|
20167 |
770 ELECTRICITEITS-, GAS-, TELEFOON-, TELEGRAAF- |
|
20168 |
EN WATERLEIDING-MAATSCHAPPIJEN |
|
20169 |
en 42 pct. obligatiën en vlottende schuld der oude mpij. in preferente aandeelen |
|
20170 |
der nieuwe mpij. werden geconverteerd. |
|
20171 |
Doel: Het aanleggen, verkrijgen, overdoen en exploiteeren van waterleidingen |
|
20172 |
en daarmede in verband ook het aan- en verkoopen van gronden. De maatschappij |
|
20173 |
exploiteert sedert 1 Januari 1929 alléén de Waterleiding te Leuven, waarvan de |
|
20174 |
concessie 1 Januari 1930 met 20 jaar werd verlengd. Aan de aangrenzende gemeen- |
|
20175 |
ten Heverlee, Kesselloo en Wilsele wordt water geleverd. De maatschappij bezit |
|
20176 |
2 prises d'eau, die in 1936 1.694.347 (v.j. 1.783.576) M3. water leverden. |
|
20177 |
Kapitaal geheel geplaatst thans f 419.025, verdeeld in 729 preferente aandeelen |
|
20178 |
groot f 225 en 425 gewone aandeelen groot f 600. Het geplaatst bedrag bedroeg |
|
20179 |
oorspronkelijk f 1.260.000 in preferente en gewone aandeelen groot f 1000 en werd |
|
20180 |
in 1894 gereduceerd tot f 1.152.700 door afstempeling der pref. en gew. aan- |
|
20181 |
deelen op resp. f 900 en f 944. In Nov. 1902 werd het aandeelenkapitaal wederom |
|
20182 |
gereduceerd tot f 991.665 en de aandeelen werden toen teruggebracht resp. op |
|
20183 |
f 750 en f 859,80. In 1911 werd het kapitaal opnieuw gereduceerd eerst tot |
|
20184 |
f 912.165 en later tot f 836.930, de gewone aandeelen groot f 820, en de pref |
|
20185 |
aandeelen f 670. Deze reducties hielden verband met den verkoop der water- |
|
20186 |
leidingen resp. te Zutphen, te Venlo en te Roosendaal. Vervolgens werd het kapi- |
|
20187 |
taal in Juli 1918 teruggebracht tot f 648.630, de preferente aandeelen tot f 470 en |
|
20188 |
de gewone tot f 720 en wel in verband met de naasting der waterleiding te Maas- |
|
20189 |
tricht door de gemeente. Ten slotte werd 12 Aug. 1929 f 245 per pref. en f 120 per |
|
20190 |
gewoon aandeel terugbetaald wegens verkoop van waterleidingen te Namen, |
|
20191 |
Jambe en St. Servais, waardoor het kapitaal van f 648.630 tot f 419.025 daalde. |
|
20192 |
Alle bovengenoemde reducties werden op de stukken afgestempeld. De pref. |
|
20193 |
aandeelen thans groot f 225 zijn zonder deze stempels niet leverbaar. |
|
20194 |
Van vroeger bestaande 1040 oprichtersbewijzen zijn er door de Mpij. 5834 in- |
|
20195 |
gekocht, zoodat daarvan nog 4564 stuks in omloop zijn. |
|
20196 |
Winstverdeeling: Na evt. afschrijvingen en reserveeringen, komt eerst resp. 4 |
|
20197 |
en 2 pct. van de netto winst aan den directeur en de commissarissen. Daarna |
|
20198 |
3 pct. dividend op de preferente aandeelen. Van de verdere winst } aan de pre- |
|
20199 |
ferente aandeelhouders, totdat deze 4 pct. dividend hebben genoten, daarna |
|
20200 |
4 pct. over het gewone aandeelenkapitaal. Van het dan resteerende komt ¿ aan |
|
20201 |
de pref. en gewone aandeelen, totdat daarop 5 pct. is uitgekeerd; de rest aan |
|
20202 |
de oprichtersbewijzen. Nadat aan deze uit dien hoofde eenig jaar f 52.000 is uit- |
|
20203 |
gekeerd, komt meerdere winst voor 63/115 aan de gezamenlijke aandeelhouders |
|
20204 |
en voor 52/115 aan de houders van oprichtersbewijzen. Een obligatieleening van |
|
20205 |
f 300.000 tot welker uitgifte het bestuur in 1893 werd gemachtigd, is nog niet uit- |
|
20206 |
gegeven. |
|
20207 |
Dividend preferente aandeelen 1893-1916: 0, 0, 1}, 13, 2, 33, 3, 3, 3, 39/13, |
|
20208 |
4, 4, 4, 4, 4, 4, 4, 4}, 42, 41, 41, 41, 42 en 32 pct .; 1917-1920: nihil; 1921- |
|
20209 |
1930: 4, 4, 4, 42, 4}, 4.2, 4, 4.2, 4} en 4} pct .; 1931-1936: 4.1, 5, 5, 4.36, 4} |
|
20210 |
en 4} pct. (no. 38, 1 Juni 1937 bij de R.B.V., A'dam, M. & Zn., R'dam en de |
|
20211 |
T. B., Nijmegen); gew. aand. 1893-1901: nihil; 1902-1916: 16,75, 27,92, 34,39, |
|
20212 |
34,39 34,39, 34,39, 34,39, 34,39, 38,69, 40,63, 38,95, 38,95, 38,95, 38,95 en |
|
20213 |
17,24 gulden; 1917-1920: nihil; 1921-1930: 21,60, 21,60, 21,60, 34,20, 32,40, |
|
20214 |
30,24, 25,20, 30,34, 27,- en 27,- gulden; 1931-1936: f 24,60, f 30,-, f 30,-, |
|
20215 |
f 26,16, f 25,50 en f 27, -; opr. bew. ontvingen over 1910-1915: 18,26, 28,84, |
|
20216 |
26,72, 26,72, 26,72, en 26,72 gulden; 1916-1923: nihil; 1924-1930: 24,86, |
|
20217 |
16,57, 6,62, nihil, 9,60, 13,76 en 13,76 gulden; 1931-1936: 2,75, 27,86, 27,52, 9,90 |
|
20218 |
6,88 en 13,76 gulden (no. 17.) |