|
16379 |
692 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN |
|
16380 |
f 600 = f 1.500.000 en 325 6 pct. cum. preferente winstdeelende |
|
16381 |
aandeelen, serie III à f 1000 = f 325.000, waarvan geplaatst resp. |
|
16382 |
f 40.000, f 1.000.000, nihil en f 325.000. De mij. mag tot f 500.000 eigen aan- |
|
16383 |
deelen inkoopen. Op 1 Jan. 1939 bevonden zich f 127.000 ingekochte 6 pct. cum. |
|
16384 |
preferente aandeelen in de portefeuille der mij. Er staan 100 winstbewijzen |
|
16385 |
uit, welke uit winst à f 2500 per stuk kunnen worden afgelost. Oorspronkelijk waren |
|
16386 |
de gewone aandeelen, serie II f 1000 groot en stonden er f 1.500.000 cum. pref. |
|
16387 |
winstd. aand. serie III uit. Deze laatste waren 30 Oct. 1919 à pari bij inschrijving |
|
16388 |
ten kantore van A.B. en T.B. geplaatst. Bij de reorganisatie van 1927 werd |
|
16389 |
60 pct. op de gew. aand. serie II afgeschreven, terwijl tegen betaling van f 235.000 |
|
16390 |
contanten en afgifte van f 940.000 5 pct. obligatiën, f 1.175.000 6 pct. cum. pref. |
|
16391 |
aandeelen werden ingetrokken, waarna de thans geplaatste bedragen werden |
|
16392 |
bereikt. Voor de afgeschreven 60 pct. op de gewone aandeelen serie II, werden 2500 |
|
16393 |
afschrijvingsbewijzen, uitgereikt. Deze bewijzen zijn uit een deel der winst aflos- |
|
16394 |
baar met f 600 in geld of in aandeelen der serie IIA, groot f 600. Van de |
|
16395 |
sedert 1928 niet uitgekeerde winsten werd t/m 1938/39 f 297.076 aangewend voor |
|
16396 |
inkoop van een niet opgegeven aantal afschrijvingsbewijzen. |
|
16397 |
Winstverdeeling: na afschrijvingen eerst 6 pct. cumulatief op de pref. aandeelen |
|
16398 |
Serie III, voorts 6 pct. op de pref. aandeelen Serie I, daarna 6 pct. op gew. aan- |
|
16399 |
deelen Serie II en IIA. Van de overwinst komt: 1. 10 pct. aan het reservefonds |
|
16400 |
(max. f 1.000.000); is dit bereikt dan wordt het beschikbare bedrag gebezigd |
|
16401 |
tot aflossing van winstbewijzen à f 2500 per stuk bij uitloting. Zijn alle bewijzen |
|
16402 |
uitgeloot, dan komt de dotatie weer aan 't reservefonds, totdat dit 25 pct. van |
|
16403 |
het gepl. kapitaal bedraagt. Zoodra en zoolang het reservefonds dit percentage |
|
16404 |
bedraagt, komt de dotatie aan aandeelhouders Serie II, IIA en III (te verdeelen |
|
16405 |
als onder 4 aangegeven), 2. 1 pct. aan elk winstbewijs. Ingeval winstbewijzen |
|
16406 |
zijn afgelost of aflosbaar gesteld, komt hetgeen aan die bewijzen zou toekomen |
|
16407 |
aan aandeelhouders serie II, IIA en III (tusschen hen te verdeelen op de wijze als |
|
16408 |
onder 4 vermeld); 3. 5 pct. aan commissarissen; 4. 75 pct. aan aandeelhouders |
|
16409 |
serie II, IIA en III met dien verstande dat de houder van een aandeel serie II |
|
16410 |
en/of IIA 9 maal zooveel daarvan ontvangt als de houder van aandeel serie III. |
|
16411 |
Zoolang niet alle afschrijvingsbewijzen zijn afgelost, geschiedt ingevolge boven- |
|
16412 |
staande verdeeling geen uitkeering aan houders van aandeelen serie II en IIA en |
|
16413 |
aan houders van winstbewijzen en blijft de toevoeging van 10 pct. aan de reserve |
|
16414 |
achterwege, doch wordt dit hierdoor vrijkomende gedeelte der winst aangewend |
|
16415 |
allereerst tot aflossing der afschrijvingsbewijzen. |
|
16416 |
Dividend pref. aandeelen Serie I 1920-1923: telkens 6 pct .; 1924-1928: nihil; |
|
16417 |
1929-1938: telkens 6 pct. Dividend cum. pref. winstdeelende aandeelen serie III |
|
16418 |
4e kwartaal 1919: f 1850 (7.4 pct.); 1920-1923: 6}, 6, 6 en 6 pct. (no. 5); 1924- |
|
16419 |
1927: nihil; 1928: 30.3 pct., waarvan 24 pct. achterstallig; 1929-1938: 6.2, 6, 6, |
|
16420 |
6, 6, 6, 6, 6, 6 en 6 pct. (no. 16, 19 Juni 1939 bij de A.B. en T.B. te Amsterdam). |
|
16421 |
Dividend aandeelen serie II 4e kwartaal 1919: f 48,50 (19.4 pct.); 1920: 10} pct. |
|
16422 |
1921: 6 pct .; sedert: nihil. Winstbewijzen: 4e kwartaal 1919: f 149,40; 1920: f 210,58; |
|
16423 |
sedert: nihil. |
|
16424 |
Directie: H. J. Hollenkamp Jr. en L. Slangen. Commissarissen: Mr. H. A. van |
|
16425 |
Nierop, B. H. Vroom Wzn. en W. J. R. Dreesmann. |
|
16426 |
Adres : Amsterdam, Singel 468. |
|
16427 |
Koersen cum. pref. winstd. aand. 1920: 93-85; 1925: 69-50; 1930: geen koers; 1931: E.K. 100 |
|
16428 |
sedert: geen koers. |