|
31413 |
1088 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. |
|
31414 |
Nederlandsch-Indische Aardolie Maatschappij. In verband met de exploi- |
|
31415 |
tatie der Djambi-Concessies is een wet tot stand gekomen, waarbij de Minister |
|
31416 |
van Koloniën gemachtigd wordt bovengenoemde maatschappij op te richten met de |
|
31417 |
door hem aan te wijzen persoon of personen (Bataafsche Petrol. Mpij). Deze zal de |
|
31418 |
aandeelen B à pari verkrijgen en de directie der Mpij voeren. Hieronder volgt de |
|
31419 |
desbetreffende wet in extenso: |
|
31420 |
Artikel 1. (1) De Minister van Koloniën wordt gemachtigd om met inachtneming |
|
31421 |
van de bepalingen dezer wet voor en namens Nederlandsch-Indie met de door hem |
|
31422 |
aan te wijzen persoon of personen eene naamlooze vennootschap op te richten, ge- |
|
31423 |
naamd „Nederlandsch-Indische Aardolie Maatschappij“, welke ten doel heeft: a. het |
|
31424 |
opsporen en winnen in de residentie Djambi van: 1. aardolie, aardpek, aardwas |
|
31425 |
en alle andere soorten van bitumineuse zelfstandigheden, zoowel vaste als vloei- |
|
31426 |
bare en brandbare gassen, voorzoover niet uitmakende een bestanddeel van een vast |
|
31427 |
gesteente, dat voor hunne winning in zijn geheel moet worden ontgonnen; 2. iodium |
|
31428 |
en de verbindingen daarvan; b. het te gelde maken van de gewonnen grondstoffen |
|
31429 |
en de daaruit bereide producten; c. het verrichten van handelingen en het aangaan |
|
31430 |
van overeenkomsten, welke tot de bereiking van het sub a en b vermelde doel |
|
31431 |
bevorderlijk zijn, daaronder het deelnemen in andere vennootschappen. (2) De |
|
31432 |
bepalingen van het Wetboek van Koophandel en van andere wetten zijn op haar niet |
|
31433 |
van toepassing, voorzoover deze wet daarvan afwijkende bepalingen bevat. (3) Zij |
|
31434 |
is koopman in den zin van het Wetboek van Koophandel. (4) Zij zal worden tot |
|
31435 |
stand gebracht en hare akte van oprichting zal kunnen worden gewijzigd zonder dat |
|
31436 |
Onze bewilliging is verleend op die akte of een ontwerp daarvan, zoodat ook de |
|
31437 |
verplichting tot openbaarmaking van de Koninklijke bewilliging op de akte van op- |
|
31438 |
richting of wijzigingen daarin vervalt. |
|
31439 |
Artikel 2. (1) De Nederlandsch-Indische Aardolie Maatschappij is belast met en |
|
31440 |
heeft uitsluitend recht tot het opsporen en winnen, zoo door middel van grond- |
|
31441 |
boring als op andere wijze, van de in het eerste lid van het vorige artikel onder |
|
31442 |
letter a sub 1 en 2 bedoelde zelfstandigheden in een in de residentie Djambi gelegen |
|
31443 |
terrein, waarvan de grenzen in het volgend lid worden aangegeven, en tot den |
|
31444 |
aanleg van alle daartoe nòodige werken, zoo op als onder den grond. (2) De grenzen |
|
31445 |
van het in het vorig lid bedoelde terrein zijn: ten Noorden: de grens tusschen de |
|
31446 |
residenties Djambi en Riouw en Onderhoorigheden, vanaf het punt waar deze resi- |
|
31447 |
denties en de residentie Sumatra's Westkust aan elkaar komen, tot waar die grens |
|
31448 |
wordt gesneden door den verbindingsweg tusschen Kampong Boeboer (aan de |
|
31449 |
Soengei Merala, zijtak van de Soengei Reteh, residentie Riouw en Onderhoorigheden) |
|
31450 |
en Soeban (aan de Soengei Tantang), verder deze weg over Soeban, Tandjong Bodjo |
|
31451 |
en Pakam naar Pelaboean Dagang, vervolgens de Soengei Pengaboean stroom- |
|
31452 |
opwaarts tot aan den mond van de Soengei Dasal en de parallel over den mond |
