Scanned page
| Yearbook | Vol. | Seq | P.no | Type | Size | File |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1939 | vanoss_1939_domestic |
922 | 884 | content | 1386 × 2309 | 1939/92111 |
Blocks on this page 1
Company header
Oost-Borneo-Maatschappij
Main
Page content 51
| 25548 | 884 MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN |
| 25549 | Boekjaren 19 24/2 5-1 9 2 8/2 9. Jaarverslagen zijn over deze jaren niet gepubliceerd. Een |
| 25550 | mededeeling dienaangaande is opgenomen op pag. 1021 van deel I, jrg. 1930. |
| 25551 | Bruto - producties der Gewerkschaft Sophia Jacoba 1924/25-1933/34 resp. 294.431, 421.908 |
| 25552 | 618.458, 619.978, 734.321, 934.348, 1.093.027, 1.213.871, 1.305.365 en 1.264.164 ton. |
| 25553 | Netto - producties 1934/35-1937/38 resp. 958.286, 1.101.765, 1.029.712 en 1.149.208 ton. |
| 25554 | Bovendien werden in 1935/36-1937/38 resp. 75.204, 100.720 en 100.609 ton eier-briketten geproduceerd. |
| 25555 | Uit Verslag 1937 / 3 8 blijkt dat de moeilijkheden tot opvoering der productie door het gebrek |
| 25556 | aan arbeidskrachten nog grooter waren dan verleden jaar. |
| 25557 | OOST-BORNEO-MAATSCHAPPIJ N.V., gevestigd te Amsterdam, kantoor |
| 25558 | houdende te 's-Gravenhage. Opgericht 29 Maart 1897. |
| 25559 | Doel: Het drijven van mijnontginningen, landbouwbedrijf en industrieele on- |
| 25560 | dernemingen enz. De vennootschap kan ook deelnemen in of zich financieel inte- |
| 25561 | resseeren bij soortgelijke ondernemingen of consortia. Steenkolenontginning. |
| 25562 | De mpij. exploiteert een kolenbedrijf aan de Mahakamrivier op Borneo, waar |
| 25563 | zij de hierna vermelde concessies bezit. Omtrent een vruchtelooze actie tot af- |
| 25564 | stooting van het kolenbedrijf zie men deel I 1935 pag. 993. Te Samarinda is een |
| 25565 | verkoopkantoor gevestigd. Het kolentransport dat vroeger met gecharterde |
| 25566 | schepen en een eigen schip geschiedde, vond van 1928 t/m 1937 door de K.P.M., |
| 25567 | doch sedert weder met gecharterde schepen plaats. |
| 25568 | Exploitatie-overeenkomst met de „Koninklijke”. De maatschappij sloot in 1902 |
| 25569 | met de „Koninklijke“ een exploitatiecontract, volgens hetwelk door laatstgenoem |
| 25570 | de aan de Oost Borneo Maatschappij voor de eerste honderduizend ton ruwe |
| 25571 | olie op hare concessies Moeara en Pelarang gewonnen, een royalty zou worden |
| 25572 | uitgekeerd van f 4,25 per ton, terwijl vervolgens de cijns f 1,25 per ton gewonnen |
| 25573 | olie zou bedragen. Nadat de exploitatie gedurende 1905 51.392 ton had opgeleverd, |
| 25574 | waren inclusief de productie der voorgaande 3 jaren de eerste 100.000 ton petro- |
| 25575 | leum bereikt, en ontvangt de maatschappij dus voor het verdere product een royalty |
| 25576 | van f 1,25 per ton. De concessies werden op de Koninklijke overgeschreven. Nadat |
| 25577 | op Pelarang op één plaats vruchteloos tot 1000 M. was geboord, werd de tweede |
| 25578 | boring op 1654 M. gestaakt zonder olie te hebben aangetroffen. Een nader onder- |
| 25579 | zoek ligt wel in het voornemen der „Koninklijke“, doch omtrent het tijdstip is |
| 25580 | niets bekend. |
| 25581 | Concessies en deelnemingen: Behalve de beide genoemde petroleumconcessies, |
| 25582 | bezat de maatschappij aanvankelijk de steenkolenconcessie Batoe Panggal, waar- |
| 25583 | van de lagen voor zoover verkend reeds 12.000.000 ton steenkolen bevatten; |
| 25584 | ulto 1919 werden haar nog verleend de steenkolenconcessies Boesang en Sigian |
| 25585 | en begin 1920 Loeah-Lemas en Batoe-Bebal; al deze concessies zijn gelegen aan |
| 25586 | de Mahakamrivier. Begin 1922 werden verkregen de petroleum- en gasconces- |
| 25587 | sies Kari Orang bij de Sangkoelirangbaai, voor welke 2 concessies royaltycontracten |
| 25588 | liepen met de Ned. Kol. Petr. Mpij. Van deze mpij. werden begin 1923 nog over- |
| 25589 | genomen de steenkolenconcessies B. Oetak en S. Pinang aan de Boengaloen- |
| 25590 | rivier. Ook werden royaltycontracten met deze mpij. gesloten voor 4 petroleum- |
| 25591 | · concessies Koetei I, II, III, en IV, gelegen bij de Sangkoelirangbaai. In 1924 droeg |
| 25592 | de Ned. Kol. Petr. Mij. echter alle olie- en gasconcessies weer op de Oost-Borneo |
| 25593 | Mij. over, en verviel daardoor ook het royalty-contract. Een nieuw royalty-contract |
| 25594 | met deze mpij. werd in 1929 aangegaan voor de concessies te Koetei III, IV en X. |
| 25595 | Nadat een boring op IV op 800 M. wegens technische moeilijkheden was gestaakt, |
| 25596 | werd nog geen nieuwe boring op deze terreinen aangezet. De „Koloniale“ heeft |
| 25597 | echter optie tot 13 Februari 1941 en betaalde t/m 1938 een minimum royalty van |
| 25598 | f 17.500 per jaar. Verder werd in 1929 door het concern Mitsui Bussan Kaisha optie |