|
14860 |
664 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN |
|
14861 |
afgegeven aan een groot-crediteur, waardoor diens vordering met f 200.000 werd |
|
14862 |
verminderd. |
|
14863 |
Het kapitaal bedroeg daarna f 800.000, verdeeld in 2000 6 pct. preferente |
|
14864 |
winstdeelende aandeelen groot f 250, waarvan geplaatst 1600 stuks |
|
14865 |
(1200 oude, gereduceerde- en 400 nieuwe aandeelen geplaatst bij bovengenoemden |
|
14866 |
crediteur) en 3000 gewone aandeelen groot f 100, waarvan geplaatst |
|
14867 |
2115 stuks (de gereduceerde gewone aandeelen). De maatschappij mag 12} pct. |
|
14868 |
van het geplaatst kapitaal inkoopen. Er staan verder 4000 winstbewijzen uit (zie |
|
14869 |
winstverdeeling). Deze bewijzen zijn preferent voor f 500, vóór de pref. winst- |
|
14870 |
deelende aandeelen. |
|
14871 |
De plaatsing van het vroegere kapitaal geschiedde als volgt: bij de oprichting |
|
14872 |
f 600.000 gewone- en f 600.000 cum. pref. winstd. aandeelen. Door onderhandsche |
|
14873 |
plaatsing stegen deze bedragen in 1919 tot resp. f 900.000 en f 1.200.000, terwijl |
|
14874 |
in April 1920 het bedrag aan geplaatste gewone aandeelen door den inbreng in |
|
14875 |
na te noemen N.V. „Tabu” met f 1.215.000 tot f 2.115.000 steeg. De in 1919 uit- |
|
14876 |
gegeven f 20.000 pref. aandeelen werden uitgegeven ter handhaving van het natio- |
|
14877 |
naal karakter der vennootschap. Alle aandeelen waren groot f 1000. |
|
14878 |
De emissies vonden als volgt plaats: op 12 Dec. 1917 o.a. bij de R. B. V. f 600.000 |
|
14879 |
cum. pref. winstdeelende aandeelen (toen) groot f 1000 à 100 pct., incl. dividend |
|
14880 |
eerste boekjaar (van 13} maand). Deze aandeelen welke 16 Febr. 1918 officieele |
|
14881 |
noteering verkregen, zijn sedert 25 Juni 1924 slechts leverbaar mits voorzien van |
|
14882 |
de afstempeling op f 250 en vervallenverklaring van het cumulatierecht. Prospec- |
|
14883 |
tus aan het einde van deel II, 1917/18. De 400, bij de reorganisatie geplaatste |
|
14884 |
pref. winstdeelende aandeelen ad f 250 verkregen 26 Juni 1924 officiële noteering. |
|
14885 |
Op 25 Sept. 1919 introduceerde de fa. Arn. Gilissen & Co. een beperkt bedrag |
|
14886 |
gewone aandeelen (toen) groot f 1000 à 225 pct., incl. dividend 1919. Prospectus |
|
14887 |
aan het einde van deel I, 1920. Deze gewone aandeelen, die 15 Juli 1920 officieele |
|
14888 |
noteering verkregen, zijn sedert 26 Juni 1924 slechts leverbaar mits voorzien van |
|
14889 |
de afstempeling op nom. f 100. Voor het indertijd aan de Tabu verstrekte bewijs |
|
14890 |
voor 1215 aand. van f 1000, werden 1215 stukken van f 100 afgegeven, welke |
|
14891 |
met de afgestempelde stukken dooreen leverbaar zijn. In vereeniging met de |
|
14892 |
Internat. Tabakshandel Mpij., met welk mpij. sedert Oct. 1919 een belangen- |
|
14893 |
gemeenschap bestond, werd op 12 April 1920 opgericht de N.V. Tabaks-Unie. Over |
|
14894 |
deze mpij. zijn meerdere gegevens onder de rubriek „diversen“ vermeld. Bij hare |
|
14895 |
oprichting verkeeg zij f 1.215.000 aandeelen „Philips“ en f 1.350.000 aandeelen |
|
14896 |
„Intern. Tabak”. De Tabaksunie en de Int. Tabakshandel Mij. (zie deel I 1926) |
|
14897 |
werden in 1922 beide failliet verklaard. Door de genoemde Int. Tab. Hand. Mij. |
|
14898 |
en de Tabaksind. v.h. Gebr. Philips werd indertijd een garantie voor kapitaal en |
|
14899 |
interest van f 4.000.000 door de Tabu uitgegeven obligatiën verleend. De Tab. |
|
14900 |
Ind. v.h. Gebr. Philips werd door den curator der Tabu om nakoming van hare |
|
14901 |
verplichtingen verzocht. In verband met den toestand van de Tab. Ind. v.h. Gebr. |
|
14902 |
Philips, werd echter een regeling met de Tabu-obligatiehouders getroffen, waarvoor |
|
14903 |
men zie onder Tabaksunie elders in dit deel. |
|
14904 |
Winstverdeeling: na afschrijvingen, te bepalen door het bestuur, eerst 60 pct. |
|
14905 |
der winst aan de houders der winstbewijzen (obligatiehouders „Tabu“, door hen te |
|
14906 |
verdeelen als elders onder „Tabu” vermeld). Nadat van het overblijvende op voor- |
|
14907 |
stel van het bestuur door de A. V. is bepaald, welk bedrag op nieuwe rekening over- |
|
14908 |
gaat en/of welk bedrag eventueel extra moet worden gereserveerd, eerst 6 pct. |
|
14909 |
dividend op de pref. winstdeelende aandeelen, vervolgens tot 6 pct. dividend op |
|
14910 |
de gewone aand. en van het restant 10 pct. aan de reserve (facultatief als deze |
|
14911 |
de helft van het geplaatst kapitaal bedraagt), 15 pct. aan de directie, 15 pct. aan |