Page 1137 in yearbook 1921

Page 1137 in yearbook 1921

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1921 vanoss_1921_domestic 1137 1079 content 1628 × 2380 1921/33722

Blocks on this page 0

No blocks have been marked on this page.

Page content 76

The raw OCR output of this page, line by line.
32921 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. 1079
32922 bij de transacties had en daarbij zijn voordeel dan ook zocht, noodwendig mede-
32923 bracht vooropstelling van dat eigenbelang, maar bovendien uit het feit dat ge-
32924 intimeerde dat eigen belang achtervolgde niettegenstaande de waarschuwingen in
32925 de rapporten van Dr. Blumer twee jaren te voren en bovenal de ernstige waar
32926 schuwing van Mr. Capadose op het oogenblik zelf, en zonder nochtans de transactie
32927 geheel bloot te leggen voor de belanghebbenden, de aandeelhouders, en haar aan
32928 hun oordeel te onderwerpen, volgt dat geïntimeerde het belang van appellante al
32929 mag op deze gronden nog niet worden gesproken van opzettelijk, toch in ieder geval
32930 hoogst roekeloos heeft achtergesteld;
32931 Overwegende dat dit te meer klemt, omdat de hoofdzakelijke en geïntimeerde
32932 welbewuste rechtvaardigingsgrond der transactie, gelegen in het door deelname
32933 in goed en waardevol ander terrein waarborgen tegen uitputting van eigen terrein,
32934 de hoogst mogelijke voorzichtigheid vereischte;
32935 Overwegende dat, wat er zij van de redenen, welke geïntimeerde mocht hebben
32936 gehad om aan de waarschuwing van Mr. Capadose mindere waarde te hechten,
32937 of welke het den geïntimeerde wenschelijk mochten hebben doen voorkomen, dat
32938 de aandeelen Zuid-Perlak niet aan anderen dan appellante zouden komen, de Recht
32939 bank daarin in geen geval verontschuldiging voor geïntimeerde's gedraging kan
32940 vinden, nu die hebben geleid tot schade van appellante doordien de terreinen der
32941 Zuid-Perlak niet voldoende oliehoudend zijn gebleken om met winst te worden ont-
32942 gonnen, het feit, waartegen Mr. Capadose had gewaarschuwd en waarvan de rap-
32943 porten van Dr. Blumer de mogelijkheid hadden doen uitkomen en waarvan dus ge-
32944 intimeerde, die waarschuwing en die mogelijkheid veronachtzamend, ten volle de
32945 gevolgen heeft te dragen;
32946 Overwegende dat geintimeerde nog wel tegen de vordering heeft aangevoerd, dat
32947 zij in ieder geval ongegrond zou zijn, omdat appellante hem verwijt een koop der
32948 aandeelen Zuid-Perlak, terwijl in waarheid zoodanige koop niet is geschied, doch
32949 die aandeelen voor appellante zijn verkregen door ruil tegen aandeelen Perlak,
32950 maar de rechtbank dat verweer niet steekhoudend acht tegenover den inhoud van
32951 het aangenomen voorstel van gebrs. Teixeira de Mattos, waarin een aankoop wordt
32952 voorgesteld tegen een prijs van f 3.757.500, te verrekenen met het provenu van eene
32953 emissie van 6000 harer aandeelen voor rekening van appellante, tegenover den
32954 inhoud van geïntimeerde's schrijven van 11 October 1909 aan gebrs. Teixeira de
32955 Mattos waarbij geïntimeerde nog eens noteert dat de netto opbrengst der aandee-
32956 len ad f 3.757.500 zal strekken ter voldoening van de koopsom der door appellante
32957 gekochte aandeelen Zuid-Perlak, in verband waarmede geïntimeerde in het jaar-
32958 verslag over 1909 zelf dan cok volkomen terecht spreekt van een aankoop van de
32959 1500 gewone aandeelen Zuid-Perlak;
32960 Overwegende dat, nu is komen vast te staan, dat geïntimeerde zich door het
32961 bewerkstelligen van den aankoop van de 1500 gewone aandeelen Zuid-Perlak in
32962 hooge mate aan plichtverzuim heeft schuldig gemaakt geïntimeerde ook de schade,
32963 die hij der appellante, gelijk erkend, door dien bewerkstelligden aankoop heeft
32964 berokkend, behoort te vergoeden;
32965 Overwegende dat geintimeerde nog wel heeft opgemerkt, dat hij ten deze deels
32966 niet als directeur maar in privé heeft gehandeld, maar deze onderscheiding hier
32967 alle beteekenis mist, omdat geïntimeerde's verplichting tegenover appellante mede-
32968 bracht, dat hij geen enkele daad, hetzij in hoedanigheid, hetzij in privé, mocht
32969 verrichten, welke strijdig was met zijn plicht als directeur;
32970 Overwegende dat vaststaat dat appellante door den aankoop der aandeelen Zuid-
32971 Perlak schade heeft geleden en nog lijdt, doch de Rechtbank geene voldoende ge-
32972 gevens aanwezig ziet om daaruit reeds thans te bepalen wat geïntimeerde behoort
32973 te vergoeden, zoodat deze vergoeding zal moeten worden opgemaakt bij staat en
32974 vereffend volgens de wet;
32975 Overwegende dat de gevraagde uitvoerbaarverklaring van dat vonnis bij voorraad,
32976 geen steun vindt in eenige bepaling der wet;
32977 Recht doende:
32978 Vernietigt het vonnis door den Kantonrechter te 's-Gravenhage op 6 November
32979 1917 gewezen;
32980 En opnieuw recht doende :
32981 Gaat voorbij de voor zooveel noodig gevorderde nietigverklaring van de voren-
32982 gemelde goedkeuring van de balans, winst- en verliesrekening per 31 December 1909;
32983 Verklaart appellante ontvankelijk in hare vordering;
32984 Wijst haar die toe;
32985 Veroordeelt mitsdien geïntimeerde om der appellante te vergoeden alle kosten,
32986 schaden en interessen deor haar geleden en nog te lijden ten gevolge van voor-
32987 melden aankoop der 1500 gewone aandeelen Zuid-Perlak op te maken bij staat en te
32988 vereffenen volgens de wet;
32989 Ontzegt het anders of meergevorderd;
32990 Veroordeelt geïntimeerde in de kosten van het geding zoo in eersten aanleg als
32991 in hooger beroep, tot op deze uitspraak aan zijde van appellante begroot in eersten
32992 aanleg op f 100 en in hooger beroep op f 5000.
32993 Naar aanleiding van deze uitspraak schreef men in Juli 1920 aan de N. F. & K .:
32994 Het geruchtmakendproces tusschen de Perlak Petroleum Maatschappij en den
32995 voormaligen directeur E. Deen, waarin dezer dagen door de Haagsche Bechtbank
32996 vonnis is gewezen, wordt in de pers af en toe besproken op eene wijze, die van