Page 1109 in yearbook 1913

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1913 vanoss_1913 1109 1017 content 1735 × 2437 1913/16878

Blocks on this page 2

Profit distribution Stoomvaart Maatschappij Triton.
Main
8744
3 lines

Page content 52

The raw OCR output of this page, line by line.
20180 SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN (Nederland en Koloniën). 1017
20181 Winstverdeeling 1911: Dividend 7 pct. f 28.000; bedrijfsbelasting f 770; tantièmes
20182 f 1.402.03; dividendsaldo op nieuwe rekening f 1.364.45; (1910: winstsaldo ad f 97.03 op
20183 nieuwe rekening geboekt).
20184 Uit Verslag 1911. In den loop van 1911 trad een stijging der vrachtprijzen in,
20185 waarvan ook wij hebben geprofiteerd. Van ernstige averijen bleven wij verschoond.
20186 Wij hebben ons s.s. „Texel" tot een bevredigend cijfer verkocht, zoodat onze vloot
20187 begin 1912 bestaat uit 3 schepen, tezamen 12550 ton, en die een waarde hebben
20188 boven de boekwaarde. De vooruitzichten voor 1912 zijn gunstig, ofschoon de exploi-
20189 tatiekosten en kolenprijzen stijgen en de arbeidsverhoudingen spannender worden.
20190 Stoomvaart-Maatschappij Zeeland, (Koninklijke Neder-
20191 landsche Postvaart) gevestigd te Vlissingen, Londen, Berlijn
20192 en New-York. Opgericht 22 Juni 1875. Duur tot 31 December.
20193 1909. Do el: Het uitoefenen van een geregeld passagiers- en goederenvervoer
20194 door middel van stoomschepen tusschen Vlissingen en Engeland. Geschie-
20195 denis: Kapitaal: thans (Oct. 1912) groot f 2.020.500, bedroeg bij
20196 de oprichting f 2.000.000, waarvan toen f 800.000 was geplaatst. In
20197 Juli 1875 werden nog f 700.000 aandeelen à pari uitgegeven, en
20198 f 700.000 5 pct. obligatiën tot den koers van 95 pct. Einde 1876
20199 werd overgegaan tot de uitgifte van f 3.200.000 43 pcts. obligatiën
20200 waarop tot den koers van 961 pct. den 5 December 1876 de inschrijving
20201 was opengesteld. Deze obligatiën waren rechtstreeks en onvoorwaarde-
20202 lijk door Prins Hendrik der Nederlanden (de eere-voorzitter der mpij.)
20203 vour aflossing gewaarborgd. (Zie den jaargang 1907, blz. 851). In Sep-
20204 tember 1882, kwam een overeenkomst tot stand, volgens welke door de
20205 erfgenamen van den in 1879 overleden prins, de nog uitstaande f 2.913.000
20206 obligatiën geheel zouden worden afgelost, hetgeen in October d.a.v. ge-
20207 schiedde. De erfgenamen ontvingen daartegen à pari volgens overeen-
20208 komst f 1.456.500 aandeelen B, preferent voor f 25, uit de winst, na
20209 afschrijvingen, en 1600 bewijzen van deelgerechtigdheid, welke laatste
20210 in 1883 door de Mpij. werden ingekocht, benevens het door Prins
20211 Hendrik aan de Mpij. gedaan renteloos voorschot van f 110.815. Volgens
20212 art. 3 derzelfde overeenkomst werd het overige kapitaal gereduceerd tot
20213 50 pct., en zoodoende werd het gebracht van f 1.169.000 op f 584.500, zoodat
20214 na deze regeling het kapitaal bedroeg f 2.041.000, verdeeld in twee seriën :
20215 de eerste serie, in gewone aandeelen A, groot f 584.500, de tweede serie, in
20216 preferente aandeelen B, groot f 1.456.500. In 1899 werd elk dezer beide
20217 seriën op de helft verminderd; derhalve tot f 292.250 gewone aandeelen A
20218 en f 728.250 pref. aandeelen B, tezamen f 1.020.500. In Juni 1911 nam de Mpij.
20219 t. Exploit. v. S.S. f 1.000.000 aandeelen à 100 pct. over, terwijl van de prefe-
20220 rente aandeelen het recht van preferentie werd afgekocht door ver-
20221 goeding van f 50 per stuk, zoodat het kapitaal thans (October 1912)
20222 bestaat uit f 2.020.500 aandeelen, en verdeeld in 3 seriën, t.w.
20223 de serie A, ad f 292.250, in stukken groot f 250 en (f 125), serie
20224 B, ad f 728.250, in stukken groot f 250 en serie C, ad f 1.000.000, in stukken
20225 groot f 250. (De storting op de aand. serie C moest geschieden ,,vóór 31 Dec.
20226 1912", zie balans). Winstverdeeling: sedert 1911 (voor de voorafgaan-
20227 de winstverdeeling zie men jaarg. 1911, blz. 920): Van de winst wordt, na
20228 de noodige afschrijvingen, aan aandeelhouders 5 pct. uitgekeerd. Van
20229 het alsdan overblijvende komt 10 pct. aan het reservefonds, 5 pct. aan
20230 de commissarissen, 5 pct. aan de directie, 5 pct. aan de hoofdambtenaren
20231 en 75 pct. aan de aandeelhouders. Dividenden: 1875-81 nihil,