|
31453 |
van de Soengei Dasal tot waar deze de Soengei Tapa snijdt, daarna de Soengei |
|
31454 |
Tapa stroomaf, tot waar deze den verbindingsweg naar de Soengei Poetat (zij- |
|
31455 |
rivier van de Soengei Mandaharo) snijdt, vervolgens deze verbindingsweg tot aan |
|
31456 |
den mond van de Soengei Poetat; ten Oosten: de Soengei Mandaharo van den mond |
|
31457 |
van de Soengei Poetat stroomopwaarts tot aan de monding van de Soengei Simpang- |
|
31458 |
toean en de meridiaan over deze monding tot waar deze lijn de Batanghari snijdt; |
|
31459 |
de Batanghari stroomafwaarts tot aan de monding van de Soengei Koempei, deze |
|
31460 |
laatste stroomopwaarts tot aan de monding van de Soengei Poedak en de meridiaan |
|
31461 |
over deze monding naar het Zuiden tot waar deze de grens tusschen de residenties |
|
31462 |
Djambi en Palembang snijdt; ten Zuiden: deze grens tot waar zij gesneden wordt |
|
31463 |
door den weg van Soeroelangoen (aan de Ajer Raawas) naar Sarolangoen (aan de |
|
31464 |
Batang Tembesi); ten Westen: deze weg tot Sarolangoen de Batang Tembesi |
|
31465 |
stroomafwaarts tot aan den mond van de Ajer Itam, de Ajer Itam stroomopwaarts |
|
31466 |
tot de monding van de Ajer Mentawa, de Ajer Mentawa stroomopwaarts tot waar zij |
|
31467 |
den verbindingsweg van Kampong Limboer (aan de Batang Merangin) naar kampong |
|
31468 |
Tandjong Gedang (aan de Batang Tabier) snijdt, deze verbindingsweg tot kampong |
|
31469 |
Tandjong Gedang, de weg van Tandjong Gedang naar Kampong Rantau Kelajang |
|
31470 |
(aan de Soengei Pelepat) tot de snijding met de Soengei Koeamang, de Soengei |
|
31471 |
Koeamang van dit snijpunt stroomafwaarts tot hare monding in de Soengei Pelepat, |
|
31472 |
de Soengei Pelepat van de monding der Soengei Koeamang stroomafwaarts tot |
|
31473 |
hare monding in de Batang Tebo, de Batang Tebo van de monding van de Soengei |
|
31474 |
Pelepat stroomafwaarts tot hare monding in de Batanghari, de Batanghari van de |
|
31475 |
monding van de Batang Tebo stroomopwaarts tot de monding van de Soengei |
|
31476 |
Langsisip, de Soengei Langsisip, van hare monding in de Batanghari stroomopwaarts |
|
31477 |
tot waar zij de grens tusschen de residenties Djambi en Sumatra's Westkust snijdt, |
|
31478 |
voorts deze grens: |
|
31479 |
Artikel 3. (1) Ten aanzien van de verhouding van de Nederlandsch-Indische Aard- |
|
31480 |
olie Maatschappij tot rechthebbenden op den grond en tot derde belanghebbenden in |
|
31481 |
den zin van artikel 3 der Indische Mijnwet, zoomede tot andere concessionarissen of |
|
31482 |
ontginners op den voet van artikel 5a dier wet gelden de bepalingen van het tweede |
|
31483 |
en derde lid van artikel 8 en die van artikel 9, zoomede van den IVden titel van |
|
31484 |
die wet en de uitvoeringsvoorschriften van die bepalingen, met dien verstande dát |
|
31485 |
vertoon van de in artikel 9, sub a, en het eerste lid van artikel 21 bedoelde stukken |
|
31486 |
niet vereischt zal zijn. (2) Hetgeen in of krachtens het 1ste tot en met het 7de |
|
31487 |
lid van artikel 43 der Indische Mijnwet is of wordt bepaald ten aanzien van het toe- |
|
31488 |
zicht van Regeeringswege is ook van toepassing op de door de Nederlandsch- |
|
31489 |
Indische Aardolie Maatschappij ondernomen opsporingen en ontginningen. |
|
31490 |
Artikel 4. De Nederlandsch-Indische Aardolie Maatschappij is aan het Gouverne- |
|
31491 |
ment jaarlijks cijns verschuldigd op den voet en tot het bedrag als in het tweede lid |