|
32689 |
1076 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. |
|
32690 |
slechts kan strekken voor datgene wat uit die stukken blijkt en bovendien de |
|
32691 |
goede trouw, welke de wet wil zien toegepast bij de uitvoering van overeenkomsten, |
|
32692 |
hier de verhouding tusschen geïntimeerde (Deen) en appellante (Perlak Petroleum |
|
32693 |
mpij.) als directeur en door hem bestuurde vennootschap, medebrengt, dat geïnti- |
|
32694 |
meerde zich op die goedkeuring als ontslag voor zijne aansprakelijkheid niet kan |
|
32695 |
beroepen, nu het hier juist de punten betreft waaromtrent, gelijk overwogen, |
|
32696 |
bedoelde stukken geen licht geven en welke appellante hem, als verzwegen, verwijt; |
|
32697 |
Overwegende, dat wel geïntimeerde zich er op beroept, dat de commissarissen |
|
32698 |
wisten, dat de aandeelen Zuid-Perlak grootendeels hem en zijne familie toebehoor- |
|
32699 |
den en dat de aandeelhouders van appellante uit het indertijd verspreid prospectus |
|
32700 |
hebben kunnen weten, dat hare 6000 aandeelen waren uitgegeven tegen 131 pct. en. |
|
32701 |
dus meer dan f 3.000.000 hadden opgebracht, zoodat zij ook konden weten, dat de |
|
32702 |
aandeelen Zuid-Perlak voor meer dan dit bedrag waren verkregen, doch een en |
|
32703 |
ander geïntimeerde niet kan baten; |
|
32704 |
dat toch, wat bepaaldelijk het eerste betreft, al aangenomen dat de door ge- |
|
32705 |
intimeerde ingeroepen brief van den heer Groeneveldt (president-commissaris der |
|
32706 |
Perlak) van 8 November 1914 ten deze bewijs zoude opleveren, bekendheid van |
|
32707 |
zeker feit bij commissarissen, dit feit nog niet bekend doet zijn aan aandeelhou- |
|
32708 |
ders, terwijl voorts, wat beide punten aangaat, het niet de vraag is of aandeelhou- |
|
32709 |
ders zich van elders de noodige wetenschap zouden hebben kunnen verschaffen, |
|
32710 |
doch of de stukken, die en zooals zij zijn overgelegd, de feiten inhouden, op welker |
|
32711 |
kennis zij recht hebben; |
|
32712 |
dat, voor zoover die hier van belang mocht zijn, ook geïntimeerde's bewering |
|
32713 |
dat de balans en winst- en verliesrekening zijn opgemaakt door den toenmaligen |
|
32714 |
boekhouder De Hont, niet ter zake doet, eerstens omdat dit niets verandert aan |
|
32715 |
den onvolledigen inhoud dier stukken en tweedens omdat geïntimeerde die stukken |
|
32716 |
overlegde als zijne verantwoording van zijn beheer; |
|
32717 |
Overwegende dat reeds op vorenvermelde gronden geïntimeerde's beroep op voor- |
|
32718 |
melde goedkeuring ter afwering van den eisch faalt, en het dus, waar appellante |
|
32719 |
slechts subsidiair de nietigverklaring dier goedkeuring wegens bedrog verzocht voor |
|
32720 |
het geval deze aan hare vordering in den weg zou staan, niet noodig is op dat |
|
32721 |
verzoek tot nietigverklaring in te gaan; |
|
32722 |
Overwegende bij samenvatting van het tot hiertoe overwogene, dat de Kanton- |
|
32723 |
rechter de ingestelde vordering ten onrechte niet ontvankelijk heeft geoordeeld en |
|
32724 |
met vernietiging van die beslissing de vordering alsnog ontvankelijk behoort te |
|
32725 |
worden verklaard; |
|
32726 |
Overwegende dat thans de hoofdzaak moet worden onderzocht; |
|
32727 |
Overwegende dat appellante vordert, dat geïntimeerde haar zal vergoeden alle |
