|
41040 |
SPOORWEGFONDSEN. 1169 |
|
41041 |
ad f 34.000 en der obligatiën 1907 voor het eerst in 1908 ad f 38.000, ver- |
|
41042 |
meerderd met de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. |
|
41043 |
De Maatschappij behoudt zich het recht voor alle of een deel der nog uit- |
|
41044 |
staande obligatiën te allen tijde à pari af te lossen. Voor de op 1 Jan. |
|
41045 |
1917 uitstaande bedragen zie men de tabel „Specificatie Obligatieschuld". |
|
41046 |
1905 1906 1907 1908 1909 1910 1911 1912 1913 1914 |
|
41047 |
Hoogste Laagste koers koers 104@ 48 104 101g 100 103 100 103} 1032 1013 100% 1034 1001 101₴ 988 100% 94 98 94% 001 |
|
41048 |
Koersen 1915: 943-872; 1916: 984-87. |
|
41049 |
Mij. t. Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pct. leening van |
|
41050 |
1887, groot f 17.239.000, waarvan de eerste uitgifte van 5 seriën elk à |
|
41051 |
f 1.000.000 plaats vond in October 1887 ter conversie der 5 pct. leening van |
|
41052 |
1873, en de tweede uitgifte van 12 seriën, elk à f 1.000.000 en eene serie à |
|
41053 |
f 239.000 in Januari 1888 geschiedde ter conversie van alle toenmaals be- |
|
41054 |
staande 4 pcts. leeningen. Koers van uitgifte telkens 97 pct. Houders van |
|
41055 |
aflosbaar gestelde obligatiën hadden bij de inschrijving den voorrang, daarna |
|
41056 |
de houders van aandeelen en van bewijzen van oprichtersrechten. Obli- |
|
41057 |
gatiën groot f 1000; coupons 1 Mei en 1 November. Aflos- |
|
41058 |
sing, aangevangen in 1888 bij jaarlijksche uitloting in October van 0.7 pct. |
|
41059 |
van het bedrag der leening, vermeerderd met de vrijgevallen rente, be- |
|
41060 |
taalbaar à pari November d.a.v. Vervroegde aflossing voorbehouden. Uit- |
|
41061 |
staand bedrag 1 Januari 1917: zie tabel „Specificatie Obligatieschuld". |
|
41062 |
1905 1906 6 1907 1908 1909 1910 1911 1912 1913 19 1914 |
|
41063 |
Hoogste koers 100 991 972 993 992 9715/1. 943 92% 90% 90 |
|
41064 |
Laagste koers 97% 972 924 93 96₫ 94} 92 892 868 87 |
|
41065 |
Koersen 1915: 87-80; 1916: 921-81. |
|
41066 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leeningen |
|
41067 |
van 1890, 1891, 1892 en 1898. Leening van 1890, |
|
41068 |
f 6.000.000, in 6 Seriën van f 1.000.000; uitgifte bij prospectus dd. 13 Sept. |
|
41069 |
1890. Bedrag op 1 Januari 1917: zie tabel „Specificatie Obligatie- |
|
41070 |
schuld". Leening van 1891. Bedrag en seriën als voren; uitgifte op |
|
41071 |
12 September 1891. Bedrag 1 Januari 1915: zie tabel. Leening van |
|
41072 |
1892, groot f 15.000.000, waarvan uitgegeven f 4.000.000, in 4 seriën van |
|
41073 |
/ 1.000.000; uitgifte op 19 Januari 1893. Bedrag op 1 Januari 1915: zie |
|
41074 |
meergenoemde tabel. De overige seriën dezer leening bestaan uit 3 pcts. |
|
41075 |
obligatiën. Leening van 1896, groot f 5.000.000, in 5 Seriën |
|
41076 |
elk groot f 1.000.000, waarvan uitgegeven 2 Seriën d.d. 1 Juli 1898 |
|
41077 |
à 100% pct. op 12 Juli 1898, en 3 Seriën à 962 pct. op 18 April |
|
41078 |
1900. Zie hieronder. Voor de op 1 Jan. 1915 uitstaande bedragen der eerste |
|
41079 |
2 Seriën zie men meergenoemde tabel. Dooreen leverbaar zijn de obliga- |
|
41080 |
tiën der leening van 1890, die van 1891 , serie 1, 2, 3 en 4 van de lee- |
|
41081 |
ning 1892 en serie 1 en 2 van de leening 1898, terwijl de seriën 3, 4 en 5 |
|
41082 |
van de leening 1896 eene afzonderlijke noteering hebben (zie deze). Bij |
|
41083 |
vorenstaande emissiën hadden de houders van aandeelen en oprichters- |
|
41084 |
aandeelen den voorrang. De drie eerstvermelde leeningen werden alle à |
|
41085 |
99 pct. geëmitteerd. Obligatiën groot f 1.000; coupons 1 |
|
41086 |
Januari en 1 Juli. De aflossing geschiedt binnen 60 jaren, bij uit- |
|
41087 |
loting in October van } pct. van de bedragen der leeningen per jaar, ver- |
|
41088 |
meerderd met de door de aflossing vrijvallende rentebedragen, ter uitbe- |
|
41089 |
VAN Oss, Effectenboek voor 1917|18. XV1. 74 |