch- |
|
19241 |
ten zijn uiterlijk in de jaren 1960 en volgende niet zouden zijn geschied; |
|
19242 |
e. de mpij .- debitrice surséance van betaling aanvraagt of failliet wordt verklaard; |
|
19243 |
1. de mpij .- debitrice in 1936-1940 winst uitkeert. |