|
32728 |
kosten, schaden en interessen door haar geleden en nog te lijden ten gevolge van |
|
32729 |
aankoop der 1500 gewone aandeelen Zuid-Perlak op grond van een aantal feiten, |
|
32730 |
welke appellante aanduidt als in hooge mate uitmakende verzuim van geïnti- |
|
32731 |
meerde's plicht als appellante's toenmalige directeur ; |
|
32732 |
Overwegende dat de rechtbank hierbij reeds nu wil opmerken, dat naar haar |
|
32733 |
oordeel niet ter zake doet of het verzuim, gelijk appellante stelt, opzettelijk is |
|
32734 |
geweest, daar eene gedraging van den directeur eener naamlooze vennootschap |
|
32735 |
ook zonder opzet, van zoodanigen aard kan zijn, dat zij ten eenenmale strijdt met |
|
32736 |
zijn plicht om hare belangen zoo goed mogelijk te behartigen, waaruit al dadelijk |
|
32737 |
voortvloeit, dat, zoo van opzet niet mocht blijken, daarmede geenszins reeds, gelijk |
|
32738 |
geïntimeerde meent, de grond aan de vordering zou ontvallen; |
|
32739 |
Overwegende toch dat de wet niet bepaalt, ter zake van welke gedragingen in |
|
32740 |
strijd met zijn plicht de directeur eener naamlooze vennootschap is verantwoor- |
|
32741 |
delijk te stellen en mitsdien den rechter overlaat in elk bijzonder geval te bepalen |
|
32742 |
of de gedragingen in die mate plichtverzuim opleveren, dat daaraan vergoedings- |
|
32743 |
plicht behoort te worden verbonden; |
|
32744 |
Overwegende dat appellante bij inleidend verzoekschrift een groot aantal feiten |
|
32745 |
gesteld heeft, uit welke naar hare meening voortvloeit, gelijk reeds overwogen, |
|
32746 |
dat geïntimeerde bij den aankoop der aandeelen Zuid-Perlak werd gedreven door |
|
32747 |
eigen belang en opzettelijk het belang van appellante geheel heeft achtergesteld; |
|
32748 |
Overwegende dat, mocht die meening juist blijken, of al mocht ook maar van |
|
32749 |
een roekeloos achterstellen van appellante's belang kunnen worden gesproken, |
|
32750 |
geïntimeerde dan toch in ieder geval zich zonder twijfel aan plichtverzuim in hooge |
|
32751 |
mate heeft schuldig gemaakt, omdat het een der eerste plichten van een directeur |
|
32752 |
eener naamlooze vennootschap is ten allen tijde het belang der vennootschap voorop |
|
32753 |
te stellen en het opzettelijk of ook zelfs roekeloos achterstellen van dat belang |
|
32754 |
bij eigen belang wel de hoogst denkbare mate is, waarin men dien plicht kan |
|
32755 |
verzuimen ; |
|
32756 |
Overwegende dat appellante als grondslag harer stelling het navolgende heeft |
|
32757 |
aangevoerd, reeds bij inleidend verzoekschrift: |
|
32758 |
1. dat bij geïntimeerde het plan is gerijpt de gewone aandeelen Zuid-Perlak aan |
|
32759 |
appellante over te doen; |
|
32760 |
2. dat in gemeenschappelijk overleg met geïntimeerde gebrs. Teixeira de Mattos |
|
32761 |
de aandeelen voor f 3.757.500 te koop aanboden, onder voorwaarde dat zij 6000 aan- |
|
32762 |
deelen voor rekening van appellante zouden emitteeren en zulks per brief, in wezen |
|
32763 |
en strekking opgesteld in opdracht van geïntimeerde; |
|
32764 |
3. dat geïntimeerde het aanbod van gebrs. Teixeira de Mattos in den raad van |
|
32765 |
commissarissen heeft verdedigd; |
|
32766 |
4. dat de overeenkomst met gebrs. Teixeira de Mattos door geïntimeerde voor |