|
24706 |
MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN 853 |
|
24707 |
grootte van 690 H.A., gelegen onder Kerkrade, in het Zuid-Limburgsche kolen- |
|
24708 |
bekken en voor een klein gedeelte zich uitstrekkende in het Wormbekken (dit |
|
24709 |
laatste krachtense en in het jaar 1816 met het Koninkrijk Pruisen gesloten tractaat). |
|
24710 |
Zij is als zoodanig een voortzetting van de Aken-Maastrichtsche Spoorweg-Maat- |
|
24711 |
schappij, die tot 1925 genoemde kolenvelden exploiteerde. De venn. kan ook andere |
|
24712 |
mijnen exploiteeren en deelnemen in andere ondernemingen. |
|
24713 |
De oorspronkelijke overeenkomst tusschen den Staat en de A .- M. Spoorweg |
|
24714 |
Mij., welke in de praktijk onhoudbaar bleek te zijn, werd vervangen door een |
|
24715 |
nieuwe overeenkomst, bekrachtigd bij de wet van 28 Mei 1925, st.bl. 203. Daarbij |
|
24716 |
werd onder meer bepaald, dat de exploiteerende Mpij., in plaats van een wisse- |
|
24717 |
lende vergoeding, zou betalen een vast bedrag van 50 cents per ton gewonnen |
|
24718 |
kolen, waaronder is te verstaan de bruto-productie verminderd met 15 pct. In- |
|
24719 |
gaande 1 Jan. 1932 is de royalty-clausule van de overeenkomst aangevuld in dier |
|
24720 |
voege dat de Regeering jaarlijks bepaalt hoeveel de royalty per ton fijnkolen |
|
24721 |
bedraagt, met een maximum van 50 en een minimum van 10 ct. per ton. De Min. |
|
24722 |
v. Financiën zal de royalty slechts op lager dan 50 cent stellen, wanneer de |
|
24723 |
kolenprijzen zoo laag zijn, dat naar zijn oordeel dit bedrag te zwaar op dien prijs |
|
24724 |
drukt. Als fijnkolen worden beschouwd 40 pct. van de bruto-productie na aftrek |
|
24725 |
van zeef- en waschverliezen e.d. |
|
24726 |
Ingaande 1 Mei 1937 werd de royalty clausule nogmaals gewijzigd, welke wijzi- |
|
24727 |
ging is goedgekeurd bij de wet van 8 April 1937. Bij deze wet is de door de mij. |
|
24728 |
te betalen vergoeding vastgesteld op 20 ct. per ton gewonnen kolen met een |
|
24729 |
minimum van f 40.000 waarbij de verkoopbare netto productie als maatstaf wordt |
|
24730 |
aangenomen, na aftrek van alle eigen gebruik. Over het tijdvak van 1 Jan. 1934 |
|
24731 |
t/m 30 April 1937 werd de vergoeding vastgesteld op 7 ct. per ton netto-productie, |
|
24732 |
na aftrek van alle eigen gebruik. De overeenkomst loopt tot ultimo December |
|
24733 |
1952 en wordt geacht na dezen datum stilzwijgend te worden verlengd, zoolang |
|
24734 |
zij niet, met inachtneming van een termijn van twee jaar door een der partijen |
|
24735 |
zal zijn opgezegd. Er zijn twee uitdelvingschachten genaamd „Willem“ en „HI |
|
24736 |
Willem", benevens twee luchtschachten met ophaal-inrichting. De schacht II Willem |
|
24737 |
kwam April 1927 gereed. De mpij. bezit 84 beambten- en arbeiderswoningen en |
|
24738 |
heeft 93 H.A. grond in eigendom. De mpij. werd opgericht met medewerking van |
|
24739 |
de Scheepvaart- en Steenkolen Mpij. te Rotterdam. |
|
24740 |
Kapitaal f 6.000.000, verdeeld in 5950 gewone aandeelen, groot |
|
24741 |
f 1000, geheel geplaatst en 10 prioriteitsaandeelen, groot f 5000, alle geplaatst. De |
|
24742 |
Scheepvaart- en Steenkolen Mpij. nam alle prioriteits- en f 5.450.000 gewone aan- |
|
24743 |
deelen bij de oprichting à pari over, met de verplichting overeenkomstig het liqui- |
|
24744 |
datiebesluit daarvan een deel ter beschikking te houden voor de aandeelhouders |
|
24745 |
der oude Maatschappij. Op f 500.000 dezer aandeelen stond 15 Juli 1925 de in- |
|
24746 |
schrijving open o.a. bij de R. B. V. à 100 pct. Officieele noteering 1 Sept. 1925. |
|
24747 |
Prospectus in deel I 1926. De laatste f 500.000 gewone aandeelen werden 15 |
|
24748 |
Sept. 1926 door de Scheepvaart- en Steenkolen Mpij. à pari genomen, waarbij de |
|
24749 |
overige aandeelhouders pro rata van hun bezit recht van voorkeur hadden. De |
|
24750 |
houders der overige aandeelen konden van hun recht van voorkeur gebruik maken |
|
24751 |
door zich vóór 10 Sept. 1926 op te geven aan de Directie. |
|
24752 |
Winstverdeeling: na afschrijving en reserveering door het bestuur te bepalen, |
|
24753 |
eerst 5 pct. dividend aan aandeelhouders en van de overwinst 7} pct. aan commis- |
|
24754 |
sarissen, 5 pct. aan de directie en de rest ter beschikking van de Algemeene Ver- |
|
24755 |
gadering. |
|
24756 |
Dividend 1925/26-1928/29: nihil; 1929/30 en 1930/31: 5 en 4 pct. (no. 2, 22 Juli |
|
24757 |
1931 bij de venn. en bij de R. B. V.); 1932/33-1936/37: nihil. |