|
40990 |
1168 SPOORWEGFONDSEN. |
|
40991 |
voegd zich in de plaats der Maatschappij te stellen. Voor de op 1 Jan. |
|
40992 |
1917 uitstaande bedragen der diverse leeningen zie men de tabel „Specifi- |
|
40993 |
catie Obligatieschuld". |
|
40994 |
1905 1906 1907 1908 1909 1910 1911 1912 1913 1914 |
|
40995 |
Hoogste koers 104₴ 1044 103 1034 103g 1032 101} 100₴ 98 98% |
|
40996 |
Laagste koers .............. 102} 1018 100 100 1019 100% 1004 98 94 94 |
|
40997 |
Koersen 1915: 942-868; 1916: 982-862. |
|
40998 |
Mij. tot Expl. van Staatsspoorwegen. 42 pct. Leening |
|
40999 |
van 1914 en 1915. Deze uitgifte bestaat uit de 13-20e serie der lee- |
|
41000 |
ning van 1914, goedgekeurd bij besluit der alg. vergadering van 22 Juni |
|
41001 |
1914 en uit de 1e-6e serie der leening 1915, goedgekeurd bij besluit der |
|
41002 |
algemeene vergadering van 24 Juni 1915, in totaal dus groot f 14.000.000. |
|
41003 |
De inschrijving op deze obligatiën stond open op 7 October 1915 tot den |
|
41004 |
koers van 978 pct. Obligatiën, groot f 1000, met coupons per |
|
41005 |
1 April en 1 October. Aflossing à pari door uitloting in 60 jaren; |
|
41006 |
voor het eerst op 1 April 1917 ad f 50.000 en verder op 1 April van elk vol- |
|
41007 |
gend jaar zoodanige som als ten vorigen jare vermeerderd met vrijgevallen |
|
41008 |
rente. Uitloting in October, aflosbaarstelling op 1 April d.a.v. |
|
41009 |
Geheel of gedeeltelijke aflossing voorbehouden. Bij naasting door den |
|
41010 |
Staat is deze bevoegd zich in de plaats der mpij. te stellen. Deze obligatiën |
|
41011 |
worden geheel ten onrechte dooréén genoteerd met de |
|
41012 |
le-10e serie der leening van 1913 (zie boven). 4 pct. obligatiën |
|
41013 |
1915, goedgekeurd bij besluit van 24 Juni 1915, uitgegeven 30 Juni |
|
41014 |
- 5 Juli 1917, tot den koers van 100 pct., met voorkeursrecht voor aan- |
|
41015 |
deelhouders en oprichters, uitgeoefend door nummeropgave. Van deze |
|
41016 |
obligatiën, die in coupons en coupures aan de overige 4} pct. |
|
41017 |
stukken gelijk zijn, werden op genoemde data f 10.000.000 geëmitteerd, zijnde |
|
41018 |
de 7e-16e serie der 4} pct. leening 1915. Zij worden eveneens geheel |
|
41019 |
ten onrechte dooréén genoteerd met de bovenomschreven 4} pct. |
|
41020 |
oblig. 1914/1915 en met die van 1913. Omtrent de aflossing toch is |
|
41021 |
bepaald dat deze à pari zal geschieden door uitloting in 60 jaren; voor het |
|
41022 |
eerst op 1 April 1918 f 35.000 en verder op 1 April van elk volgend jaar |
|
41023 |
zoodanige som als ten vorigen jare, vermeerderd met vrijgevallen rente. |
|
41024 |
Uitloting in October, aflosbaarstelling op 1 April d. a. v. Geheele of ge- |
|
41025 |
deeltelijke aflossing voorbehouden. Voor het prospectus zie men aan het |
|
41026 |
einde van dit deel. |
|
41027 |
Mpij. tot Exploit. van Staatsspoorwegen. 4 pcts. |
|
41028 |
obligatiën van 1903 en van 1907. De leening van 1903 |
|
41029 |
wordt gevormd door de serien 1-8 ad f 1.000.000 elk der leening groot |
|
41030 |
/ 15.000.000, uitgegeven 1 April 1903 à 101 pct. (De resteerende f 7.000.000 dezer |
|
41031 |
leening, werden dd. 1 Maart 1905 als 3} pets. obligatiën uitgegeven). De lee- |
|
41032 |
ning van 1 April 1907 wordt gevormd door de seriën 7-15 (de seriën 1-6 zijn |
|
41033 |
in 1906 als 3} pets. obligatiën uitgegeven), der leening van f 15.000.000 tot |
|
41034 |
welker uitgifte de op 21 Juni 1905 gehouden vergadering van aandeelhou- |
|
41035 |
ders besloot. De inschrijving op deze f 9.000.000 was op 13 Maart 1907 |
|
41036 |
tot den koers van 100} pct. opengesteld. Obligatiën groot |
|
41037 |
f 1000 met coupons 1 April en 1 October. Aflossing à pari in |
|
41038 |
60 jaar door jaarlijksche uitlotingen in October, ter betaling op 1 April |
|
41039 |
d.a.v. Jaarlijksche aflossing der obligatiën 1903 voor het eerst in 1904 |