|
25337 |
850 MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN |
|
25338 |
Volgens het laatste opschortingsbesluit, d.d. 25 November 1929 genomen, zal |
|
25339 |
verdere aflossing geschieden op 1 Febr. der jaren 1935 t/m. 1951 van resp. 324, |
|
25340 |
343, 364, 386, 409, 433, 459, 487, 516, 547, 580, 614, 651, 690, 732, 776 en 824 |
|
25341 |
obligatiën. Loting telkens in November te voren. Op 1 Aug. 1935 werd nom. |
|
25342 |
f 1.000.000 extra afgelost; op 1 Sept. 1936, 1 Jan. 1938, 1 Mrt. 1939 en 15 Oct. 1939 |
|
25343 |
werden resp. f 500.000, f 1.000.000, f 900.000 en f 1.000.000 afgelost, vertegen- |
|
25344 |
woordigende de verplichte aflossingen van 1938 t/m 1944 en f 163.000 van 1945. |
|
25345 |
Hierna staan nog f 3.704.000 oblig. uit. Ter gelegenheid van het eerste uitstel, op |
|
25346 |
10 Oct. 1924 verleend, verplichtte de mpij. zich tot - en zorgde voor - omzet- |
|
25347 |
ting der op de bezittingen der mpij. rustende hypotheek in Marken tot een in Gul- |
|
25348 |
dens en wel tot het volle bedrag van f 10.000.000 Recht tot algeheele aflossing of |
|
25349 |
versterking van de in het aflossingsplan aangegeven jaarl. ter aflossing bestemde be- |
|
25350 |
dragen voorbehouden met een opzeggingstermijn van ten minste drie maanden. De |
|
25351 |
mpij. mag ter beurze of elders inkoopen. De ingekochte bedragen kunnen |
|
25352 |
in mindering worden gebracht van de verplichte aflossingstermijn waarvoor de |
|
25353 |
ingekochte stukken bij den Trustee ter vernietiging zijn ingeleverd. Ten behoeve |
|
25354 |
van obligatiehouders hebben de betrokken Gewerkschaften eene eerste hypotheek |
|
25355 |
in het Grundbuch doen inschrijven op 15 maximaal-velden van de Rheinische |
|
25356 |
Bohrgesellschaft, 34 van de Deutsch-Oesterreichsche Bergwerksgesellschaft en |
|
25357 |
29 van de familie Honigmann. De hypotheekrechten dezer acte hebben niet |
|
25358 |
alleen betrekking op de terreinen met hun kolenrijkdom, reeds bestaande schach- |
|
25359 |
ten en machinerieën, doch ook op de nog te bouwen schachten en de nog op de |
|
25360 |
terreinen bij verdere ontginning nieuw op te stellen machinerieën. |
|
25361 |
Trustee: het Nederlandsch Administratie- en Trustkantoor te Amsterdam. |
|
25362 |
Op 26 April 1917 stond bij de R.B.V. de inschrijving à pari open op f 4.000.000 |
|
25363 |
obligatiën, welke op 21 November 1918 in de officieele noteering te Amsterdam |
|
25364 |
werden opgenomen. Prospectus in deel I, 1917/18. |
|
25365 |
Regeeringscommissaris: Mr. Dr. T. J. Verschuur te 's-Hage. Commissarissen: |
|
25366 |
Dr. F. H. Fentener van Vlissingen, voorzitter en J. W. van Beuningen, |
|
25367 |
secretaris te Utrecht, D. G. van Beuningen en A. Gips, te R'dam, J. F. van |
|
25368 |
Hengel te A'dam, Mr. Dr. H. van Manen te Zeist en B. E. Ruys te Rotterdam. |
|
25369 |
Directie: Prof. Ir. Is. P. de Vooys. |
|
25370 |
Adres: Arnhem, Ernst Casimirlaan 5. |
|
25371 |
Koersen 1917: 10118/16-100; 1920: 831-60; 1925: 791-591; 1930: 814-75; 1931: 90-70; 1932: 84-65; |
|
25372 |
1933: 913-79; 1934: 993-80}; 1935: 101-90; 1936: 103}-97; 1937: 106g-102; 1938: 1052-97. |
|
25373 |
1939: 106}-97. |
|
25374 |
Voornaamste bepalingen uit de overeenkomst (1920/21) tusschen |
|
25375 |
Nederland en de Duitsche regeering inzake de mijnvelden der „Ned. Mij. tot ontg. |
|
25376 |
van steenkolenvelden, welke gelegen zijn bij de grens van Limburg. De Duitsche regeering verklaart |
|
25377 |
zich bereid toe te staan dat deze velden worden ontgonnen door het delven van mijnschachten, die |
|
25378 |
zoowel op Nederl. als op Duitsch grondgebied kunnen liggen. Duitschland staat toe, zonder daaraan |
|
25379 |
voorwaarden te verbinden, dat met het oog op de natuurlijke verhoudingen ten aanzien van de gren- |
|
25380 |
zen en den afzet der kolen, 50 pct. van de opbrengst der mijnschachten, gelegen op Duitsch grensgebied, |
|
25381 |
van 1 April 1920-31 Maart 1954 rechtstreeks naar Nederland wordt uitgevoerd in hoeveelheden, die |
|
25382 |
1} millioen ton per jaar niet te boven mogen gaan. Ten aanzien van heffingen of rechten op den uit- |
|
25383 |
voer wordt overeengekomen, dat deze heffingen tot 31 Dec. 1923 niet meer mogen beloopen dan de |
|
25384 |
helft van het verschil tusschen den Duitschen prijs in het binnenland en den prijs voor uitvoer naar |
|
25385 |
Nederland en dat zij niet hooger mogen zijn dan die op de kolen uit de mijnen van het „Reinisch-West- |
|
25386 |
falisches Kohlensyndikat". Van de 1 Jan. 1924-31 Maart 1954 is het gedeelte van 50 pct., van de |
|
25387 |
opbrengst, waarvoor de uitvoer rechtstreeks naar Nederland is toegestaan, vrij van heffingen en uitvoer- |
|
25388 |
rechten. Duitsche binnenlandsche heffingen, zooals belasting op steenkool enz. worden voldaan over- |
|
25389 |
eenkomstig de bepalingen, die alsdan van toepassing zullen zijn. |
|
25390 |
Hieronder volgt de voornaamste bepaling uit de overeenkomst der Maat- |
|
25391 |
schappij met den Staat der Nederlanden. De Vennootschap verbindt zich, indien en |
|
25392 |
voor zoover de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel dit verlangt, de steenkolen, steenkolen- |
|
25393 |
briketten en cokes, welke zij uit de hierboven bedoelde steenkolenvelden verkrijgt, en mag uitvoeren, |
|
25394 |
naar Nederland te voeren en op de Nederlandsche markt te verkoopen op straffe van een boete van |
|
25395 |
10 voor elke ton ten aanzien waarvan overtreding geschiedt. |