|
32843 |
1078 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. |
|
32844 |
de koers der preferente aandeelen belangrijk rees, ontstond bij geïntimeerde en |
|
32845 |
zijne familieleden, die eigenaren waren van het grootste deel der gewone aandee- |
|
32846 |
len, het plan dit thans zeer waardevolle bezit te realiseeren; bij conclusie van |
|
32847 |
antwoord in hooger beroep bl. 19: al was de transactie voor hem en de zijnen |
|
32848 |
voordeelig; en op bl. 56 dier memorie: de eigenaren der aandeelen waren willige |
|
32849 |
verkoopers en zochten, evenals ieder die iets te koop aanbiedt, voordeel; |
|
32850 |
b. In het van appellante's bestuur uitgegaan prospectus wordt te kennen gege- |
|
32851 |
ven, dat de uitgifte zoude dienen om appellante blijvend bij andere petroleum- |
|
32852 |
ondernemingen te interesseeren, gelijk in de conclusie van antwoord in hooger |
|
32853 |
beroep bl. 27 geïntimeerde ook zelf stelt, dat de strekking der transactie zelve in |
|
32854 |
de eerste plaats geweest is de Perlak tegen uitputting van eigen terrein te waar |
|
32855 |
borgen door haar in een goed en waardevol ander terrein te interesseeren; |
|
32856 |
c. Geïntimeerde erkent op bl. 8 van de conclusie van antwoord in eersten aanleg, |
|
32857 |
dat Mr. Capadose in de vergadering van 16 September 1909 uitdrukkelijk heeft |
|
32858 |
betoogd, dat het olieveld der Zuid-Perlak geen olie bevatte in betalende hoeveel- |
|
32859 |
heden en dat vóór dien aan geïntimeerde ook door andere personen van |
|
32860 |
het bestuur der Koninklijke hetzelfde was voorgehouden; en op bl. 9, dat de gron- |
|
32861 |
den waarop het betoog van Mr. Capadose was gebouwd, hierin bestonden, dat hij |
|
32862 |
bij zijn bezoek aan de olievelden van de Zuid-Perlak was bevestigd in zijne over- |
|
32863 |
tuiging dat de tot dusver verkregen productie grootendeels, zoo niet geheel ver- |
|
32864 |
kregen werd uit de putten die langs de Perlak-rivier waren geboord, zoodat vol- |
|
32865 |
gens zijne overtuiging de tot nog toe verkregen productie slechts zoo lang kon |
|
32866 |
duren als de Koninklijke toeliet; |
|
32867 |
d. Geïntimeerde heeft nimmer ontkend bekend geweest te zijn met de rapporten |
|
32868 |
van Dr. Blumer ; |
|
32869 |
e. Bij inleidend verzoekschrift is gesteld en door geïntimeerde nimmer weer- |
|
32870 |
sproken, dat bij gelegenheid van de statutenwijziging van 23 Aug. 1909 tot uitbrei- |
|
32871 |
ding van het statutair kapitaal niets van het reeds vaststaande doel, nl. den aan- |
|
32872 |
koop der gewone aandeelen Zuid-Perlak, aan de algemeene vergadering van aan- |
|
32873 |
deelhouders is medegedeeld; |
|
32874 |
f. In het jaarverslag der Perlak over 1909 vermeldt geïntimeerde niet van wien |
|
32875 |
de aandeelen Zuid-Perlak zijn aangekocht. Op bl. 68 van de conclusie van eisch in |
|
32876 |
hooger beroep verwijt appellante den geïntimeerde, dat hij het overwegend eigen |
|
32877 |
belang van hem en zijne broeders bij de transactie niet aan aandeelhouders heeft |
|
32878 |
medegedeeld. Geïntimeerde doet daartegenover bij conclusie van antwoord in |
|
32879 |
hooger beroep bl. 76 alleen een beroep op het feit dat het van algemeene bekend- |
|
32880 |
heid zou zijn geweest, ontkent appellante's stelling dus niet; |
|
32881 |
Overwegende dat uit deze vaststaande feiten voortvloeit, dat geïntimeerde de |
