|
3892 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN 471 |
|
3893 |
aflossing: (indien gedeeltelijk, na loting), mag met 3 maanden waarschuwing ge- |
|
3894 |
schieden. De venn. mag de onroer. goederen welke bij hare oprichting door W. v. d. |
|
3895 |
Lugt & Zn. N.V. zijn ingebracht niet hyp. bezwaren zoolang deze leening niet |
|
3896 |
geheel is afgelost. Trustee Ned. Adm. & Trustkantoor. |
|
3897 |
Winstverdeeling: na afschrijvingen en reserveeringen en na voldoening van even- |
|
3898 |
tueele verplichtingen tot rentebetaling jegens obligatiehouders, eerst tot 6 pct. |
|
3899 |
dividend op de aandeelen. Van wat resteert komt 25 pct. aan de directie, doch |
|
3900 |
niet meer dan 5 pct. per directeur en 5 pct. aan den Raad van Commissarissen, |
|
3901 |
terwijl de rest ter beschikking is van de A. V. Beneden 1 pct. wordt dividend niet |
|
3902 |
uitgekeerd. |
|
3903 |
Dividend 1929/30: 15 pct .; sedert: nihil. Dividendbewijzen no. 1 en volgende be- |
|
3904 |
hooren bij de aandeelen. |
|
3905 |
Directie: L. A. Burgers, Ir. H. G. Gentis, R. Gransberg, W. G. A. M. v. d. Lugt, |
|
3906 |
A. H. W. v. d. Lugt en Ch. Tordoir. Commissarissen: Mr. K. P. v. d. Mandele, |
|
3907 |
John v. d. Bergh, Prof. Ir. D. Dresden, Dr. A. C. van Rossem en M. Sanders. |
|
3908 |
Adres: Rotterdam, Kreekweg 105. |
|
3909 |
Koersen aandeelen 1935: 20g-34; 1936: 184-24; 1937: 50-15; 1938: 214-10. |
|
3910 |
Koersen 4} pct. obl. 1934: 541-43; 1935: 621-18; 1936: 401-124; 1937: 711-39]; 1938: 62g-411. |
|
3911 |
Koersen 54 pct. obl. 1934: 80-692; 1935: 85-24; 1936: 45-164; 1937: 85-47; 1938: 75-581. |
|
3912 |
Uitstel rentebetaling en aflossing. Op voorwaarde, dat 50 pct. van het kapitaal |
|
3913 |
zou worden afgeschreven, werden in een op 14 Dec. 1935 gehouden 2e vergadering van obligatiehou- |
|
3914 |
ders de volgende door het Bestuur geamendeerde voorstellen aangenomen: |
|
3915 |
1. De in de coupons der 4} pct. leening van 1 Mei 1936 t/m 1 Nov. 1940 en der 5} pct. leening |
|
3916 |
van 1 Juli 1936 t/m 1 Jan. 1941 vermelde vaste rente wordt op de resp. vervaldagen niet voldaan. |
|
3917 |
2. In de plaats daarvan zal binnen een maand na de vaststelling van de balans over de boekjaren |
|
3918 |
1936/37 t/m 1940/41 aan obligatiehouders tegen inlevering van voornoemde coupons in mindering op |
|
3919 |
de verschuldigde rente, zooveel aan rente worden betaald als de winst na afschrijvingen en reserveerin- |
|
3920 |
gen, doch vóór eenige uitkeering aan aandeelhouders, in dat jaar toelaat met een maximum van 4} pct. |
|
3921 |
resp. 5} pct., verhoogd met zooveel als aan de volle rente over een voorgaand jaar resp. voorafgaande |
|
3922 |
jaren nog ontbreekt. Het deel der coupons, hetwelk na vaststelling van de balans over 1940/41 nog niet |
|
3923 |
betaalbaar is, moet uiterlijk einde 1941 worden voldaan, tenzij vóór dien tijd overeenkomstig de trust- |
|
3924 |
acten een nadere regeling is getroffen. |
|
3925 |
3. De aflossingen der 4} pct. obligatiën van 1936 t/m 1953 en der 5} pct. obligatiën van 1937, 1938 |
