|
23661 |
MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN 835 |
|
23662 |
Aanvankelijk verkreeg de mpij. 15 vergunningen voor mijnbouw- en 1 voor |
|
23663 |
petroleum-exploratie op Sumatra en 26 vergunningen en 5 concessies voor mijn- |
|
23664 |
bouw op Borneo. Na inbreng van hare Tapanoliconcessies (zie jrg. 1937 deel I), |
|
23665 |
in de hierna genoemde Marsman Algemeene Exploratie Mij., beschikt de mpij. |
|
23666 |
over: 1. 3 olieconcessies „Kloeang“, „Limau” en „Kajoe Aro”, groot resp. |
|
23667 |
2349, 3670 en 3872 H.A. loopende tot resp. 1993, 1991 en 1997. „Kloeang“ en |
|
23668 |
„Limau” staan ten name der Bataafsche Petr. Mij. die ze onder royaltycontract |
|
23669 |
exploiteert. Voor „Kajoe Aro” moet f 968,- vast recht per jaar worden |
|
23670 |
betaald. Deze drie concessies liggen alle op Sumatra in de Res. Palembang en |
|
23671 |
2. de navermelde Madoeraterreinen. |
|
23672 |
De „Bataafsche” betaalt voor „Kloeang“ te beginnen 1921 een royalty van |
|
23673 |
f 2,50 per ton van de eerste 50.000 ton, en voor elke 1000 ton meer 1} cent per |
|
23674 |
ton meer over de geheele productie berekend, tot een maximum van f 4 .- per |
|
23675 |
ton (dit wordt bereikt bij een prod. van het geheele terrein van 150.000 ton per |
|
23676 |
jaar). De Bataafsche betaalt in ieder geval een minimum van f 50.000 per jaar. |
|
23677 |
Zooals bij dading is vastgelegd (zie kleine letter „Arbitrageproces“) wordt Noord- |
|
23678 |
Kloeang (sedert 1935 inclusief het aangrenzende Toengkal-Dawas-terrein) |
|
23679 |
voortaan als een afzonderlijk royalty-terrein beschouwd met een royalty, oploo- |
|
23680 |
pend naar gelang der productie op dezelfde wijze als bij Kloeang, doch varieerend |
|
23681 |
tusschen f 1,25 en f 2,- per K.G .- ton en met een minimum van f 25.000 per jaar. |
|
23682 |
Het concessiecontract werd voor „Limau" in 1924 (opnieuw) afgesloten op onge- |
|
23683 |
veer gelijke voorwaarden als voor „Kloeang“, met dien verstande dat het |
|
23684 |
minimum zal bedragen in 1928 f 30.000; 1929 f 40.000 en verder f 50.000 per jaar. |
|
23685 |
De A. E. M. zal tevens ontvangen f 0,70 per 1000 M3. gas met 10 millioen calo- |
|
23686 |
rieën verbrandingswaarde. |
|
23687 |
„Kajoe Aro” was onder royaltycontract met de Nederlandsche Koloniale |
|
23688 |
Petroleum Mpij. Dit contract werd echter in 1924 door de A. E. M. opgezegd. |
|
23689 |
In 1928 werd besloten voor eigen rekening op deze concessie te boren of te doen |
|
23690 |
boren. Voor de exploratie van dit terrein vond na te melden emissie van |
|
23691 |
Januari 1929 plaats. Onderzoekingen vonden plaats. Eenige tonnen olie zijn op |
|
23692 |
600 M. aangeboord. In April 1937 hadden de daaromtrent loopende onderhande- |
|
23693 |
lingen nog geen vasten vorm aangenomen. |
|
23694 |
De maatschappij heeft verder de beschikking over 2 terreinen, groot plm. |
|
23695 |
12.362 H.A. op Madoera waarvan een zg. 5a boorcontract met de N. I. Regeering, |
|
23696 |
dat 30 jaar loopt, alsmede de aanwezige materialen, bij besluit van 17 Februari |
|
23697 |
1930 voor nom. f 108.000 aandeelen werden overgenomen van den heer J. A. |
|
23698 |
Hoogenboezem, die voor 10 jaar tegen f 7500 salaris per jaar als adviseur op |
|
23699 |
Madoera zal optreden en bovendien 20 pct. van de netto winst zal ontvangen. |
|
23700 |
Op 7 Mei 1930 werd besloten deze concessie te koopen voor f 192.000 aandeelen. |
|
23701 |
Het vast recht der concessie bedraagt de eerste 5 jaar f 309 per jaar en wordt |
|
23702 |
daarna wat hooger. In verband met de gunstige rapporten, werd besloten een |
|
23703 |
bestaanden put op het Rantjah-terrein, welke reeds 400 M. diep was, te verdiepen. |
|
23704 |
Men had begin 1933 reeds tot plm. 1139 Meter geboord en op verschillende |
|
23705 |
diepten oliegas aangetroffen. In 1936/37 werd een geologisch onderzoek ingesteld; |
|
23706 |
van den uitslag van het uit te brengen rapport zal het afhangen of verder zal |
|
23707 |
worden geboord. |
|
23708 |
Exploratie Maatschappij „Bengkalis“. In 1933 werden f 30.000 aand. en 30 |
|
23709 |
oprichtersbew. verkregen in de Exploratie Mij. „Bengkalis“ (zie elders). Nadat |
|
23710 |
op deze f 30.000 aandeelen begin 1935 f 60.000 bonusaandeelen waren ontvangen |
|
23711 |
werden in dat jaar nog f 180.000 aand. genomen, zoodat de A. E. Mij. thans |
|
23712 |
f 270.000 aand. en 30 oprichtersbewijzen „Bengkalis“ bezit. |