|
36127 |
1052 SPOORWEGFONDSEN. |
|
36128 |
Mij. tot Expl. van Staatsspoorwegen. 42 pct. Leening |
|
36129 |
van 1914 en 1915. Deze uitgifte bestaat uit de 13-20e serie der lee- |
|
36130 |
ning van 1914, goedgekeurd bij besluit der alg. vergadering van 22 Juni |
|
36131 |
1914 en uit de 1e-6e serie der leening 1915, goedgekeurd bij besluit der |
|
36132 |
algemeene vergadering van 24 Juni 1915, in totaal dus groot f 14.000.000. |
|
36133 |
De inschrijving op deze obligatiën stond open op 7 October 1915 tot den |
|
36134 |
koers van 97§ pct. Obligatiën, groot f 1000, met coupons per |
|
36135 |
1 April en 1 October. Aflossing à pari door uitloting in 60 jaren; |
|
36136 |
voor het eerst op 1 April 1917 ad f 50.000 en verder op 1 April van elk vol- |
|
36137 |
gend jaar zoodanige som als ten vorigen jare vermeerderd met vrijgevallen |
|
36138 |
rente. Uitloting in October, aflosbaarstelling op 1 April d.a.v. |
|
36139 |
Geheel of gedeeltelijke aflossing voorbehouden. Bij naasting door den |
|
36140 |
Staat is deze bevoegd zich in de plaats der mpij. te stellen. Deze obligatiën |
|
36141 |
worden geheel ten onrechte dooréén genoteerd met de |
|
36142 |
1e-10e serie der leening van 1913 (zie boven). |
|
36143 |
Mpij. tot Exploit. van Staatsspoorwegen. 4 pcts. |
|
36144 |
obligatiën van 1903 en van 1907. De leening van 1903 |
|
36145 |
wordt gevormd door de serien 1-8 ad f 1.000.000 elk der leening groot |
|
36146 |
f 15.000.000, uitgegeven 1 April 1903 à 101 pct. (De resteerende f 7.000.000 dezer |
|
36147 |
leening, werden dd. 1 Maart 1905 als 3} pets. obligatiën uitgegeven). De lee- |
|
36148 |
ning van 1 April 1907 wordt gevormd door de seriën 7-15 (de seriën 1-6 zijn |
|
36149 |
in 1906 als 3} pets. obligatiën uitgegeven), der leening van f 15.000.000 tot |
|
36150 |
welker uitgifte de op 21 Juni 1905 gehouden vergadering van aandeelhou- |
|
36151 |
ders besloot. De inschrijving op deze f 9.000.000 was op 13 Maart 1907 |
|
36152 |
tot den koers van 100} pct. opengesteld. Obligatiën groot |
|
36153 |
f 1000 met coupons 1 April en 1 October. Aflossing à pari in |
|
36154 |
60 jaar door jaarlijksche uitlotingen in October, ter betaling op 1 April |
|
36155 |
d.a.v. Jaarlijksche aflossing der obligatiën 1903 voor het eerst in 1904 |
|
36156 |
ad f 34.000 en der obligatiën 1907 voor het eerst in 1908 ad f 38.000, ver- |
|
36157 |
meerderd met de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. |
|
36158 |
De Maatschappij behoudt zich het recht voor alle of een deel der nog uit- |
|
36159 |
staande obligatiën te allen tijde à pari af te lossen. Voor de op 1 Jan. |
|
36160 |
1915 uitstaande bedragen zie men de tabel „Specificatie Obligatieschuld". |
|
36161 |
1905 1906 1907 1908 1909 1910 1911 1912 1913 1914 |
|
36162 |
Hoogste koers 103 3ª 1032 1018 100 98 982 |
|
36163 |
Laagste koers 1022 1018 100 100 1013 100% 100% 982 94 94} |
|
36164 |
Koersen 1915: 941-872. |
|
36165 |
Mij. t. Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pct. leening van |
|
36166 |
1887, groot f 17.239.000, waarvan de eerste uitgifte van 5 seriën elk à |
|
36167 |
f 1.000.000 plaats vond in October 1887 ter conversie der 5 pct. leening van |
|
36168 |
1873, en de tweede uitgifte van 12 seriën, elk à f 1.000.000 en eene serie à |
|
36169 |
f 239.000 in Januari 1888 geschiedde ter conversie van alle toenmaals be- |
|
36170 |
staande 4 pcts. leeningen. Koers van uitgifte telkens 97 pct. Houders van |
|
36171 |
aflosbaar gestelde obligatiën hadden bij de inschrijving den voorrang, daarna |
|
36172 |
de houders van aandeelen en van bewijzen van oprichtersrechten. Obli- |
|
36173 |
gatiën groot f 1000; coupons 1 Mei en 1 November. Aflos- |
|
36174 |
sing, aangevangen in 1888 bij jaarlijksche uitloting in October van 0.7 pct. |
|
36175 |
van het bedrag der leening, vermeerderd met de vrijgevallen rente, be- |
|
36176 |
taalbaar à pari November d.a.v. Vervroegde aflossing voorbehouden. Uit- |
|
36177 |
staand bedrag 1 Januari 1915: zie tabel „Specificatie Obligatieschuld". |