|
40940 |
SPOORWEGFONDSEN. 1167 |
|
40941 |
en oprichters, tot den koers van 100} pct. Obligatiën, groot |
|
40942 |
f 1000; coupons 1 April en 1 October; aflossing in 60 jaren. Jaarlijksche |
|
40943 |
aflossing, voor het eerst op 1 April 1915 ad f 35.000 en in volgende jaren |
|
40944 |
vermeerderd met de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. |
|
40945 |
Uitloting in October, losbaar den len April d.a.v. Geheele of gedeelte- |
|
40946 |
lijke aflossing dezer leening is geoorloofd. Bij naasting door den Staat |
|
40947 |
is deze bevoegd zich in de plaats der Mpij. te stellen. Op het restant dezer |
|
40948 |
leening (11e-20e serie) was 30 Jan. 1914 tot den koers van 100} pct. de in- |
|
40949 |
schrijving opengesteld, eveneens met voorkeursrecht voor aandeelhouders |
|
40950 |
en oprichters. Aflossing, coupons en coupures als bij de stukken der |
|
40951 |
le-10e serie. Geheele of gedeeltelijke aflossing niet vóór 1919 geoorloofd. |
|
40952 |
Voor de op 1 Jan. 1917 uitstaande bedragen zie men de tabel „Specificatie |
|
40953 |
Obligatieschuld". Dit tweede gedeelte (serie 11-20) heeft ter beurze af- |
|
40954 |
zonderlijke noteering terwijl het eerste gedeelte (serie 1-10) geheel ten |
|
40955 |
onrechte dooréén genoteerd wordt met de 4} pct. obligatiën |
|
40956 |
13-20e serie der uitgifte in 1914 ad f 20.000.000 en de le-6e serie der uit- |
|
40957 |
gifte van 1915 ad f 20.000.000, voor welke afwijkende aflossingsbepalingen |
|
40958 |
gelden (zie hieronder). |
|
40959 |
Koersen 1913 der serie 1-10: 100/1 .- 1024; 1914: 100g-1023; 1915: 994-94; 1916: 1013-952- |
|
40960 |
Koersen 1914 der serie 11-20: 1003-102}; 1915: 994-94; 1916: 102-952. |
|
40961 |
Mij. t. Expl. v. Staatsspoorwegen, 4 pct. leeningen |
|
40962 |
van 1901, 1902, 1908, 1911 en 1913. Eene leening groot |
|
40963 |
f 15.000.000 in 15 seriën van f 1.000.000 werd goedgekeurd op de |
|
40964 |
algemeene vergadering, gehouden 12 Juni 1900, en uitgegeven in |
|
40965 |
twee gedeelten, het eerst de leening groot f 8.000.000, d.d. 1 Ja- |
|
40966 |
nuari 1901, à pari, op 19 December 1900, ten tweede de leening |
|
40967 |
groot f 7.000.000 d.d. 1 Januari 1902 à 100} pct. Voorts besloot |
|
40968 |
de op 14 Februari 1908 gehouden vergadering een geldleening te creëeren |
|
40969 |
van f 15.000.000. Hiervan werden in 1908 de seriën 1-8 (f 8.000.000) |
|
40970 |
d.d. 16 Maart 1908 uitgegeven. De inschrijving op deze obligatiën was |
|
40971 |
op 3 Maart 1908 met voorkeursrecht voor aandeelhouders en houders van |
|
40972 |
oprichtersbewijzen, tot den koers van 100 pct. opengesteld. De |
|
40973 |
overige seriën dezer leening bestaan uit 33 pct. obligatiën, uitgegeven in |
|
40974 |
1909 (zie aldaar). Op 15 Maart 1911 stond de inschrijving open op |
|
40975 |
f 8.000.000 (1e-8e serie) der leening 1911, groot f 15.000.000, à 100} pct .; |
|
40976 |
in Januari 1913 werden de seriën 9-15 uitgegeven à 972 pct. Aandeel- |
|
40977 |
houders en oprichters hadden telkens recht van voorkeur. De obli- |
|
40978 |
gatiën dezer leeningen zijn dooréén leverbaar. Obligatiën groot |
|
40979 |
f 1000; coupons 1 Jan. en 1 Juli; aflossing in 60 jaren. Jaarlijksche |
|
40980 |
aflossing der obligatiën 1901 voor het eerst op 1 Jan. 1902 en de obliga- |
|
40981 |
tiën 1902 voor het eerst op 1 Januari 1903, resp. ad f 34.000 en f 30.000 |
|
40982 |
vermeerderd met de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. |
|
40983 |
Van de leening 1908 is aflosbaar met 1 Januari 1909 f 34.000 en vervolgens |
|
40984 |
jaarlijks gelijk bedrag vermeerderd met de vrijgevallen rente. Uitloting |
|
40985 |
in October, losbaar den len Januari d.a.v. Van de leening 1911 is f 34.000 |
|
40986 |
op 1 Januari 1912 à pari aflosbaar en elk volgend jaar gelijk bedrag ver- |
|
40987 |
meerderd met de vrijgevallen rente, zoodat de geheele leening in 60 jaren |
|
40988 |
is afgelost. Geheele of gedeeltelijke aflossing van al deze leeningen te allen |
|
40989 |
tijde à pari toegestaan. Bij naasting door den Staat is deze be- |