|
49002 |
SPOORWEGFONDSEN. 1349 |
|
49003 |
-5 Juli 1917, tot den koers van 100 pct., met voorkeursrecht voor aan- |
|
49004 |
deelhouders en oprichters, uitgeoefend door nummeropgave. Van deze |
|
49005 |
obligatiën, die in coupons en coupures aan de overige 4} pct. |
|
49006 |
stukken gelijk zijn, werden op genoemde data f 10.000.000 geëmitteerd, zijnde |
|
49007 |
de 7e-16e serie der 43 pct. leening 1915 (de 17e-20e seriën zijn |
|
49008 |
in 1918 als 5 pct. obligatiën uitgegeven. Zij worden eveneens geheel |
|
49009 |
ten onrechte dooréén genoteerd met de bovenomschreven 43 pct. |
|
49010 |
oblig. 1914/1915 en met die van 1913. Omtrent de aflossing toch is |
|
49011 |
bepaald dat deze à pari zal geschieden door uitloting in 60 jaren; voor het |
|
49012 |
eerst op 1 April 1918 f 35.000 en verder op 1 April van elk volgend jaar |
|
49013 |
zoodanige som als ten vorigen jare, vermeerderd met vrijgevallen rente. |
|
49014 |
Uitloting in October, aflosbaarstelling op 1 April d. a. v. Geheele of ge- |
|
49015 |
deeltelijke aflossing voorbehouden. Uitstaande bedragen: zie tabel. |
|
49016 |
Koersen: Zie onder 42 pct. leening 1913 en 1914. |
|
49017 |
Mij. t. Expl. v. Staatsspoorwegen, 4 pct. leeningen |
|
49018 |
van 1901, 1902, 1908, 1911 en 1913. Eene leening groot |
|
49019 |
f 15.000.000 in 15 seriën van f 1.000.000 werd goedgekeurd op de |
|
49020 |
algemeene vergadering, gehouden 12 Juni 1900, en uitgegeven in |
|
49021 |
twee gedeelten, het eerst de leening groot f 8.000.000, d.d. 1 Ja- |
|
49022 |
nuari 1901, à pari, op 19 December 1900, ten tweede de leening |
|
49023 |
groot f 7.000.000 d.d. 1 Januari 1902 à 100} pct. Voorts besloot |
|
49024 |
de op 14 Februari 1908 gehouden vergadering een geldleening te creëeren |
|
49025 |
van f 15.000.000. Hiervan werden in 1908 de seriën 1-8 (f 8.000.000) |
|
49026 |
d.d. 16 Maart 1908 uitgegeven. De inschrijving op deze obligatiën was |
|
49027 |
op 3 Maart 1908 met voorkeursrecht voor aandeelhouders en houders van |
|
49028 |
oprichtersbewijzen, tot den koers van 100 pct. opengesteld. De |
|
49029 |
overige seriën dezer leening bestaan uit 34 pct. obligatiën, uitgegeven in |
|
49030 |
1909 (zie aldaar). Op 15 Maart 1911 stond de inschrijving open op |
|
49031 |
f 8.000.000 (1e-8e serie) der leening 1911, groot f 15.000.000, à 1003 pct .; |
|
49032 |
in Januari 1913 werden de seriën 9-15 uitgegeven à 97} pct. Aandeel- |
|
49033 |
houders en oprichters hadden telkens recht van voorkeur. De obli- |
|
49034 |
gatiën dezer leeningen zijn dooréén leverbaar. Obligatiën groot |
|
49035 |
f1000; coupons 1 Jan. en 1 Juli; aflossing in 60 jaren. Jaarlijksche |
|
49036 |
aflossing der obligatiën 1901 voor het eerst op 1 Jan. 1902 en de obliga- |
|
49037 |
tiën 1902 voor het eerst op 1 Januari 1903, resp. ad f 34.000 en f 30.000 |
|
49038 |
vermeerderd met de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. |
|
49039 |
Van de leening 1908 is aflosbaar met 1 Januari 1909 f 34.000 en vervolgens |
|
49040 |
jaarlijks gelijk bedrag vermeerderd met de vrijgevallen rente. Uitloting |
|
49041 |
in October, losbaar den len Januari d.a.v. Van de leening 1911 is f 34.000 |
|
49042 |
op 1 Januari 1912 à pari aflosbaar en elk volgend jaar gelijk bedrag ver- |
|
49043 |
meerderd met de vrijgevallen rente, zoodat de geheele leening in 60 jaren |
|
49044 |
is afgelost. Geheele of gedeeltelijke aflossing van al deze leeningen te allen |
|
49045 |
tijde à pari toegestaan. Bij naasting door den Staat is deze be- |
|
49046 |
voegd zich in de plaats der Maatschappij te stellen. Voor de op 1 Jan. |
|
49047 |
1919 uitstaande bedragen der diverse leeningen zie men de tabel „Specifi- |
|
49048 |
catie Obligatieschuld". |
|
49049 |
1905 1906 1907 1908 1909 1910 1911 1912 1913 1914 |
|
49050 |
Hoogste koers 104@ 1042 103 1034 103@ 1032 101% 1002 98 98% |
|
49051 |
Laagste koers 1023 1018 100 100 1012 100% 1001 98 94 94 |
|
49052 |
Koersen 1915: 944-86@; 1916: 982-863; 1917: 953-90; 1918: 922-80. |