Page 509 in yearbook 1918

Page 509 in yearbook 1918

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1918 vanoss_1918-19_domestic 509 459 content 1814 × 2461 1918/27550

Blocks on this page 0

No blocks have been marked on this page.

Page content 62

The raw OCR output of this page, line by line.
158 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 459
159 man's Bank te Amsterdam de inschrijving open op f 750.000 dezer 6 pct.
160 obligatiën, groot f 1000 (splitbaar in stukken van f 500, gemerkt
161 A en B) met coupons per 1 April en 1 October De resteerende
162 f 250.000 dezer obligatiën zijn vanaf 15 October 1917 o.a. door de heeren
163 Patijn Van Notten & Co. en in Ned. Indie door de Unie Bank voor Ned. en
164 Kol. verkrijgbaar gesteld tot den koers van 103 pct. Aflossing in 32
165 jaren op de volgende basis: in 1916: 13 obligatiën à f 1000, in 1917-1947
166 respectievelijk 13, 14, 15, 16, 17, 19, 19, 20, 20, 21, 23, 24, 25, 27, 28, 28,
167 30, 32, 34, 36, 37, 39, 41, 43, 45, 47, 49, 52, 55, 59 en 59 obligatiën. Na 1923 recht
168 tot versterkte of geheele aflossing. 5 pct. obligatieleening, groot
169 f 750.000, in stukken groot f 1000 en f 500 met coupons per 1 April
170 en 1 October; nog geheel uitstaande. Tot 31 December 1914 konden deze
171 obligatiën, na bijbetaling van 25 pct., tegen aandeelen worden omgewisseld.
172 Hiervan werd door de houders geen gebruik gemaakt. Aflossing
173 door jaarlijksche uitloting à pari in 32 jaren, te beginnen in
174 1916. Recht tot vervroegde, geheele aflossing à 105 pct. tusschen 1
175 Januari 1915 en 31 December 1919 en daarna à pari. Op 25 Mei 1909 was
176 op deze obligatiën de inschrijving opengesteld tot den koers van 100 pct.
177 bij dezelfde firma's als boven vermeld voor de aandeelen-emissie. Divi-
178 dend preferente aandeelen 1914-1917: 6, 7, 8 en 7 pct. (no. 5,
179 31 Aug. 1918, no. 4 was claim); gewone aandeelen voor het eerst
180 over 1915: 7 pct. en in 1916 en 1917 7 en 7 pct. (no. 5). Voor de afbetaling
181 van het op deze aandeelen achterstallige dividend zie men hieronder.
182 Aanzuivering van het achterstallig dividend op de gewone en prefe-
183 rente aandeelen. Vóór de uitgifte der preferente aandeelen waren in de oude
184 statuten voorzieningen getroffen ten aanzien van de betaling uit de winst van
185 hetgeen in eenig jaar minder dan 7 pct. op de gewone aandeelen no.'s 1-1750 mocht
186 zijn uitgekeerd. Met betrekking tot de boekjaren 1909, 1910 en de eerste helft van
187 1911 werden de genoemde 7 pct. intusschen teruggebracht op 4 pct. Aangezien, in
188 1915 voor het eerst dividend op de gewone aandeelen werd uitgekeerd (7 pct.) en als
189 uitgangsdatum voor de vaststelling van het achterstallig dividend de 15e Juni 1909
190 gold (datum van volstorting der aandeelen) laat zich het achterstallig dividend op
191 de gewone aandeelen als volgt opstellen :
192 Achterstand 1909 (15 Juni-31 December à 4 pct. 's jaars) 2} pct.
193 ", 1910 4 "
194 ", 1911 (1e halfjaar) 2 ",
195 ,, 1911 (2e halfjaar) 3%
196 1912 7
197 ", ",
198 1913. 7
199 ", "
200 ", 1914 7 ",
201 Totaal 323 pct.
202 Op rekening van dit achterstallig dividend is betaald: in 1916 23 pct. (no. 2 der
203 aandeelen) en in 1917 3 pct. (no. 1 der hieronder genoemde bewijzen voor uitgesteld
204 dividend) gevende voor beide jaren een totale uitkeering van 93 en 10 pct. over
205 de f 1.750.000 oude gewone aandeelen (no.'s 1-1750). Zooals in de groote letter is
206 medegedeeld zijn tegen de uitstaande winstbewijzen in 1917 500 gewone aandeelen
207 afgegeven en ten einde deze met de reeds genoteerde 1750 oude aandeelen leverbaar
208 te doen verklaren, besloot men om voor het op de oude aandeelen per ulto 1916
209 achterstallige dividend ad 30 pct. aparte bewijzen aan toonder af te
210 geven, voorzien van dividendbewijzen elk dragende hetzelfde nummer van het bewijs
211 voor achterstallig dividend, waartoe zij behooren. Zij zijn vanaf 18 Januari 1918
212 tegen bewijs no. 3 der aandeelen 1-1750 bij de Unie Bank voor Nederland en Kolonien
213 verkrijgbaar gesteld. Voor de rechten dier bewijzen bij winstverdeeling zie men
214 de groote letter. In geval van liquidatie zijn voor deze bewijzen geen voorzieningen
215 getroffen. Nog zij vermeld, dat zij niet officieel kunnen worden verhandeld. In de
216 nieuwe statuten is bepaald, dat na uitkeering van een cumulatief dividend van
217 6 pct. op de pref. aand., de gewone aand. in aanmerking komen eveneens voor
218 6 pct., terwijl daarna zal worden aangevuld hetgeen over één of meer der boekjaren
219 1917 e. v. minder dan 6 pct. mocht zijn uitgekeerd. Evenals voor de gewone aan-