|
19218 |
810 CULTUUR-ONDERNEMINGEN. |
|
19219 |
dere door commissarissen te bepalen) en het restant aan aandeelhouders. |
|
19220 |
Dividenden 1895: 3 pct. (no. 1), 1896-1916: nihil; 1907-1916 : 73, 8, 8, 12, |
|
19221 |
12, 12, 12, 12, 8 en 8 pct. (no. 11, 17 Juli 1917); 1917 en 1918: nihil. |
|
19222 |
6 pct. 5-jarige obligatieleening 1917, groot f 1.200.000, |
|
19223 |
verdeeld in obligatiën groot f 1000, met coupons per 1. Mei en 1 Nov. |
|
19224 |
De leening is op 1 November 1922 in haar geheel |
|
19225 |
à pari aflosbaar; de korte looptijd houdt verband met den tijdelij- |
|
19226 |
ken aard der oorzaken, welke tot de uitgifte dezer leening aanleiding gayen. |
|
19227 |
Trustee: Centrale Trust Co. Op 5 November 1917 heeft bij Gebr. |
|
19228 |
Boissevain en Dunlop & Co. de inschrijving op deze leening opengestaan |
|
19229 |
tot den koers van 100 pct., met voorkeursrecht voor houders van 4 pct. |
|
19230 |
oblig. 1911, wier aanbiedingen bij den hieronder genoemden inkoop van |
|
19231 |
4 pct. obl. aanvaard zijn. Uit de opbrengst der 6 pct. leening werd |
|
19232 |
maximum f 500.000 aangewend voor aflossing van 4 pct. obligatiën 1911, een |
|
19233 |
tweede f 500.000 diende als storting op een gelijk bedrag aandeelen der |
|
19234 |
Ver. Javasche Houthandel Mpijen., terwijl het restant voor versterking |
|
19235 |
der kasmiddelen diende. 5 pct. obligatieleening 1916, groot |
|
19236 |
f 1.800.000, verdeeld in obligatiën groot f 1000, met coupons per 1 Maart |
|
19237 |
en 1 September, waarvan de eerste 1 Maart 1917 verviel. Aflosbaar |
|
19238 |
door uitloting à pari in 25 jaren, overeenkomstig het volgende aflossings- |
|
19239 |
plan : |
|
19240 |
1920-1944: 37, 40, 41, 44, 46, 48, 51, 53, 55, 59, 61, 65, 68, 71, 74, 79, 82, |
|
19241 |
86, 91, 96, 100, 105, 110, 116 en 122 stuks. |
|
19242 |
Recht tot versterkte of geheele aflossing na 1 Maart 1922. Uitloting |
|
19243 |
in Jan., aan te vangen in 1920, ter aflossing op 1 Maart d.a.v. Trustee: |
|
19244 |
de Centrale Trust Compagnie. Ten kantoren van Gebr. Boissevain en Dun- |
|
19245 |
lop & Co. stond op 19 September 1916 de inschrijving op deze leening open |
|
19246 |
à 99 pct. 4 pct. obligatieleening 1911, groot f 2.000.000, verdeeld |
|
19247 |
in obligatiën, groot f 1000, waarop op 4 Febr. 1911 de inschrijving open- |
|
19248 |
'stond à 97 pct. bij de H.H. Gebrs. Boissevain en Dunlop & Van Essen. |
|
19249 |
Houders van 5 pcts. obligatiën 1895 (zie jaarg. 1911, bldz. 701), hadden recht |
|
19250 |
hun stukken in nieuwe obligatiën in te wisselen, waarbij hun f 30 per |
|
19251 |
obligatie vergoed werd. Coupons 1 October en 1 April. Aflos- |
|
19252 |
baar à pari, vóór 1 April 1952 door jaarlijksche uitloting van minstens 50 |
|
19253 |
obligatiën ; voorts worden de gelden, ontvangen wegens verkoop van gronden |
|
19254 |
in Rusland, aangewend voor inkoop beneden pari of voor uitloting. Uit- |
|
19255 |
staand bedrag op 1 Jan. 1919 f 1.131.000. Op 1 April 1911 werd uit het netto |
|
19256 |
provenu dezer leening, f 884.000, zijnde het restant der leening van |
|
19257 |
1895, oorspronkelijk groot f 1.500.000, afgelost, waarna deze uit de officieele |
|
19258 |
noteering verviel. Inkoop van 4 pct. obligatiën. In verband |
|
19259 |
met den meergenoemden verkoop van het aandeelenbezit in de Rybinsker |
|
19260 |
Holzindustrie Ges. stelde de N. I. H. M. bij annonce van 27 Oct. 1917 tot |
|
19261 |
31 Oct. d.a.v. de gelegenheid open tot aanbieding van 4 pct. oblig. Beschik- |
|
19262 |
baar bedrag: f 500.000. De aanbiedingen konden bij de firma's Boissevain |
|
19263 |
en Dunlop & Go. worden ingeleverd, mits beneden pari. Bij acceptatie ver- |
|
19264 |
kregen de houders van ingeleverde oblig. recht van voorkeur tot inschrij- |
|
19265 |
ving op de 6 pct. oblig. 1917. Bij deze gelegenheid werden 519 obligatiën |
|
19266 |
afgelost tot den koers van pl.m. 96 pct. Commissarissen: Dr. J. L. |
|
19267 |
Cluysenaar, W. Westerman, Mr. P. Maclaine Pont, G. C. B. Dunlop en |
|
19268 |
Mr. P. Feenstra. Directeur: J. H. Zeeman. |