Scanned page
| Yearbook | Vol. | Seq | P.no | Type | Size | File |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1941 | vanoss_1941_domestic |
866 | 824 | content | 1382 × 2132 | 1941/98938 |
Blocks on this page 1
Company header
Algemeene Exploratie Maatschappij
Main
Page content 45
| 23892 | MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN. |
| 23893 | (Nederland en Koloniën). |
| 23894 | N.V. ALGEMEENE EXPLORATIE MAATSCHAPPIJ, gevestigd te 's-Graven- |
| 23895 | hage en kantoorhoudende te Amsterdam. Opgericht: 17 October 1905. |
| 23896 | Doel: het verkrijgen in eigendoms- of gebruiksrecht van grondbezittingen, zoo- |
| 23897 | wel in Europa als in andere werelddeelen, ten einde die te exploiteeren uit mijn- |
| 23898 | bouwkundig oogpunt of, zoo gewenscht tot exploitatie daarvan over te gaan. |
| 23899 | De venn. is bevoegd tot alle handelingen die in verband met het vorenomschreven |
| 23900 | doel voor haar nuttig of noodig zijn. |
| 23901 | De mpij. beschikt na inbreng van eenige vergunningen en terreinen aan de |
| 23902 | hierna genoemde Marsman Algemeene Exploratie Mij., over: 1e. 3 olieconcessies |
| 23903 | „Kloeang“, „Limau” en „Kajoe Aro”, groot resp. 2349, 3670 en 3872 H.A. |
| 23904 | loopende tot resp. 1993, 1991 en 1997. „Kloeang“ en „Limau” staan ten name |
| 23905 | der Bataafsche Petr. Mij. die ze onder royaltycontract exploiteert. Voor „Kajoe |
| 23906 | Aro" moet f 968,- vast recht per jaar worden betaald. Deze drie concessies |
| 23907 | liggen op Sumatra alle in de Res. Palembang; 2e. de navermelde olieterreinen |
| 23908 | op Madoera, groot 12.362 H.A .; 3e. de navermelde in 1939 verleende 3-jarige |
| 23909 | exploratievergunning op 2 terreinen groot ca. 236.000 K.M.2 in Iran (Perzië). |
| 23910 | De „Bataafsche“ betaalt voor „Kloeang“ te beginnen 1921 een royalty van |
| 23911 | f 2,50 per ton van de eerste 50.000 ton, en voor elke 1000 ton meer 1} cent per |
| 23912 | ton meer over de geheele productie berekend, tot een maximum van f 4 .- per |
| 23913 | ton (dit wordt bereikt bij een prod. van het geheele terrein van 150.000 ton per |
| 23914 | jaar): De Bataafsche betaalt in ieder geval een minimum van f 50.000 per jaar. |
| 23915 | Zooals bij dading is vastgelegd (zie onder „Arbitrageproces“ in jrg. 1939) wordt |
| 23916 | Noord-Kloeang (sedert 1935 incl. het aangrenzende Toengkal-Dawas-terrein) |
| 23917 | voortaan als een afzonderlijk royalty-terrein beschouwd met een royalty, oploo- |
| 23918 | pend naar gelang der productie op dezelfde wijze als bij Kloeang, doch varieerend |
| 23919 | tusschen f 1,25 en f 2,- per K.G .- ton en met een minimum van f 25.000 per jaar. |
| 23920 | Het concessiecontract werd voor „Limau" in 1924 (opnieuw) afgesloten op onge- |
| 23921 | veer gelijke voorwaarden als voor „Kloeang“, met dien verstande dat het |
| 23922 | minimum zal bedragen in 1928 f 30.000; 1929 f 40.000 en verder f 50.000 per jaar. |
| 23923 | De A. E. M. zal tevens ontvangen f 0,70 per 1000 M3. gas met 10 millioen calo- |
| 23924 | rieën verbrandingswaarde. |
| 23925 | „Kajoe Aro” was onder royaltycontract met de Nederlandsche Koloniale |
| 23926 | Petroleum Mpij. Dit contract werd echter in 1924 door de A. E. M. opgezegd. |
| 23927 | In 1928 werd besloten -voor eigen rekening op deze concessie te boren of te doen |
| 23928 | boren. Voor de exploratie van dit terrein vond na te melden emissie van |
| 23929 | Januari 1929 plaats. Onderzoekingen vonden plaats. Eenige tonnen olie zijn op |
| 23930 | 600 M. aangeboord. Volgens verslag 1936 (d.d. April 1937) hadden de daar- |
| 23931 | omtrent loopende onderhandelingen nog geen vasten vorm aangenomen; in de |
| 23932 | verslagen over 1937-1939 wordt er over gezwegen. |
| 23933 | De maatschappij heeft verder de beschikking over 2 terreinen, groot plm. |
| 23934 | 12.362 H.A. op Madoera, waarvan een zg. 5a boorcontract met de N. I. Regeering, |
| 23935 | dat 30 jaar loopt, alsmede de aanwezige materialen, bij besluit van 17 Februari |
| 23936 | 1930 voor nom. f 108.000 aandeelen, werden overgenomen van den heer J. A. |