Page 778 in yearbook 1939

Page 778 in yearbook 1939

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1939 vanoss_1939_domestic 778 740 content 1384 × 2300 1939/91967

Blocks on this page 0

No blocks have been marked on this page.

Page content 57

The raw OCR output of this page, line by line.
17472 740 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN
17473 voor uitbreiding. Aflossing:1) te beginnen met 1 Juli 1928 in 30 gelijke jaarlijksche
17474 termijnen door uitloting in Maart ter uitbetaling 1 Juli d.a.v. Vervroegde aflossing
17475 vanaf 1 Juli 1932 met 3 maanden opzegging voorbehouden. De maatschappij zal
17476 geen nieuwe hypothecaire schuld mogen aangaan, zoolang deze leening niet zal
17477 zijn afgelost, tenzij deze leening in een te verleenen hypotheek gelijken rang heeft.
17478 De inschrijving op de geheele leening stond 15 Juni 1927 open bij de A. B. en O.
17479 & Zn. à 99₺ pct. Prospectus in deel I 1928.
17480 4 pct. hypothecaire obligatiën2), groot f 1000, met coupons
17481 per 1 April en 1 Oct. Deze eerste hypothecaire leening van 1899, groot f 1.200.000,
17482 is thans geheel uitgegeven. Zij diende tot conversie der 42 pct. leening van 1893,
17483 waarvan de rente met ingang van 1 April 1895 tot 4 pct. werd gereduceerd.
17484 Trustee is de Nederl. Trust-Mpij. Aflossing door jaarlijksche uitloting à pari, in
17485 Maart, betaalbaar 1 April d.a.v. Jaarlijks moet minstens f 20.000 worden uit-
17486 geloot.2) Voor de uitstaande bedragen dezer leeningen zie men de balans. De stuk-
17487 ken van beide leeningen zijn slechts leverbaar indien zij den nieuwen naam der
17488 mpij. dragen, waartoe zij konden worden verwisseld bij de A. B.
17489 Directeuren: Mr. F. A. Schwartz en J. L. van Reede. Commissarissen: Mr. P.
17490 Hofstede de Groot en H. W. van Marle te Amsterdam en Jhr. G. C. Op ten Noort
17491 te Middelburg.
17492 Adres : Amsterdam, H. Kadijk 43.
17493 Koersen 4 pct. obligatiën 1917: 854-85; 1920: 74-72; 1925: 893-84}; 1930: 981-90; 1931: 101-90;
17494 1932: 95-80; 1933: 994-812; 1934: 94-83}; 1935: 87-72}; 1936: 8913/16-673/16; 1937: 978-85.
17495 Koersen 5 pct. obligatiën 1927: 10015/16-92}; 1930: 104-1001; 1931: 105-96}; 1932: 1043-75};
17496 1933: 871-59; 1934: 691-424; 1935: 601-49; 1936: 6615/16-40; 1937: 793-50.
17497 Koersen pref. aand. 1915: E.K. 100}; 1920: 115-104}; 1925: 118-104; 1930: 129-115; 1931: 131-97;
17498 1932: 103{-534; 1933: 62-272; 1934: 341-15; 1935: 233-112; 1936: 357-12; 1937: 45g-10g.
17499 Koersen gew. aand. 1918: 137-128; 1920: 160-140; 1925: 188-145}; 1930: 235-172; 1931: 1947-139;
17500 1932: 146-38; 1933: 541-183/16; 1934: 2415/16-10}; 1935: 155/16-8}; 1936: 25-81/16; 1937: 62}-18}.
17501 1) Op 7 April 1936 keurden obligatiehouders in hun 2e vergadering goed het voorstel der venn. om:
17502 1. de verplichte uitlotingen en aflossingen van 1936 t/m 1940 op te schorten tot 1958 t/m 1962;
17503 2. op de coupons van 1 Juli 1936 t/m 1 Jan. 1941 f 15 (= 3 pct.) te betalen in plaats van f 25
17504 (5 pct.) en het te weinig betaalde bij aflossing der obligaties bij te betalen.
17505 3. bij hervatting der aflossing in 1941 jaarlijks ten minste f 55.000 te besteden tot inkoop of uit-
17506 loting van ten minste 50 obligatiën plus opgeloopen rente. Inkoop zal evt. geschieden bij inschrijving,
17507 waarbij voor alle aangenomen obligatiën hetzelfde zal worden betaald, doch de laagst aangeboden
17508 stukken het eerst en zoo vervolgens zullen worden aangenomen. Bij grooter aanbod dan het beschik-
17509 baar bedrag, wordt geloot tusschen de stukken die tot inkoopprijs zijn aangeboden. Bij kleiner aanbod
17510 dan het beschikbare bedrag vindt voor het restant uitloting plaats.
17511 4. Indien de venn. in een der jaren 1936 t/m 1940 tot winstuitkering besluit, vervallen de sub 1.
17512 en 2. genoemde bepalingen en moet de aflossing en de rentebetaling volledig worden hervat te be-
17513 ginnen met de alsdan loopende coupon.
17514 2) Op 13 Maart 1936 machtigden de oblig.houders den Trustee geen maatregelen te nemen, indien
17515 In 1936 t/m 1940 niet wordt uitgeloot en afgelost, tenzij vóór het tijdstip waarop de achterstallige ver-
17516 plichte aflossingen zijn ingehaald:
17517 a. de Trustee na een elk jaar voor het eerst in 1936 in te stellen onderzoek concludeert, dat het in
17518 het belang van obligatiehouders is, dat de aflossing geheel of gedeeltelijk plaats vindt en er dan geen
17519 aflossing geschiedt; (t/m 1938 heeft de Trustee geconcludeerd dat aflossing niet moest plaats vinden);
17520 b. het bestaande crediet door den bankier wordt beperkt of opgezegd (is t/m 1938 niet geschied);
17521 c. in genoemde jaren aflossing zou plaats vinden van 5 pct. obligatiën of meer dan 3 pct. rente op de
17522 5 pct. obligatiën mocht worden betaald, of later de niet volgens het oorspronkelijk plan geschiede af-
17523 lossing op de 5 pct. leening naar verhouding in sneller tempo zou worden ingehaald, dan die op de
17524 4 pct. oblig .;
17525 d. de aflossingen op de 4 pct. leening voor zoover die dan nog achterstallig mochten zijn uiterlijk
17526 in de jaren 1960 en volgende niet zouden zijn geschied;
17527 e. de mpij .- debitrice surséance van betaling aanvraagt of failliet wordt verklaard;
17528 f. de mpij .- debitrice in 1936-1940 winst uitkeert.