|
49053 |
1350 SPOORWEGFONDSEN. |
|
49054 |
Mpij. tot Exploit. van Staatsspoorwegen. 4 pcts. |
|
49055 |
obligatiën van 1903 en van 1907. De leening van 1903 |
|
49056 |
wordt gevormd door de serien 1-8 ad f 1.000.000 elk der leening groot |
|
49057 |
/ 15.000.000, uitgegeven 1 April 1903 à 101 pct. (De resteerende f 7.000.000 dezer |
|
49058 |
leening, werden dd. 1 Maart 1905 als 3} pets. obligatiën uitgegeven). De lee- |
|
49059 |
ning van 1 April 1907 wordt gevormd door de seriën 7-15 (de seriën 1-6 zijn |
|
49060 |
in 1906 als 33 pcts. obligatiën uitgegeven), der leening van f 15.000.000 tot |
|
49061 |
welker uitgifte de op 21 Juni 1905 gehouden vergadering van aandeelhou- |
|
49062 |
ders besloot. De inschrijving op deze f 9.000.000 was op 13 Maart 1907 |
|
49063 |
tot den koers van 100} pct. opengesteld. Obligatiën groot |
|
49064 |
f 1000 met coupons 1 April en 1 October. Aflossing à pari in |
|
49065 |
60 jaar door jaarlijksche uitlotingen in October, ter betaling op 1 April |
|
49066 |
d.a.v. Jaarlijksche aflossing der obligatiën 1903 voor het eerst in 1904 |
|
49067 |
ad f 34.000 en der obligatiën 1907 voor het eerst in 1908 ad f 38.000, ver- |
|
49068 |
meerderd met de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. |
|
49069 |
De Maatschappij behoudt zich het recht voor alle of een deel der nog uit- |
|
49070 |
staande obligatiën te allen tijde à pari af te lossen. Voor de op 1 Jan. |
|
49071 |
1919 uitstaande bedragen zie men de tabel „Specificatie Obligatieschuld". |
|
49072 |
1905 1906 1907 1908 1909 1910 1911 1912 1 1913 1914 |
|
49073 |
Hoogste koers 104g 1042 103 103} 1032 1032 101} 100₴ 98 98ª |
|
49074 |
Laagste koers 1023 1018 100 100 1012 100% 100% 984 94 94% |
|
49075 |
Koersen 1915: 943-87}; 1916: 982-87; 1917: 96-892; 1918: 91-80 |
|
49076 |
Mij. t. Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pct. leening van |
|
49077 |
1887, groot f 17.239.000, waarvan de eerste uitgifte van 5 seriën elk à |
|
49078 |
f 1.000.000 plaats vond in October 1887 ter conversie der 5 pct. leening van |
|
49079 |
1873, en de tweede uitgifte van 12 seriën, elk à f 1.000.000 en eene serie à |
|
49080 |
f 239.000 in Januari 1888 geschiedde ter conversie van alle toenmaals be- |
|
49081 |
staande 4 pcts. leeningen. Koers van uitgifte telkens 97 pct. Houders van |
|
49082 |
aflosbaar gestelde obligatiën hadden bij de inschrijving den voorrang, daarna |
|
49083 |
de houders van aandeelen en van bewijzen van oprichtersrechten. Obli- |
|
49084 |
gatiën groot f 1000; coupons 1 Mei en 1 November. Aflos- |
|
49085 |
sing, aangevangen in 1888 bij jaarlijksche uitloting in October van 0.7 pct. |
|
49086 |
van het bedrag der leening, vermeerderd met de vrijgevallen rente, be- |
|
49087 |
taalbaar à pari November d.a.v. Vervroegde aflossing voorbehouden. Uit- |
|
49088 |
staand bedrag 1 Januari 1919: zie tabel „Specificatie Obligatieschuld." |
|
49089 |
1905 1906 1907 1908 1909 1910 1911 1912 1913 1914 |
|
49090 |
Hoogste koers 100 99% 97₴ 99% 992 9715/1, 943 924 90% 90 |
|
49091 |
Laagste koers 97% 972 92} 93 96₴ 94₫ 92 89% 86₴ 87 |
|
49092 |
Koersen 1915: 87-80; 1916: 922-81; 1917: 928-83; 1918: 90%-85. |
|
49093 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leeningen |
|
49094 |
van 1890, 1891, 1892 en 1898. Leening van 1890, |
|
49095 |
f 6.000.000, in 6 Seriën van f 1.000.000; uitgifte bij prospectus dd. 13 Sept. |
|
49096 |
1890. Bedrag op 1 Januari 1919: zie tabel „Specificatie Obligatie- |
|
49097 |
schuld". Leening van 1891. Bedrag en serien als voren; uitgifte op |
|
49098 |
12 September 1891. Bedrag 1 Januari 1918: zie tabel. Leening van |
|
49099 |
1892, groot f 15.000.000, waarvan uitgegeven f 4.000.000, in 4 seriën van |
|
49100 |
f 1.000.000; uitgifte op 19 Januari 1893. Bedrag op 1 Januari 1918: zie |
|
49101 |
meergenoemde tabel. De overige seriën dezer leening bestaan uit 3 pcts. |
|
49102 |
obligatiën. Leening van 1898, groot f 5.000.000, in 5 Seriën |