|
25435 |
882 MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN |
|
25436 |
met haar verwante Duitsche onderneming, de Westrheinische Tiefbohr- und Schacht- |
|
25437 |
bau Ges. te Düsseldorf. Genoemde Gewerkschaft bezat ulto Maart 1930, 236.18.37 |
|
25438 |
H.A. gronden, 948 arbeiders- en 69 beambtenwoningen. In 1933 werd opgericht |
|
25439 |
de N.V. Mij. tot Exploitatie van Octrooien „Barywa“, welke het wasscherij- |
|
25440 |
procédé „de Vooys" met toenemend succes exploiteert. Verder heeft de Neder- |
|
25441 |
landsche Maatschappij t.o.v. Steenkolenvelden nog belang bij kolenhandelver- |
|
25442 |
eenigingen, bij een inkoop vereeniging van grondstoffen etc. In 1933 sloot de |
|
25443 |
maatschappij zich voor den tijd van 8 jaren aan bij het Rheinisch-Westfälische |
|
25444 |
Kohlen-Syndicaat. In 1936 werd met de Staatsmijnen in Limburg een overeen- |
|
25445 |
komst aangegaan. |
|
25446 |
Kapitaal: f 20.060.000, verdeeld in 60 pref. aandeelen van f 1000 op naam (uit- |
|
25447 |
gegeven tot wering van vreemde invloeden) en 2000 gew. aand. van f 10.000 aan |
|
25448 |
toonder, splitsbaar in onderaand. van f 500, waarvan geplaatst resp. f 48.000 en |
|
25449 |
f 10.000.000. Voor den inbreng werden f 7.000.000 gew. aand. afgegeven, terwijl |
|
25450 |
f 5.000.000 onderhands plaatsing vonden, in boekjaar 1919/20 f 1.700.000, in |
|
25451 |
boekjaar 1920/21 f 3.000.000 en in boekjaar 1922/23 f 600.000 door de aandeel- |
|
25452 |
houders werden genomen. Van de sedert geplaatste f 17.300.000 aandeelen werden |
|
25453 |
er in 1929, ingevolge overeenkomst tusschen schuldeischers en aandeelhouders, |
|
25454 |
f 7.178.500 afgegeven ter betaling der schulden tot dat bedrag, terwijl aandeel- |
|
25455 |
houders bovendien f 7.300.000 aandeelen ter beschikking der vennootschap stel- |
|
25456 |
den, zoodat sedert f 10.000.000 gewone aandeelen uitstaan. De offers van aan- |
|
25457 |
deelhouders stelden de mpij. in staat alle tot 1 Nov. 1929 geleden verliezen af te |
|
25458 |
schrijven. |
|
25459 |
Winstverdeeling: eerst 6 pct. aan preferente aandeelhouders; daarna 6 pct. aan |
|
25460 |
gewone aandeelhouders over hun aandeelen, beide cumulatief vanaf 1 April 1920. |
|
25461 |
Van de rest: 10 pct. aan de directie en 5 pct. aan commissarissen. Van het meer- |
|
25462 |
dere ¿ aan den Staat en & aan de vennootschap, totdat deze laatste uit dit deel |
|
25463 |
der winst 4 pct. over de geplaatste aandeelen heeft ontvangen. Van het dan over- |
|
25464 |
blijvende & aan den Staat en { aan de vennootschap. De in de laatste 2 zinnen |
|
25465 |
genoemde twee deelen voor de vennootschap komen ter beschikking van de alg. |
|
25466 |
verg. ten behoeve van de gewone aandeelhouders. |
|
25467 |
Dividend gewone aandeelen: t/m 1937/38: nihil; preferente aandeelen t/m. 1932/33: |
|
25468 |
nihil; 1933/34: 84 pct .; 1934/35 - 1937/38: telkens 6 pct. |
|
25469 |
Ter gedeeltelijke betaling van de mijnbelangen, zoowel als ter bestrijding der |
|
25470 |
sommen, benoodigd voor de voorloopige ontginning der terreinen, werd een 6 p c t. |
|
25471 |
eerste hypothecaire obligatieleening gecreeerd, groot |
|
25472 |
f 10.000.000, waarvan f 6.000.000 onderhands plaatsing vonden en f 4.000.000 |
|
25473 |
bij publieke emissie werden uitgegeven in stukken groot f 1000, met coupons |
|
25474 |
per 1 Febr. en 1 Aug. Aflossing à pari moest volgens de oorspronkelijke voor- |
|
25475 |
waarden der leening geschieden in 1922 t.e.m. 1941. Tot en met 1924 werd f 865.000 |
|
25476 |
afgelost, waarna de uitloting eerst 5, en daarna weder 5 jaar werd opgeschort. |
|
25477 |
Volgens het laatste opschortingsbesluit, d.d. 25 November 1929 genomen, zal |
|
25478 |
verdere aflossing geschieden op 1 Febr. der jaren 1935 t/m. 1951 van resp. 324, |
|
25479 |
343, 364, 386, 409, 433, 459, 487, 516, 547, 580, 614, 651, 690, 732, 776 en 824 |
|
25480 |
obligatiën. Loting telkens in November te voren. Op 1 Aug. 1935 werd nom. |
|
25481 |
f 1.000.000 extra afgelost; op 1 Sept. 1936, 1 Jan. 1938 en 1 Maart 1939 werden |
|
25482 |
resp. f 500.000, f 1.000.000 en f 900.000 afgelost, vertegenwoordigende de verplich- |
|
25483 |
te aflossingen van 1938 t/m 1942 en f 226.000 van 1943. Hierna staan nog f 4.704.000 |
|
25484 |
obligatiën uit. Ter gelegenheid van het eerste uitstel, op 10 Oct. 1924 verleend, ver- |
|
25485 |
plichtte de mpij. zich tot - en zorgde voor - omzetting der op de bezittingen der |
|
25486 |
mpij. rustende hypotheek in Marken tot een in Guldens en wel tot het volle bedrag |