|
32625 |
PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. 1075 |
|
32626 |
88 pct. aan aandeelhouders, 8 pct. aan commissarissen en 4 pct. aan den |
|
32627 |
directeur. Voorheen kwam van de totale netto winst 88 pct. aan aandeelhou- |
|
32628 |
ders; 8 pct. aan commissarissen en 4 pct. aan directeuren. (Voor de nog |
|
32629 |
vroegere winstverdeeling zie het laatst den jrg. 1909). Dividend 1902- |
|
32630 |
1906 per aand. A van f 500: f 100, f 125.80, f 124.80, f 113.50 en f 140. |
|
32631 |
Dividend 1902-1906 per aandeel B: f 15, f 15, f 15, f 15 en f 22.50. |
|
32632 |
Dividend 1907-1919: f 82.50, f 75, f 60, f 47.50, f 40, f 32.50, f 25, |
|
32633 |
f 22.50, f 20, f 21.25, f 26.25, f 21.25 en f 22.50 (no. 19, 16 Juni 1920). |
|
32634 |
Dividendbewijs no. 8 werd als claim gebruikt bij uitgifte in 1909. |
|
32635 |
Uittreding der heeren Deen uit het bestuur. Naar aanleiding van het oor- |
|
32636 |
deel van den Eereraad tusschen den heer S. F. van Oss en den heer E. Deen inzake de |
|
32637 |
.,Perlak-aderlating”, zette de heer Mr. H. J. Biederlack in April 1915 een actie op |
|
32638 |
touw tegen den heer E. Deen, ten einde langs civiel-rechterlijken weg dezen te |
|
32639 |
dwingen tot terugbetaling van het door de Perlak geleden verlies op de in 1909 |
|
32640 |
gekochte aand. Zuid-Perlak, tevoren in het bezit van den heer Deen c.s. Eind April |
|
32641 |
traden de heeren Deen daarop uit het bestuur. De heer Biederlack beteekende einde |
|
32642 |
Mei een exploit aan de Mpij., waarbij hij vier voorstellen indiende ter behandeling |
|
32643 |
op de alg. vergadering. Deze kwamen in hoofdzaak op het volgende neer: 1. Quali- |
|
32644 |
ficatie der Zuid-Perlak transactie als misbruik van vertrouwen. 2. Uitnodiging |
|
32645 |
aan Mr. G. Hymans om als commissaris te bedanken. 3. Opdracht aan de directie |
|
32646 |
om den heer Deen in rechten aan te spreken tot vergoeding van alle schade, aan |
|
32647 |
de Mpij. toegebracht door den aankoop der aand. „Zuid-Perlak". 4. Opdracht aan |
|
32648 |
de directie om den heer E. Deen in rechten aan te spreken tot verantwoording van |
|
32649 |
de bedongen retour-commissie. |
|
32650 |
In de op 4 Juni 1915 gehouden vergadering van aandeelhouders werd |
|
32651 |
als directeur gekozen de heer H. Blok Wybrandi en als commissarissen |
|
32652 |
de heeren Th. Blijdenstein en J. Bienfait. Na breedvoerige discussies trok Mr. Bieder- |
|
32653 |
lack zijn voorstellen in en alleen punt 3 daarvan, door Mr. J. Kappeyne van de |
|
32654 |
Coppello geamendeerd, werd in stemming gebracht. Deze motie, door de vergadering |
|
32655 |
met algemeene stemmen aangenomen, luidde als volgt: „De vergadering verzoekt |
|
32656 |
de directie dringend om, na ingewonnen rechtskundig advies en daartoe termen |
|
32657 |
vindende, de afgetreden directie in rechten aan te spreken tot vergoeding van alle |
|
32658 |
schade door aankoop van de aandeelen Zuid-Perlak door de Perlak geleden. In |
|
32659 |
geval het bestuur daartoe niet besluit, zal het rechtskundig advies ter kennis |
|
32660 |
worden gebracht van de algemeene vergadering van aandeelhouders." |
|
32661 |
Procedure tegen den heer E. Deen. Naar aanleiding van de op 4 Juni 1915 |
|
32662 |
aangenomen motie heeft de directie zich gewend tot mr. K. J. Philips, advocaat |
|
32663 |
en procureur te Amsterdam, die in zijn advies tot de conclusie kwam, om een |
|
32664 |
procedure tegen den heer E. Deen aan te vangen. Hiertoe is overgegaan en de |
|
32665 |
directie heeft eene procedure aanhangig gemaakt bij den kantonrechter te 's Gra- |
|
32666 |
venhage, waarbij de heer E. Deen wordt aangesproken tot betaling van schade- |
|
32667 |
vergoeding, begroot op een bedrag van f 4.831.500. In October 1915 werd door den |
|
32668 |
kantonrechter mr. Boudewijnse te 's Gravenhage de vordering aangebracht. Als |
|
32669 |
gemachtigde van eischeresse concludeerde mr. O. J. de Vries, advocaat te 's Gra- |
|
32670 |
venhage, tot toewijzing van den eisch. Voor gedaagde kwamen op mrs. J. Kappeyne |
|
32671 |
van de Coppello, advocaat te Amsterdam, en W. A. Telders, advocaat te 's Graven- |
|
32672 |
hage. De kantonrechter te 's Gravenhage, mr. Boudewijnse, op 6 November 1917 |
|
32673 |
bij vervroeging uitspraak doende inzake de vordering van de Perlak-Petroleum |
|
32674 |
Maatschappij tegen den heer Deen, verklaarde eischeres niet ontvankelijk in haar |
|
32675 |
vordering. Het vonnis overwoog o. m., dat ten aanzien van geen der door de |
|
32676 |
Perlak-Maatschappij gestelde punten aannemelijk wordt gemaakt, dat gedaagde |
|
32677 |
ter verkrijging van de goedkeuring van de balans en winst- en verliesrekening over |
|
32678 |
1909 en daarmede van zijn décharge als directeur, opzettelijk misleidend tegenover |
|
32679 |
de aandeelhouders van eischeresse heeft gehandeld. Met voorbijgang van het over |
|
32680 |
en weer door partijen aangeboden getuigenbewijs is eischeresse tevens veroordeeld |
|
32681 |
in de kosten van het geding. |
|
32682 |
De mpij. ging daarop bij de rechtbank te 's-Gravenhage in hooger beroep. Door |
|
32683 |
ziekte en daaropvolgenden dood van den advocaat harer tegenpartij, kon in October |
|
32684 |
van dit verslagjaar in dit proces niet worden gepleit. Deze pleidooien hadden nu |
|
32685 |
plaats op 3 en 5 Mei 1920, waarop eind Juni 1920 de uitspraak volgde. Het volledige |
|
32686 |
vonnis dat wij ter wille van het algemeen belang opnemen, luidde als onderstaand : |
|
32687 |
Overwegende, dat een ontslag wegens aansprakelijkheid, hetwelk moet volgen uit |
|
32688 |
de goedkeuring van zekere stukken, gelijk hier artikel 18 der statuten bepaalt, |