|
31492 |
PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. 1089 |
|
31493 |
van artikel 35, sub b, zoomede in artikel 36 der Indische Mijnwet ten aanzien |
|
31494 |
van concessies is voorgeschreven. De uitvoeringsvoorschriften van de evengenoemde |
|
31495 |
bepalingen zijn ten deze van toepassing. |
|
31496 |
Artikel 5. De naamlooze vennootschap zal, behoudens inachtneming van het be- |
|
31497 |
paalde bij artikel 51 van het Wetboek van Koophandel, een aanvang nemen op den |
|
31498 |
dag harer oprichting en eindigt, behoudens vroegere ontbinding of verlenging, op |
|
31499 |
de wijze als in de artikelen 21 en 22 is bepaald, den 31sten December 1960. |
|
31500 |
Artike,1 6. (1) De Nederlandsch-Indische Aardolie Maatschappij heeft haren zetel |
|
31501 |
in Nederland. (2) Zij moet zich in Nederlandsch-Indië doen vertegenwoordigen |
|
31502 |
door een bij authentieke akte aan te wijzen persoon of vennootschap, die voldoet |
|
31503 |
aan de vereischten in het eerste lid van artikel 4 der Indische Mijnwet gesteld |
|
31504 |
voor houders van vergunningen tot opsporing van delfstoffen of van mijnconcessies. |
|
31505 |
Artikel 7. (1) Het maatschappelijk kapitaal der Nederlandsch-Indische Aardolie |
|
31506 |
Maatschappij bedraagt bij de oprichting 10 millioen gulden, verdeeld in vijfduizend |
|
31507 |
aandeelen A, elk groot f 1000, en vijfduizend aandeelen B, elk groot eveneens f 1000. |
|
31508 |
(2) Alle aandeelen luiden op naam. (3) Op alle aandeelen wordt 10 pct. gestort on- |
|
31509 |
middellijk na de oprichting, terwijl de verdere stortingen zullen plaats hebben naar |
|
31510 |
behoefte, ter beoordeeling van den Raad van Beheer. (4) Houder van aandeelen A |
|
31511 |
kan uitsluitend zijn de rechtspersoon Nederlandsch-Indië. (5) Houders van aan- |
|
31512 |
deelen B zijn de persoon of personen, met welke ingevolge het bepaalde in het eerste |
|
31513 |
lid van artikel 1 de Maatschappij is opgericht De .wijze van overdracht dezer |
|
31514 |
aandeelen wordt, onafhankelijk van het bepaalde bij artikel 42 van het Wetboek |
|
31515 |
van Koophandel, bij de akte van oprichting geregeld Overdracht van aandeelen B |
|
31516 |
aan personen of vennootschappen, die niet voldoen aan de vereischten, in het eerste |
|
31517 |
lid van artikel 4 der Indische Mijnwet gesteld voor houders van vergunningen tot |
|
31518 |
het opsporen van delfstoffen of van mijnconcessies, is niet geoorloofd dan na ver- |
|
31519 |
kregen uitdrukkelijke toestemming van den Minister van Koloniën. |
|
31520 |
Artikel 8. (1) De Nederlandsch-Indische Aardolie Maatschappij vormt op de wijze |
|
31521 |
en tot het bedrag. in de akte van oprichting te bepalen, een reservefonds, hetwelk |
|
31522 |
het bedrag van het gestort maatschappelijk kapitaal niet te boven gaat. (2) Het |
|
31523 |
reservefonds is bestemd tot dekking van eventueele nadeelige saldi van de winst- |
|
31524 |
en verliesrekening. (3) Van het voordeelig saldo eener vastgestelde winst- en verlies- |
|
31525 |
rekening wordt allereerst tien ten honderd in het reservefonds gestort, totdat dit |
|
31526 |
het bij de akte van oprichting bepaalde bedrag heeft bereikt. |
|
31527 |
Artikel 9. (1) De Nederlandsch-Indische Aardolie Maatschappij wordt bestuurd |
|
31528 |
door een Raad van Beheer. (2) Leden van den Raad van State en leden van de |
|
31529 |
Staten-Generaal kunnen geen deel uitmaken van den Raad van Beheer. |
|
31530 |
Artikel 10. (1) De Raad van Beheer bestaat uit vijf leden. (2) Drie leden van |
|
31531 |