|
3926 |
en 1939 worden vijf jaren verschoven. De te verrichten aflossingen worden telkens verminderd met het |
|
3927 |
nom. bedrag aan obligatiën dat drie maanden voor den aflossingsdatum aan den trustee ter vernieti- |
|
3928 |
ging is overgelegd en verkregen werd door inkoop ter beurze of door inschrijving. De voorwaarden van |
|
3929 |
inschrijving worden door de vennootschap onder goedkeuring van den Trustee vastgesteld. |
|
3930 |
4. Aan den trustee wordt ten behoeve van beide leeningen eerste hyp. verstrekt op de onroerende |
|
3931 |
goederen der venn. aan de Nassauhaven (plm. 12000 M2), de Persoonshaven (plm. 5400 M2), den Kreek- |
|
3932 |
weg (plm. 45.487 M2) en de Nijverheidstraat (plm. 4000 M2) te Rotterdam en op die te Leerdam (plm. |
|
3933 |
187.000 M2), alles met opstallen, machines en werktuigen, voor zoover onroerend. Bij vervreemding van |
|
3934 |
verhypothekeerde goederen zal royement worden verleend en de opbrengst, met uitzondering van die |
|
3935 |
van gebruikte machines en werktuigen, zal worden aangewend voor inkoop van obligatiën ter beurze of |
|
3936 |
bij inschrijving, tenzij de trustee besteding voor een ander doel goedvindt. |
|
3937 |
5. Het onder 1. en 2. en in den eersten zin van 3. vervalt voor de toekomst, zoodra de A.V. tot |
|
3938 |
dividendbetaling besluit. |
|
3939 |
Rentebetaling uit winst. De trustee was van meening, op grond van de hiervorengenoemde besluiten, |
|
3940 |
dat de mij. de winst over 1936/37 ad f 98.217 aan obligatiehouders beschikbaar moest stellen. De mij. |
|
3941 |
daarentegen was van meening, dat deze winst niet aan obligatiehouders behoorde te komen, zoolang de |
|
3942 |
balans nog een verlies van vorige jaren aanwijst. |
|
3943 |
De trustee heeft dit standpunt niet kunnen aanvaarden en heeft betaling van de mij. geëischt. Na |
|
3944 |
gehouden besprekingen werd aan obligatiehouders een dading voorgesteld, welke in de 2e vergadering |
|
3945 |
d.d. 17 Maart 1938 van obligatiehouders werd goedgekeurd. Deze dading komt in het kort hierop neer, |
|
3946 |
dat gedurende de boekjaren 1936/37, 1937/38, 1938/39, 1939/40 en 1940/41 de halve winst voor uitkee- |
|
3947 |
keering op de coupons der obligaties zal worden gebruikt, zoolang er nog een verliessaldo bestaat, het- |
|
3948 |
welk niet zal worden verhoogd uit hoofde van op de bestaande obligatieleeningen verschuldigde rente, |
|
3949 |
doch evt. wel uit anderen hoofde (in geval van verliezen in volgende boekjaren), terwijl de andere helft |
|
3950 |
voor afschrijving van het verliessaldo zal worden besteed. De uitkeering aan obligatiehouders welke |
|
3951 |
telkens op 1 Mei volgende op de vaststelling van de betreffende balans geschiedt bedraagt maximaal 4} resp. |
|
3952 |
5 pct. per jaar op vorenstaande leeningen, verhoogd met zooveel als aan een rente van 4} resp. 5} pct. |
|
3953 |
over een voorgaand(e) jaar (en) nog ontbreekt. Hetgeen obligatiehouders ingevolge deze regeling min- |