|
49103 |
SPOORWEGFONDSEN. 1351 |
|
49104 |
elk groot f 1.000.000, waarvan uitgegeven 2 Seriën d.d. 1 Juli 1898 |
|
49105 |
à 1004 pct. op 12 Juli 1898, en 3 Seriën à 96} pct. op 18 April |
|
49106 |
1900. Zie hieronder. Voor de op 1 Jan. 1918 uitstaande bedragen der eerste |
|
49107 |
2 Seriën zie men meergenoemde tabel. Dooreen leverbaar zijn de obliga- |
|
49108 |
tiën der leening van 1890, die van 1891 , serie 1, 2, 3 en 4 van de lee- |
|
49109 |
ning 1892 en serie 1 en 2 van de leening 1898, terwijl de seriën 3, 4 en 5 |
|
49110 |
van de leening 1896 eene afzonderlijke noteering hebben (zie deze). Bij |
|
49111 |
vorenstaande emissiën hadden de houders van aandeelen en oprichters- |
|
49112 |
aandeelen den voorrang. De drie eerstvermelde leeningen werden alle à |
|
49113 |
99 pct. geëmitteerd. Obligatiën groot f 1.000; coupons 1 |
|
49114 |
Januari en 1 Juli. De aflossing geschiedt binnen 60 jaren, bij uit- |
|
49115 |
loting in October van & pct. van de bedragen der leeningen per jaar, ver- |
|
49116 |
meerderd met de door de aflossing vrijvallende rentebedragen, ter uitbe- |
|
49117 |
taling à pari op 2 Januari d.a.v. Alles behoudens vervroegde aflossing, |
|
49118 |
waartoe de Maatschappij te allen tijde gerechtigd is. |
|
49119 |
1905 1906 1907 1908 1909 1910 1911 1912 1913 1914 |
|
49120 |
Hoogste koers 1002 100% 997 99₴ 98 988 993 973 95 932 90 90 |
|
49121 |
Laagste koers 97% 97 923 92₴ 96% 94 92g 89% 85% 87 |
|
49122 |
Koersen 1915: 844-788; 1916: 894-78}; 1917: 87@-82; 1918: 85-77. |
|
49123 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leening |
|
49124 |
van 1896 (1900). Deze obligatiën vormen de 3 hiervoren ver- |
|
49125 |
melde seriën, (3, 4 en 5), uitgegeven op 18 April 1900, met voorrecht van in- |
|
49126 |
schrijving voor aandeelhouders en oprichters. Obligatiën groot |
|
49127 |
f 1000 met coupons 1 April en 1 October; eveneens aflosbaar in 60 |
|
49128 |
jaar door jaarlijksche amortisatie van 3 pct., telkens vermeerderend met |
|
49129 |
de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. De uitlotingen |
|
49130 |
hebben plaats in October (de eerste in 1900) ter betaling à pari 1 April |
|
49131 |
d.a.v. Voor het op 1 Jan. 1919 uitstaande bedrag zie tabel „Specificatie |
|
49132 |
Obligatieschuld." |
|
49133 |
1900 1903 1904 1905 1906 1907 1908 1909 1910 1911 1912 1913 1914 |
|
49134 |
Laagste koers 94} 97 984 97₴ 97₴ 92% 92₴ 96₴ 94 922 90 87% 86₴ |
|
49135 |
Hoogste koers 99 993 100% 100 98₴ 97% 98₴ 98 98% 94% 92g 882 90 |
|
49136 |
Eenige koers 1915: 85; 1916: 882 79; 1917: 864-824; 1918: 833-82. |
|
49137 |
Mij. tot Expl. van Staatsspoorwegen. 3} pcts. obli- |
|
49138 |
gatiën van 1905-1909. De leening van 1 Maart 1905 wordt ge- |
|
49139 |
vormd door de 9e-15e serie, elk groot f 1.000.000 der geldleening van |
|
49140 |
1902 groot f 15.000.000 (waarvan de seriën 1-8 uit 4 pcts. obligatiën be- |
|
49141 |
staan), en waarop den 21 Febr. 1905 de inschrijving was opengesteld. De lee- |
|
49142 |
ning van 16 Maart 1906 wordt gevormd door de seriën 1-6 der geldleening |
|
49143 |
groot f 15.000.000 (waarvan de seriën 7-15 in 1907 als 4 pcts. obligatiën |
|
49144 |
werden uitgegeven) tot welker uitgifte de in Juni 1905 gehouden vergade- |
|
49145 |
ring van aandeelhouders besloot, en waarop de inschrijving op 1 Maart |
|
49146 |
1906 à 973 pct. was opengesteld. Obligatiën groot f 1000, met |
|
49147 |
coupons per 1 Januari en 1 Juli. Aflossing door uitloting in |
|
49148 |
October, ter betaling op 1 Januari d.a.v., t.w. voor de leening 1905 voor |
|
49149 |
het eerst in October 1905 met f 35.000, en voor de leening 1906 voor het |
|
49150 |
eerst in October 1906 met f 30.000, en verder elk volgend jaar zoodanige |
|
49151 |
som als de ten vorigen jare aflosbaar gestelde, vermeerderd met de vrij- |
|
49152 |
gevallen rente, zoodat deze leeningen in 60 jaren zullen zijn afgelost. |
|
49153 |
De obligatieleening 1909 is groot f 7.000.000, zijnde de seriën 9-15 der |