Page 867 in yearbook 1920

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1920 vanoss_1920_domestic 867 809 content 1681 × 2423 1920/30544

Blocks on this page 1

Main
16335
4 lines

Page content 52

The raw OCR output of this page, line by line.
19166 CULTUUR-ONDERNEMINGEN. 809
19167 Van de rubber werd verkocht 2.706 K.G. à f 0.58 per } K.G. terwijl het onverkochte
19168 gedeelte ad 363 K.G. tegen een taxatie van f 0.70 per } K.G. op de balans voorkomt
19169 Oogst 1919. Raming 10.000 pikols koffie en 10.000 K.G. rubber. Reeds 7.800
19170 pikols koffie van dezen oogst werden van f 38 tot ៛ 53 of gemiddeld f 48.85 verkocht
19171 Nederlandsch-Indische Houtaankap-Maatschappij, te
19172 's Gravenhage, vóór 1912 te Rotterdam. Opgericht: Maart 1895. Do el
19173 (tot 1916) : Exploitatie van djati- en wildhoutbosschen en het bewerken van,
19174 den handel in- en het verleenen van voorschotten op hout. In verband
19175 met de hieronder besproken bedrijfsfusie is de Mpij. sedert begin 1917
19176 een z.g. „holding company" van f 2.500.000 aandeelen „Vereenigde Ja-
19177 vasche Houthandel Mpijen", f 4.000.000 „Vereenigde Indische Bosch-
19178 Exploitatie Mpijen" en f 395.000 aandeelen Houtaankap Mpij. „Noord-
19179 Si-Maloer", welk actief per ultimo 1918 met f 6.592.016.88 op de balans
19180 paraisseerde. Uithoofde van de verkochte Russische belangen had de
19181 Maatschappij op 31 December 1918 een vordering van Rbl. 2.540.261.77
19182 op de Russ. Hollandsche Bank, met f 2.420.833.28 op de balans gebracht
19183 en van Rbl. 628.321 op de Nederlandsche Bank voor Russischen Handel,"
19184 met f 576.955.32 op de balans gebracht, waar tegenover echter een
19185 Roebelreserve van f 2.042.934.05 aanwezig was. Bovendien had zij op
19186 31 December 1918 een vordering ad f 2.326.881.26 wegens de overname van
19187 de door de vennootschap vroeger verstrekte voorschotten aan de Russ.
19188 Mpijen., waarbij zij betrokken is geweest. Aangaande de verschillende
19189 verwervingen sedert de oprichting zie men jaarg. 1917/18, deel I, blz. 694.
19190 Kapitaal thans f 4.800.000, waarvan f 3.600.000 geplaatst en vol-
19191 gestort. Het bedroeg aanvankelijk f 1.000.000 nominaal en geheel geplaatst
19192 doch het geplaatst kapitaal verminderde in 1898 door reductie van den
19193 inbreng tot f 800.000 terwijl in 1907 40 pct. (f 600.000 nominaal) werd
19194 afgeschreven en f 600.000 nieuwe aandeelen gecreëerd werden, welke in
19195 1909 met de andere in portefeuille zijnde aandeelen (f 120.000) dienden
19196 als betaling van 500 aandeelen à Rbl. 1000 in de Rybinsker Holz-Industrie,
19197 waarna f 1.200.000 uitstond. In 1911 werd het kapitaal verdubbeld door
19198 afgifte van f 1.200.000 aandeelen à 140 pct. in ruil voor alle (Rbl. 1.000.000)
19199 aandeelen Wologda Holz-Industrie Ges. Op de helft dier f 1.200.000 nieuwe
19200 aandeelen stond voor rekening der houders op 4 Maart 1912 ten kantore
19201 der Heeren Gebr. Boissevain en Dunlop & Co. de inschrijving open tot
19202 den koers van 170 pct. (incl. div. 1911). In October 1912 werd voor f 251.000
19203 aandeelen deelgenomen in de toen opgerichte Houtaankap Mpij. „Noord
19204 Sı-Maloer", waarvan de directie aan de Nederlandsch-Indische Houtaan-
19205 kap Maatschappij werd opgedragen. In Maart 1915 werd het kapitaal op
19206 geautoriseerd f 4.800.000 gebracht. In Nov. van dat jaar werden f 600.000
19207 onderhands geplaatst, waarna derhalve f 3.000.000 uitstaande was. De con-
19208 cessies etc. der Seliman Land-, Hout- en Bosch Expl. Mpij. (zie boven)
19209 werden grootendeels met f 348.000 N. I. H. M. betaald, uithoofde van de in
19210 de kleine letter vermelde transactie met de Houtaankap Mij. „Noord-
19211 Simaloer" werden f 186.600 aandeelen afgegeven, terwijl in den loop van
19212 1917 een verder bedrag van f 65.400 ondershands werd geplaatst, waardoor
19213 het uitstaande kapitaal op f 3.600.000 werd gebracht." Het a an-
19214 deelenkapitaal is verdeeld in aandeelen aan toonder,
19215 elk groot f 600, nos. 1-8000. Winstverdeeling: Eerst 5 pct.
19216 over het aandeelenkapitaal, en verder. 10 pct. aan commissaris-
19217 sen, 10 pct. aan de directie, minstens 10 pct. aan het reservefonds (het meer-