|
17289 |
718 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN |
|
17290 |
52 pct. aan prioriteits- en gewone aandeelhouders en 8 pct. aan preferente aandeel- |
|
17291 |
houders. Belastingen op uitkeeringen komen ten laste der winst. |
|
17292 |
Dividend gewone aandeelen 1893-1913: gemiddeld 10.95 pct .; 1914-1920: |
|
17293 |
10, 10, 112, 15, 20, 18₺ en 10 pct .; 1921-1930: 15, 18, 17, 15, 12, 12, 12, 12, |
|
17294 |
12 en 10 pct. (no. 41); sedert: nihil; pref. aandeelen 1915-1920: 2.8 (5 mnd.), |
|
17295 |
7.1, 7.7, 8.7, 8.35 en 62 pct .; 1921-1931: 7.7, 8.3, 8.1, 7.8, 7, 7.2, 7.1, 7.2, 7, 6.65 |
|
17296 |
en 6 pct. (no. 20, 9 Mei 1932 bij de A. B. A'dam). 1932-1936: nihil, waarna 30 |
|
17297 |
pct. achterstallig is. |
|
17298 |
5 pct. (tijdelijk 3 pct. 1) obligatiën 1927 groot f 1000, met |
|
17299 |
coupons 1 Januari en 1 Juli. De leening, groot f 1.500.000 diende tot aflossing |
|
17300 |
van het restant ad f 344.000 der 4} pct. leening van 1910 (zie jaargang 1928) en |
|
17301 |
voor uitbreiding. Aflossing:1) te beginnen met 1 Juli 1928 in 30 gelijke jaarlijksche |
|
17302 |
termijnen door uitloting in Maart ter uitbetaling 1 Juli d.a.v. Vervroegde aflossing |
|
17303 |
vanaf 1 Juli 1932 met 3 maanden opzegging voorbehouden. De maatschappij zal |
|
17304 |
geen nieuwe hypothecaire schuld mogen aangaan, zoolang deze leening niet zal |
|
17305 |
zijn afgelost, tenzij deze leening in een te verleenen hypotheek gelijken rang heeft. |
|
17306 |
De inschrijving op de geheele leening stond 15 Juni 1927 open bij de A. B. en O. |
|
17307 |
& Zn. à 99₺ pct. Prospectus in deel I 1928. |
|
17308 |
4 pct. hypothecaire obligatiën2), groot f 1000, met coupons |
|
17309 |
per 1 April en 1 Oct. Deze eerste hypothecaire leening van 1899, groot f 1.200.000, |
|
17310 |
is thans geheel uitgegeven. Zij diende tot conversie der 4} pct. leening van 1893, |
|
17311 |
waarvan de rente met ingang van 1 April 1895 tot 4 pct. werd gereduceerd. |
|
17312 |
Trustee is de Nederl. Trust-Mpij. Aflossing door jaarlijksche uitloting à pari, in |
|
17313 |
Maart, betaalbaar 1 April d.a.v. Jaarlijks moet minstens f 20.000 worden uit- |
|
17314 |
geloot.2) Voor de uitstaande bedragen dezer leeningen zie men de balans. De stuk- |
|
17315 |
ken van beide leeningen zijn slechts leverbaar indien zij den nieuwen naam der |
|
17316 |
mpij. dragen, waartoe zij konden worden verwisseld bij de A. B. |
|
17317 |
Directeuren: Mr. F. A. Schwartz en J. L. van Reede. Commissarissen: Mr. P. |
|
17318 |
Hofstede de Groot en H. W. van Marle te Amsterdam en Jhr. G. C. Op ten Noort |
|
17319 |
te Vorden. |
|
17320 |
Adres : Amsterdam, H. Kadijk 43. |
|
17321 |
1) Op 7 April 1936 keurden obligatiehouders in hun 2e vergadering goed het voorstel der venn. om: |
|
17322 |
1. de verplichte uitlotingen en aflossingen van 1936 t/m 1940 op te schorten tot 1958 t/m 1962; |
|
17323 |
2. op de coupons van 1 Juli 1936 t/m 1 Jan. 1941 f 15 (= 3 pct.) te betalen in plaats van f 25 |
|
17324 |
(5 pct.) en het te weinig betaalde bij aflossing der obligaties bij te betalen. |
|
17325 |
3. bij hervatting der aflossing in 1941 jaarlijks ten minste f 55.000 te besteden tot inkoop of uit- |
|
17326 |
loting van ten minste 50 obligatiën plus opgeloopen rente. Inkoop zal evt. geschieden bij inschrijving, |
|
17327 |
waarbij voor alle aangenomen obligatiën hetzelfde zal worden betaald, doch de laagst aangeboden |
|
17328 |
stukken het eerst en zoo vervolgens zullen worden aangenomen. Bij grooter aanbod dan het beschik- |
|
17329 |
baar bedrag, wordt geloot tusschen de stukken die tot inkoopprijs zijn aangeboden. Bij kleiner aanbod |
|
17330 |
dan het beschikbare bedrag vindt voor het restant uitloting plaats. |
|
17331 |
4 . Indien de venn. in een der jaren 1936 t/m 1940 tot winstuitkeering besluit, vervallen de sub 1. |
|
17332 |
en 2. genoemde bepalingen en moet de aflossing en de rentebetaling volledig worden hervat te be- |
|
17333 |
ginnen met de alsdan loopende coupon. |
|
17334 |
2) Op 13 Maart 1936 machtigden de oblig.houders den Trustee geen maatregelen te nemen, indien |
|
17335 |
in 1936 t/m 1940 niet wordt uitgeloot en afgelost, tenzij vóór het tijdstip waarop de achterstallige ver- |
|
17336 |
plichte aflossingen zijn ingehaald: |
|
17337 |
a. de Trustee na een elk jaar voor het eerst in 1936 in te stellen onderzoek concludeert, dat het in |
|
17338 |
het belang van obligatiehouders is, dat de aflossing geheel of gedeeltelijk plaats vindt en er dan geen |
|
17339 |
aflossing geschiedt; |
|
17340 |
b. het bestaande crediet door den bankier wordt beperkt of opgezegd; |
|
17341 |
c. in genoemde jaren aflossing zou plaats vinden van 5 pct. obligatiën of meer dan 3 pct. rente op de |
|
17342 |
5 pct. obligatiën mocht worden betaald, of later de niet volgens het oorspronkelijk plan geschiede af- |
|
17343 |
lossing op de 5 pct. leening naar verhouding in sneller tempo zou worden ingehaald, dan die op de |
|
17344 |
4 pct. oblig .; |
|
17345 |
d. de aflossingen op de 4 pct. leening voor zoover die dan nog achterstallig mochten zijn uiterlijk |
|
17346 |
in de jaren 1960 en volgende niet zouden zijn geschied; |
|
17347 |
e. de mpij .- debitrice surséance van betaling aanvraagt of failliet wordt verklaard; |
|
17348 |
f. de mpij .- debitrice in 1936-1940 winst uitkeert. |