|
20351 |
HANDELSONDERNEMINGEN 775 |
|
20352 |
van oprichtersbewijzen met dien verstande dat houders van gewone aandeelen |
|
20353 |
voor elke f 1000 preferent aandeel, waarop zij inschreven, het recht hadden |
|
20354 |
daarenboven een gewoon aandeel van f 1000, voorzien van dividendbewijs no. 18 |
|
20355 |
e.v. en talon in te leveren, ter omwisseling in f 1000 preferent aandeel, terwijl |
|
20356 |
houders van oprichtersbewijzen gerechtigd waren om voor elk bewijs in te schrij- |
|
20357 |
ven op ten hoogste f 5000 preferente aandeelen. (Claims: no. 17 van de aandeelen |
|
20358 |
no. 11 van de oprichtersbewijzen). Bij deze emissie werden 708 pref. aandeelen door |
|
20359 |
verwisseling tegen 708 gewone aandeelen en 725 preferente aandeelen tegen contan- |
|
20360 |
ten geplaatst. Op 31 Mei 1926 stond bij J. D. Lulofs & Co. te Amsterdam de in- |
|
20361 |
schrijving open op f 567.000 pref. aandeelen à 117 en 125 pct. incl. div. 1926 resp. |
|
20362 |
voor preferente en vrije inschrijvers. Houders der 200 oprichtersbewijzen hadden |
|
20363 |
een statutair voorkeursrecht op } dezer uitgifte = 189 aandeelen, of - daar |
|
20364 |
houders van 11 bewijzen verklaarden afstand van hun voorkeursrecht te willen |
|
20365 |
doen - op één aand. per opr.bew. (claim, no. 12); houders der uitstaande |
|
20366 |
f 1.725.000 gew. en pref. aand. hadden voorkeursrecht op de overblijvende 378 |
|
20367 |
stuks aand. in verhouding 5 oud : 1 nieuw. Claims no. 18 der gewone en no. 1 |
|
20368 |
der pref. aandeelen brachten van f 0,62} tot f 10,25 op. Vrije inschrijving à 125 |
|
20369 |
pct. stond open op de f 33.000 (of meer) daarna resteerende preferente aandee- |
|
20370 |
len, waarbij de inschrijvers ook met claims, den voorrang hadden. Prospectus |
|
20371 |
in deel I 1927. De uitgifte was geen succes, het garantiesyndicaat moest een groot |
|
20372 |
deel der emissie overnemen. Na deze uitgifte zijn f 2.000.000 prefer. aandeelen ge- |
|
20373 |
plaatst. Op 9 Sept. 1913 stond bij de N.I.H. de inschrijving à 99 pct. open op |
|
20374 |
f 500.000 5 pct. obligatiën groot f 1000, met coupons. 1 April en 1 Oct. |
|
20375 |
Aflossing1) in 19 jaren, voor het eerst in 1919, door jaarlijksche uitloting in Juli |
|
20376 |
van minstens 20 obligatiën, betaalbaar op 1 October d.a.v. Deze leening werd |
|
20377 |
aangegaan met het doel het vaste werkkapitaal der Vennootschap te vergroo- |
|
20378 |
ten en om uitbreiding te kunnen geven aan haar bedrijf. |
|
20379 |
Winstverdeeling: Na vermindering met 5 pct., berekend over het gestort gewone |
|
20380 |
en preferente kapitaal, eerst zoover mogelijk 10 pct. aan oprichtersbewijzen |
|
20381 |
(1/200 per bewijs). Van de geheele winst na de uitkeering op de oprichtersbewijzen |
|
20382 |
7 pct. dividend voor preferente, vervolgens tot 5 pct. dividend voor gewone |
|
20383 |
aandeelhouders. Van het restant: 10 pct. reserve, 12} pct. aan directie en 12} pct. |
|
20384 |
aan commissiarissen te zamen indien er één directeur is en 15 pct. aan directie en |
|
20385 |
10 pct. aan commissarissen te zamen indien er meer dan één directeur is. Van |
|
20386 |
de rest 2 pct. verder dividend op de gewone aandeelen en het daarna overblij- |
|
20387 |
vende aan alle aandeelhouders, waarbij een gewoon aandeel evenveel krijgt als |
|
20388 |
een preferent aandeel. Uit het reservefonds kunnen de oprichtersbewijzen per |
|
20389 |
stuk tegen minder dan f 500, of en bloc à f 500 worden ingekocht. |
|
20390 |
Dividenden op aandeelen, betaalbaar ca. Juli, 1886-1899: 6, 8}, 8.625, 9, 9}, |
|
20391 |
10, 10, 10, 9, 9, 5, 5, 4} en 5 pct .; 1900-1911: nihil; 1912-1913: 5 en 5 pct .; |
|
20392 |
1914-1924: nihil; 1925: 8 pct. (no. 19); sedert: nihil. Dividenden pref. winstd. aand .: |
|
20393 |
1925-1928: 8, 6}, 0 en 7 pct. (no. 4, 29 Juni 1929 bij de N.I.H. en bij het |
|
20394 |
hoofdagentschap der mpij.); sedert: nihil. Het dividend van 1926 werd aanvanke- |
|
20395 |
lijk gereserveerd en na realisatie van voorraden met een jaar vertraging uitge- |
|
20396 |
keerd. Dividend opr. aandeelen 1886-1895: 0, f 10,28, f 36,25, .f 40, f 45, f 50, |
|
20397 |
1) De aflossingen van 1933-1937 vonden niet plaats, omdat de kaspositie dit niet toeliet; verdere |
|
20398 |
aflossing zal niet geschieden, zoolang niet weer met winst wordt gewerkt. De directie heeft redelijke |
|
20399 |
verwachtingen, indien de productieprijzen niet verslechteren, de renteverplichtingen te kunnen blijven |
|
20400 |
voldoen. Zoolang de achterstand in de aflossing niet is ingehaald, zullen de onroerende goederen niet |
|
20401 |
verder worden bezwaard, zonder daaromtrent overleg te hebben gepleegd met de Fondsen-commissie |
|
20402 |
van de Vereeniging voor den Effectenhandel. |