|
36077 |
SPOORWEGFONDSEN. 1051 |
|
36078 |
leening (11e-20e serie) was 30 Jan. 1914 tot den koers van 100} pct. de in- |
|
36079 |
schrijving opengesteld, eveneens met voorkeursrecht voor aandeelhouders |
|
36080 |
en oprichters. Aflossing, coupons en coupures als bij de stukken der |
|
36081 |
le-10e serie. Geheele of gedeeltelijke aflossing niet vóór 1919 geoorloofd. |
|
36082 |
Voor de op 1 Jan. 1915 uitstaande bedragen zie men de tabel „Specificatie |
|
36083 |
Obligatieschuld". Dit tweede gedeelte (serie 11-20) heeft ter beurze af- |
|
36084 |
zonderlijke noteering terwijl het eerste gedeelte (serie 1-10) geheel ten |
|
36085 |
onrechte dooréén genoteerd wordt met de 43 pct. obligatiën |
|
36086 |
13-20e serie der uitgifte in 1914 ad f 20.000.000 en de le-6e serie der uit- |
|
36087 |
gifte van 1915 ad f 20.000.000, voor welke afwijkende aflossingsbepalingen |
|
36088 |
gelden (zie hieronder). |
|
36089 |
Koersen 1913 der serie 1-10: 1007/1-102}; 1914: 100g-1022; 1915: 992-94. |
|
36090 |
Koersen 1914 der serie 11-20: 100%-1026; 1915: 994-94. |
|
36091 |
Mij. t. Expl. v. Staatsspoorwegen, 4 pct. leeningen |
|
36092 |
van 1901, 1902, 1908, 1911 en 1913. Eene leening groot |
|
36093 |
f 15.000.000 in 15 seriën van f 1.000.000 werd goedgekeurd op de |
|
36094 |
algemeene vergadering, gehouden 12 Juni 1900, en uitgegeven in |
|
36095 |
twee gedeelten, het eerst de leening groot f 8.000.000, d.d. 1 Ja- |
|
36096 |
nuari 1901, à pari, op 19 December 1900, ten tweede de leening |
|
36097 |
groot f 7.000.000 d.d. 1 Januari 1902 à 100} pct. Voorts besloot |
|
36098 |
de op 14 Februari 1908 gehouden vergadering een geldleening te creëeren |
|
36099 |
van f 15.000.000. Hiervan werden in 1908 de seriën 1-8 (f 8.000.000) |
|
36100 |
d.d. 16 Maart 1908 uitgegeven. De inschrijving op deze obligatiën was |
|
36101 |
op 3 Maart 1908 met voorkeursrecht voor aandeelhouders en houders van |
|
36102 |
oprichtersbewijzen, tot den koers van 100 pct. opengesteld. De |
|
36103 |
overige seriën dezer leening bestaan uit 3} pct. obligatiën, uitgegeven in |
|
36104 |
1909 (zie aldaar). Op 15 Maart 1911 stond de inschrijving open op |
|
36105 |
f 8.000.000 (1e-8e serie) der leening 1911, groot f 15.000.000, à 1003 pct .; |
|
36106 |
in Januari 1913 werden de seriën 9-15 uitgegeven à 972 pct. Aandeel- |
|
36107 |
houders en oprichters hadden telkens recht van voorkeur. De obli- |
|
36108 |
gatiën dezer leeningen zijn dooréén leverbaar. Obligatiën groot |
|
36109 |
f1000; coupons 1 Jan. en 1 Juli; aflossing in 60 jaren. Jaarlijksche |
|
36110 |
aflossing der obligatiën 1901 voor het eerst op 1 Jan. 1902 en de obliga- |
|
36111 |
tiën 1902 voor het eerst op 1 Januari 1903, resp. ad f 34.000 en f 30.000 |
|
36112 |
vermeerderd met de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. |
|
36113 |
Van de leening 1908 is aflosbaar met 1 Januari 1909 f 34.000 en vervolgens |
|
36114 |
jaarlijks gelijk bedrag vermeerderd met de vrijgevallen rente. Uitloting |
|
36115 |
in October, losbaar den len Januari d.a.v. Van de leening 1911 is f 34.000 |
|
36116 |
op 1 Januari 1912 à pari aflosbaar en elk volgend jaar gelijk bedrag ver- |
|
36117 |
meerderd met de vrijgevallen rente, zoodat de geheele leening in 60 jaren |
|
36118 |
is afgelost. Geheele of gedeeltelijke aflossing van al deze leeningen te allen |
|
36119 |
tijde à pari toegestaan. Bij naasting door den Staat is deze be- |
|
36120 |
voegd zich in de plaats der Maatschappij te stellen. Voor de op 1 Jan. |
|
36121 |
1915 uitstaande bedragen der diverse leeningen zie men de tabel „Specifi- |
|
36122 |
catie Obligatieschuld". |
|
36123 |
1905 1906 1907 1908 1909 1910 1911 1912 1913 1914 |
|
36124 |
Hoogste koers 1048 1044 103 103% 103g 1032 1014 100₴ 98 98ª |
|
36125 |
Laagste koers 1023 1018 100 100 1012 100% 1004 98 94 94 04 |
|
36126 |
Koersen 1915: 941-86g. |