|
55518 |
SPOORWEGFONDSEN. 1487 |
|
55519 |
richters, in verhouding van 12 : 1. Obligatiën, groot f 1000; co u- |
|
55520 |
pons per 1 Mei en 1 November. Aflossing à pari in 60 jaren; uit- |
|
55521 |
loting in October, losbaar 1 Mei d.a.v. Op 1 Mei 1916 werd voor het |
|
55522 |
eerst f 34.000 aflosbaar gesteld en verder op 1 Mei van elk volgend jaar |
|
55523 |
zoodanige som als de ten vorigen jare losbaar gestelde bedraagt, plus |
|
55524 |
vrijgevallen rente daarvan. Geheele of gedeeltelijke aflossing niet voor |
|
55525 |
1920 geoorloofd. Bij naasting door den Staat is deze bevoegd zich in de |
|
55526 |
plaats der Maatschappij te stellen. Uitstaand bedrag op 31 December |
|
55527 |
1919: zie tabel. |
|
55528 |
Op de tweede leening, groot f 14.000.000, zijnde de 17e-20e seriën |
|
55529 |
der leening 1915 van f 20.000.000 en de eerste 10 seriën eener leening van |
|
55530 |
29 Juni 1918, eveneens groot f 20.000.000, heeft vanaf 13-19 Juli 1918 ten |
|
55531 |
kantore voornoemd de inschrijving opengestaan tot den koers van 100g pct., |
|
55532 |
met voorkeursrecht voor aandeelhouders en oprichters (uitgeoefend door |
|
55533 |
nummeropgave). Obligatiën groot f 1000, coupons per 1 Mei |
|
55534 |
en 1 November. Aflossing à pari in 60 jaren; uitloting in October, |
|
55535 |
losbaar 1 Mei d.a.v. Op 1 Mei 1919 wordt voor het eerst f 40.000 aflosbaar |
|
55536 |
gesteld en verder op 1 Mei van elk volgend jaar zoodanige som, als de ten |
|
55537 |
vorigen jare losbaar gestelde plus vrijgevallen rente daarvan. Geheele of |
|
55538 |
gedeeltelijke aflossing à pari te allen tijde geoorloofd. De stukken ver- |
|
55539 |
kregen 26 Aug. 1918 officiëele noteering en zijn vanaf 1 November 19.8 |
|
55540 |
dooreen leverbaar met de overige 5 pct. obligatiën. Voor het prospectus |
|
55541 |
zie men aan het einde van deel I, jaargang 1918/19. |
|
55542 |
Koersen 1915: 103-1005/16; 1916: 1052-101}; 1917: 105-101}; 1918: 1043-95. |
|
55543 |
1919: 100-89; 1920: 91-78. |
|
55544 |
Mij. t. Expl. v. Staatsspoorwegen, 4} pcts. Leening |
|
55545 |
van 1913 en 1914. Van deze leening, groot f 20.000.000, goedgekeurd |
|
55546 |
op de algemeene vergadering, gehouden 19 Juni 1913, werden uitgegeven de |
|
55547 |
le-10e serie, elk groot f 1000. De inschrijving op deze obligatiën |
|
55548 |
stond open op 10 September 1913 met voorkeursrecht voor aandeelhouders |
|
55549 |
en oprichters, tot den koers van 1001 pct. Obligatiën, groot |
|
55550 |
f 1000; coupons 1 April en 1 October; aflossing in 60 jaren. Jaarlijksche |
|
55551 |
aflossing, voor het eerst op 1 April 1915 ad f 35.000 en in volgende jaren |
|
55552 |
vermeerderd met de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. |
|
55553 |
Uitloting in October, losbaar den len April d.a.v. Geheele of gedeelte- |
|
55554 |
lijke aflossing dezer leening is geoorloofd. Bij naasting door den Staat |
|
55555 |
is deze bevoegd zich in de plaats der Mpij. te stellen. Op het restant dezer |
|
55556 |
leening (11e-20e serie) was 30 Jan. 1914 tot den koers van 100} pct. de in- |
|
55557 |
schrijving opengesteld, eveneens met voorkeursrecht voor aandeelhouders |
|
55558 |
en oprichters. Aflossing, coupons en coupures als bij de stukken der |
|
55559 |
le-10e serie. Geheele of gedeeltelijke aflossing niet vóór 1919 geoorloofd. |
|
55560 |
Voor de op 1 Jan. 1920 uitstaande bedragen zie men de tabel „Specificatie |
|
55561 |
Obligatieschuld". Dit tweede gedeelte (serie 11-20) had tot 2 Juni |
|
55562 |
1920 afzonderlijke noteering doch wordt van af dezen datum dooreen |
|
55563 |
genoteerd met alle andere 43 pct. stukken. Het eerste gedeelte (serie 1-10) |
|
55564 |
wordt geheel ten onrechte dooréén genoteerd met |
|
55565 |
de 43 pct. obligatiën 13 20e serie der uitgifte in 1914 ad f 20.000.000 en |
|
55566 |
de le 6e serie der uitgifte van 1915 ad f 20.000.000, voor welke afwijkende |
|
55567 |
aflossingsbepalingen gelden (zie hieronder). |