|
55568 |
1488 SPOORWEGFONDSEN. |
|
55569 |
Koersen 1913 der serie 1-10: 1007/16-102}; 1914: 100g 1023; 1915: 994-94; |
|
55570 |
1916-1919 gelijk aan noteeringen 11-20 serie hieronder. |
|
55571 |
Koersen 1914 der serie 11-20: 1003-1023; 1915: 994-94; 1916: 102-952; 1917: 102-99. |
|
55572 |
1918: 993-874; 1919: 943-81ª; 1920: 82-712. |
|
55573 |
Mij. tot Expl. van Staatsspoorwegen. 41 pct. Leening |
|
55574 |
van 1914 en 1915. Deze uitgifte bestaat uit de 13-20e serie der lee- |
|
55575 |
ning van 1914, groot f 20.000.000, goedgekeurd bij besluit der alg. verga- |
|
55576 |
dering van 22 Juni 1914 en uit de le-6e serie der leening 1915, eveneens |
|
55577 |
groot f 20.000.000, goedgekeurd bij besluit der algemeene vergadering |
|
55578 |
van 24 Juni 1915, in totaal dus groot § 14.000.000. De inschrij- |
|
55579 |
ving op deze obligatiën stond open op 7 October 1915 tot den |
|
55580 |
koers van 97§ pct. Obligatiën, groot f 1000, met coupons per |
|
55581 |
1 April en 1 October. Aflossing à pari door uitloting in 60 jaren; |
|
55582 |
voor het eerst op 1 April 1917 ad f 50.000 en verder op 1 April van elk vol- |
|
55583 |
gend jaar zoodanige som als ten vorigen jare vermeerderd met vrijgevallen |
|
55584 |
rente. Uitloting in October, aflosbaarstelling op 1 April d.a.v. |
|
55585 |
Geheel of gedeeltelijke aflossing voorbehouden. Bij naasting door den |
|
55586 |
Staat is deze bevoegd zich in de plaats der mpij. te stellen. Deze obligatiën |
|
55587 |
worden geheel ten onrechte dooréén genoteerd met de |
|
55588 |
1e-10e serie der leening van 1913 (zie boven). 41 pct. obligatiën |
|
55589 |
1915, goedgekeurd bij besluit van 24 Juni 1915, uitgegeven 30 Juni |
|
55590 |
-5 Juli 1917, tot den koers van 100 pct., met voorkeursrecht voor aan- |
|
55591 |
deelhouders en oprichters, uitgeoefend door nummeropgave. Van deze |
|
55592 |
obligatiën, die in coupons en coupures aan de overige 4} pct. |
|
55593 |
stukken gelijk zijn, werden op genoemde data f 10.000.000 geëmitteerd, zijnde |
|
55594 |
de 7e-16e serie der 41 pct. leening 1915 (de 17e-20e seriën zijn |
|
55595 |
in 1918 als 5 pct. obligatiën uitgegeven. Zij worden eveneens geheel |
|
55596 |
ten onrechte dooréén genoteerd met de bovenomschreven 43 pct. |
|
55597 |
oblig. 1914/1915 en met die van 1913. Omtrent de aflossing toch is |
|
55598 |
bepaald dat deze à pari zal geschieden door uitloting in 60 jaren; voor het |
|
55599 |
eerst op 1 April 1918 f 35.000 en verder op 1 April van elk volgend jaar |
|
55600 |
zoodanige som als ten vorigen jare, vermeerderd met vrijgevallen rente. |
|
55601 |
Uitloting in October, aflosbaarstelling op 1 April d. a. v. Geheele of ge- |
|
55602 |
deeltelijke aflossing voorbehouden. Uitstaande bedragen: zie tabel. |
|
55603 |
Koersen: Zie onder 43 pct. leening 1913 en 1914 |
|
55604 |
Mij. t. Expl. v. Staatsspoorwegen, 4 pct. leeningen |
|
55605 |
van 1901, 1902, 1908, 1911 en 1913. Eene leening groot |
|
55606 |
f 15.000.000 in 15 seriën van f 1.000.000 werd goedgekeurd op de |
|
55607 |
algemeene vergadering, gehouden 12 Juni 1900, en uitgegeven in |
|
55608 |
twee gedeelten, het eerst de leening groot f 8.000.000, d.d. 1 Ja- |
|
55609 |
nuari 1901, à pari, op 19 December 1900, ten tweede de leening |
|
55610 |
groot f 7.000.000 d.d. 1 Januari 1902 à 100} pct. Voorts besloot |
|
55611 |
de op 14 Februari 1908 gehouden vergadering een geldleening te creëeren |
|
55612 |
van f 15.000.000. Hiervan werden in 1908 de seriën 1-8 (f 8.000.000) |
|
55613 |
d.d. 16 Maart 1908 uitgegeven. De inschrijving op deze obligatiën was |
|
55614 |
op 3 Maart 1908 met voorkeursrecht voor aandeelhouders en houders van |
|
55615 |
oprichtersbewijzen, tot den koers van 100 pct. opengesteld. De |
|
55616 |
overige seriën dezer leening bestaan uit 3} pct. obligatiën, uitgegeven in |
|
55617 |
1909 (zie aldaar). Op 15 Maart 1911 stond de inschrijving open op |