den Raad worden benoemd door den Minister van Kolonien, twee door de verga- |
|
31532 |
dering van houders van aandeelen B. (3) Hunne benoeming geschiedt telkens voor |
|
31533 |
den tijd van vijf jaren, met dien verstande, dat bij benoeming ter voorziening in een |
|
31534 |
tusschentijds ontstane vacature de optredende den diensttijd van zijnen voorganger |
|
31535 |
vervult. Bij hunne aftreding zijn zij terstond opnieuw benoembaar. (4) Zij kunnen |
|
31536 |
te allen tijde worden ontslagen door den Minister of door de vergadering van |
|
31537 |
houders van aandeelen B, naar gelang de benoeming door den eerste of door de |
|
31538 |
tweede is geschied. (5) De leden kunnen elkander schrifttelijk volmacht geven |
|
31539 |
tot beraadslagen en besluiten in de vergadering van den Raad. (6) Door den |
|
31540 |
Minister wordt voor de leden, die door hem benoemd zijn, eene instructie vast- |
|
31541 |
gesteld. |
|
31542 |
Artikel 11. De leden van den Raad van Beheer genieten eene vaste bezoldiging, |
|
31543 |
waarvan het bedrag bij of krachtens de akte van oprichting wordt bepaald. |
|
31544 |
Artikel 12. (1) De Raad van Beheer benoemt eene Directie, bestaande uit een of |
|
31545 |
meer leden. (2) Mits zij voldoen aan de in het eerste lid van artikel 4 der Indische |
|
31546 |
Mijnwet gestelde vereischten, kunnen zoowel een of meer physieke personen als |
|
31547 |
een of meer naamlooze vennootschappen deel uitmaken van de Directie of deze |
|
31548 |
vormen. (3) Elke benoeming geschiedt voor den tijd van tien jaren. Bij aftreding |
|
31549 |
zijn de leden der Directie terstond herbenoembaar. Zij kunnen te allen tijde |
|
31550 |
door den Raad van Beheer worden ontslagen. (4) In afwijking van hetgeen in het |
|
31551 |
eerste lid bepaald is, wordt de Directie voor de eerste maal aangewezen bij de akte |
|
31552 |
van oprichting. |
|
31553 |
Artikel 13. De Directie of hare leden gezamenlijk genieten jaarlijks eene belooning |
|
31554 |
ten beloope van tien ten honderd van het voordeelig saldo eener vastgestelde winst- |
|
31555 |
en verliesrekening, na vermindering van dit saldo met de bijdrage aan het |
|
31556 |
reservefonds. |
|
31557 |
Artikel 14. (1) De Raad van Beheer vertegenwoordigt de Maatschappij in en buiten |
|
31558 |
rechten en is tot alle daden van beheer en eigendom bevoegd, voorzoover deze wet |
|
31559 |
niet anders bepaalt. (2) De Directie is namens den Raad van Beheer belast met |
|
31560 |
de geheele dagelijksche leiding der zaken, en, behoudens het in het derde lid van dit |
|
31561 |
artikel bepaalde, tegenover derden bevoegd tot alle daden van beheer en eigendom, |
|
31562 |
zonder dat ten deze van eenige medewerking van den Raad van Beheer zal behoeven |
|
31563 |
te blijken. (3) De Directie behoeft de goedkeuring of machtiging van den Raad |
|
31564 |
van Beheer voor de navolgende handelingen: 1. het verkrijgen, vervreemden of |
|
31565 |
bezwaren van onroerende goederen en van schepen, voorzoover deze goederen of |
|
31566 |
schepen een waarde van f 10.000 te boven gaan; 2. het vaststellen van de voorwaarden, |
|
31567 |
waarop bij kassiers of bankiers gelden kunnen worden opgenomen en belegd; 3. de |
|
31568 |
uitgifte van obligatieleeningen; 4. het in exploitatie nemen of het beeindigen van |
|
31569 |
de exploitatie van terreinen en de oprichting en sluiting van fabrieken, zoomede de |
|
31570 |
totstandbrenging en opheffing van verkoopsorganisaties en het sluiten, wijzigen en |
|
31571 |
VAN Oss, Effectenboek voor 1922. XIX1. 69 |