|
107 |
458 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
108 |
f 6.000.000, verdeeld in 1750 6 pct. cum. pref. winstdeelende |
|
109 |
aandeelen en 4250 gewone aandeelen, beide groot f 1000 |
|
110 |
(splitsbaar in onderaandeelen van f 500, gemerkt A en B). In Maart 1918 |
|
111 |
waren geplaatst f 2.750.000 gewone- en alle preferente aandeelen. |
|
112 |
De preferente aandeelen zijn preferent voor 6 pct. dividend en bij liquidatie |
|
113 |
voor de hoofdsom. Er waren 530 winstbewijzen uitstaande. Bij |
|
114 |
een overeenkomst van 16 Febr. 1917 werden de uitstaande winstbewijzen |
|
115 |
afgelost tegen uitreiking van 500 gewone aandeelen incl. dividend 1917 en |
|
116 |
betaling van een bedrag in contanten ad totaal f 35.000. Door deze trans- |
|
117 |
actie werd het bedrag der uitstaande gewone aandeelen op f 2.250.000 |
|
118 |
gebracht. De f 500.000 aandeelen, afgegeven tegen de winstbewijzen, |
|
119 |
worden geleidelijk uit de winsten der volgende jaren volgestort. |
|
120 |
Op 25 Mei 1909 was de inschrijving opengesteld op f 950.000 |
|
121 |
gewone aandeelen (f 800.000 was toen reeds ondershands geplaatst) tot den |
|
122 |
koers van 100 pct., o.a. te Amsterdam en in Nederlandsch Indië bij de |
|
123 |
Ned. Ind. Escompto Mpij. en hare filialen. Omtrent de uitreiking eener |
|
124 |
verdere f 500.000 gewone aandeelen in verband met de intrekking der |
|
125 |
winstbewijzen zie men hierboven. Vervolgens heeft op 1 Maart 1918 o.a. |
|
126 |
bij de heeren Patijn, Van Notten & Co. en in Ned. Indië bij de Unie Bank |
|
127 |
voor Nederland en Koloniën de inschrijving opengestaan op nog f 500.000 |
|
128 |
gewone aandeelen tot den koers van 115 pct. en incl. dividend 1918 (8 oude |
|
129 |
gewone en/of pref. aand. : 1 nieuw, no. 4). Voor het prospectus zie |
|
130 |
men aan het einde van Deel II, jaargang 1917/18. Er waren daarna |
|
131 |
f 2.750.000 gewone aandeelen geplaatst. De preferente aandeelen werden |
|
132 |
begin Januari 1914 gecreëerd en aan deelhebbers in het voorschot-syndi- |
|
133 |
caat (op 31 Dec. 1913 groot f 1.000.000) in betaling gegeven. Vanaf 18 Juni |
|
134 |
1914 werden deze aandeelen aan de markt gebracht door Wiegman's Bank |
|
135 |
te Amsterdam tot den koers van 95 pct. Op 26 Januari 1917 stelden de |
|
136 |
heeren Patijn, Van Notten & Co. en Milders & Gleichman de inschrijving |
|
137 |
open op nog f 500.000 preferente aandeelen tot den koers van 1033 pct. incl. |
|
138 |
dividend 1917, waarna alle pref. aandeelen (1750 stuks) waren geplaatst. |
|
139 |
Voor het prospectus zie men aan het einde van Deel II, jaargang 1916/17. |
|
140 |
Winstverdeeling: Eerst wordt hoogstens 1} pct. voor reparatie- |
|
141 |
kosten en 3} pct. voor reserve en vernieuwingen gereserveerd (over het |
|
142 |
bedrag van het uitgegeven kapitaal en de uitstaande obligatieleeningen); |
|
143 |
daarna f 10.000 of meer op concessies enz .; van het daarna overblijvende |
|
144 |
komt eerst 6 pct. aan houders van preferente aandeelen, (cumulatief vanaf |
|
145 |
1917), vervolgens 6 pct. aan houders van gewone aandeelen en aanvulling |
|
146 |
van hetgeen over een of meer der boekjaren 1917 e. v. minder dan 6 pct. |
|
147 |
mocht zijn uitgekeerd; daarna tot 1 pct. op beide soorten aandeelen. |
|
148 |
Het restant wordt in de eerste plaats aangewend tot afbetaling van het- |
|
149 |
geen op de gewone aandeelen genummerd 1 t. e. m. 1750 op 31 Dec. 1916 |
|
150 |
aan dividend achterstallig was (30 pct.). Voor dit achterstallig |
|
151 |
dividend zijn begin 1918 afzonderlijke bewijzen afgegeven. Zie |
|
152 |
hieronder. De overwinst wordt als volgt verdeeld: 80 pct. tot |
|
153 |
vorming van een reservefonds en (of) verdeeling onder de houders van alle |
|
154 |
aandeelen; 10 pct. commissarissen, 5 pct. directeuren, 5 pct. gedelegeerde |
|
155 |
directeuren in Indië. Tot volledige , betaling van uitgevoerde wer- |
|
156 |
ken en tot uitbreiding daarvan gaf de mpij. in Januari 1914 eene |
|
157 |
6 pct. obligatieleening uit, groot f 1.000.000. Op 27 Jan. 1914 stond bij Wieg- |