|
32882 |
transactie met Gebrs. Teixeira de Mattos heeft bedacht, heeft ontworpen, heeft |
|
32883 |
doen voorstellen aan het bestuur van appellante, heeft doen aannemen door com- |
|
32884 |
missarissen, heeft afgesloten en helpen uitvoeren, zoodat met volle recht appellante |
|
32885 |
heeft gesteld, dat geïntimeerde de verkrijging, en dat wel door aankoop tegen den |
|
32886 |
prijs van f 3.757.500, heeft bewerkstelligd; |
|
32887 |
Overwegende, dat tegen dit een en ander niet afdoet dat, zooals geïntimeerde |
|
32888 |
aanvoerde en de Kantonrechter bij de behandeling van de ontvankelijkheid van de |
|
32889 |
vordering aannam, volgens de artt. 4 en 12 van voormelde statuten de raad van |
|
32890 |
commissarissen degene is die heeft te besluiten omtrent verdere uitgifte van aan- |
|
32891 |
deelen en de voorwaarden en den koers van uitgifte vaststelt, en wiens machtiging |
|
32892 |
de directeur behoeft voor het deelnemen in ondernemingen van anderen voor het |
|
32893 |
onderzoeken of ontginnen van petroleum- of delfstofhoudende terreinen; |
|
32894 |
dat toch wel de verkrijging der aandeelen Zuid-Perlak is te beschouwen als zoo- |
|
32895 |
danige deelneming en het besluit daartoe, zooals de toedracht der zaak is geweest, |
|
32896 |
in onverbreekbaar verband stond met de verdere uitgifte van aandeelen van |
|
32897 |
appellante, zoodat de raad van commissarissen, besluitend tot het laatste, tevens |
|
32898 |
besloot tot het eerste, doch dit alles niet wegneemt, dat de daad der verkrijging |
|
32899 |
der aandeelen was de daad van geïntimeerde; |
|
32900 |
dat toch geïntimeerde ten onrechte meent, dat door het voorschrift van art. 4 |
|
32901 |
de raad van commissarissen ten opzichte van de verdere uitgifte van aandeelen |
|
32902 |
zoude worden belast met het bestuur; |
|
32903 |
dat immers commissarissen van eene naamlooze vennootschap, ook al worden |
|
32904 |
zij bij de statuten belast met eenige daad van beheer, blijven commissarissen, dat |
|
32905 |
is belast met toezicht op het beheer van den bestuurder, en nimmer zelf bestuurder |
|
32906 |
worden, en zulks zoowel in het algemeen naar de desbetreffende wettelijke bepa- |
|
32907 |
lingen als hier, naar de statuten, volgens welke, gelijk overwogen, de vennootschap, |
|
32908 |
en zulks niettegenstaande voormelde artt. 4 en 12, steeds vertegenwoordigd wordt |
|
32909 |
door haren directeur; |
|
32910 |
dat dan ook het besluit of de machtiging van den raad van commissarissen hier |
|
32911 |
bedoeld, slechts dient om den directeur de bevoegdheid te geven tot het verrich- |
|
32912 |
ten der handelingen, waartoe besloten of gemachtigd wordt, en zulks, voor zooveel |
|
32913 |
nog noodig, ook duidelijk blijkt uit de verdere bepaling van art. 9 der statuten, |
|
32914 |
volgens welke in die gevallen van de verleende machtiging of goedkeuring schrif- |
|
32915 |
telijk moet blijken ; |
|
32916 |
Overwegende dat naar het oordeel der Rechtbank ook ongetwijfeld uit de geble |
|
32917 |
ken omstandigheden, waaronder geïntimeerde handelde, moet worden afgeleid, dat |
|
32918 |
hij niet alleen werd gedreven door eigen belang, wat uitdrukkelijk is erkend, maar |
|
32919 |
ook roekeloos het belang van appellante geheel achtergesteld heeft; |
|
32920 |
Overwegende dat toch reeds het feit, dat geïntimeerde overgroot eigen belang |