|
33916 |
PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. 1131 |
|
33917 |
geen sprat e meer zijn, om de eenvoudige reden, dat de zaak in eerste instantie |
|
33918 |
behandeld is voor het Kantongerecht, zoodat de Rechtbank reeds in hooger beroep |
|
33919 |
werpen gevonnist van heeft. het vonnis Mogelijk der is alleen Rechtbank nog aan maar het een beroep eindoordeel in van cassatie, den dus Hoogen een onder- Raad |
|
33920 |
der Nederlanden. Natuurlijk zal een beroep in cassatie wel niet uitblijven. Wie, |
|
33921 |
zocals de ex-directeur Deen, veroordeeld is tot vergoeding van kosten, schaden en |
|
33922 |
interesten, waarvan het bedrag nader is op te maken in eene liquidatie-procedure |
|
33923 |
(een z.g. staatproces) en weet, dat de tegenpartij het bedrag denkt op te voeren |
|
33924 |
tot bijna vijf millicen gulden, die grijpt uitteraard elk middel aan, om aan die |
|
33925 |
liquidatie-procedure te ontkomen. Welke cassatie-middelen de raadslieden van den |
|
33926 |
veroordeelde zullen weten te bedenken dat moet men afwachten. Tot en met 28 |
|
33927 |
September a.s. kan de dagvaarding in cassatie worden uitgebracht. Het proces in |
|
33928 |
cassatie pleegt nooit lang te duren. Meestal loopt het binnen zes maanden af en |
|
33929 |
dat zal ook wel in deze zaak het geval zijn. Verwerpt de Hooge Raad de cassatie, |
|
33930 |
dan is en blijft de veroordeeling, door de Haagsche Rechtbank uitgesproken, onaan- |
|
33931 |
tastbaar, zoodat de liquidatie der te betalen schadevergoeding dan door de Perlak |
|
33932 |
Petroleum Maatschappij bij de Haagsche Rechtbank kan worden aanhangig ge- |
|
33933 |
maakt. Aanvaardt de Hooge Raad daarentegen de cassatie (hetgeen alleen dan |
|
33934 |
mogelijk is als naar zijn oordeel de Rechtbank in haar vonnis eene wetsbepaling |
|
33935 |
verkeerd toegepast of geschonden heeft), dan gaat de zaak terug naar de Recht- |
|
33936 |
bank, opdat deze met inachtneming van het arrest van den Hoogen Raad de zaak |
|
33937 |
opnieuw beslisse en dan kan het nieuwe eindvonnis nog wel een jaar of meer op |
|
33938 |
zich laten wachten. |
|
33939 |
Ook over de mogelijkheid, om eene tegen den ex-directeur Deen verkregen veroor- |
|
33940 |
deeling te executeeren, vindt men in de pers beschouwingen, die minder juist schij- |
|
33941 |
nen. Het moge waar zijn, dat Deen, schier onmiddellijk nadat de Perlak Petroleum |
|
33942 |
Maatschappij tot het proces tegen hem besloten had, zich metterwoon te Londen |
|
33943 |
is gaan vestigen en dat hij zijn onroerend goed in Nederland heeft verkocht en |
|
33944 |
waarschijnlijk ook zijn roerend vermogen zooveel mogelijk over de grenzen heeft |
|
33945 |
gebracht. Dit neemt toch niet weg, dat executie van een vonnis niet geheel uit- |
|
33946 |
gesloten is. Wij meenen te weten, dat verleden week reeds ten verzoeke van de |
|
33947 |
Perlak Petroleum Maatschappij op een bevelschrift van den President der Haag- |
|
33948 |
sche Rechtbank een paar conservatoire beslagen ten laste van den ex-directeur zijn |
|
33949 |
gelegd, waardoor belangrijke baten, die niet naar elders in veiligheid konden wor- |
|
33950 |
den gebracht, thans worden vastgehouden ten behoeve van later verhaal. |
|
33951 |
Cassatie-beroep. Op 16 October 1920 heeft het cassatie-beroep, door den |
|
33952 |
heer Deen tegen het vonnis van de Haagsche rechtbank plaats gehad. De plei- |
|
33953 |
dooien voor den Hoogen Raad zijn op 11 Maart 1921 begonnen. Op 17 Juni 1921 deed |
|
33954 |
de Hooge Raad uitspraak waarbij zij het cassatieberoep van den |
|
33955 |
heer Deen heeft verworpen. |
|
33956 |
De adv .- gen. Ledeboer heeft in deze zaak de volgende conclusie genomen : |
|
33957 |
Edele Hoog Achtbare Heeren. |
|
33958 |
Als cassatiemiddelen zijn voorgedragen : |
|
33959 |
I. „Schending en verkeerde toepassing van de artt. 1374, 1375, 1378 B. W., 48 |
|
33960 |
en 780 B. R., in verband met de artt. 1356, 1357, 1358, 1364, 1371, 1373, 1485 B. W., en de |
|
33961 |
artt. 52 en 55 W. v. K., doordat de Rechtbank, hoewel feitelijk vaststaat, dat |
|
33962 |
partij Deen wegens zijne handelingen over het afgeloopen jaar volgens art. 18 |
|
33963 |
der statuten ontslagen wordt door de goedkeuring der balans en winst- en ver- |
|
33964 |
liesrekening en dat de balans en winst- en verliesrekening over 1909 in de ver- |
|
33965 |
gadering van aandeelhouders zijn goedgekeurd en - in verband met eene mede- |
|
33966 |
deeling in het jaarverslag -. deden blijken van den aankoop in 1909 der 1500 |
|
33967 |
aandeelen Zuid-Perlak, desniettemin, met vernietiging van het vonnis des Kan- |
|
33968 |
tonrechters en de daarbij gegeven niet-ontvankelijkverklaring, heeft afgewezen |
|
33969 |
partij Deen's beroep op die goedkeuring ter afwering van den tegen hem inge- |
|
33970 |
stelden eisch tot schadevergoeding ter zake van het doen verkrijgen dier aan- |
|
33971 |
deelen Zuid-Perlak, zulks op gronden welke die beslissing niet rechtvaardigen en |
|
33972 |
vok zelve met de aangehaalde wetsartikelen in strijd zijn." |
|
33973 |
II. „Schending en verkeerde toepassing van de artt. 1356, 1357, 1358, 1364, 1374, 1485 |
|
33974 |
B. W., in verband met de artt. 48 en 780 B. R., en 52 en 55 W. v. K., door, ter- |
|
33975 |
wijl feitelijk vaststaat, dat uit de stukken over het jaar 1900, welker goedkeu- |
|
33976 |
ring ontslag van aansprakelijkheid voor partij Deen met zich bracht, de aankoop |
|
33977 |
der aandeelen Zuid-Perlak bleek en deze stukken goedgekeurd zijn, desniettemin |
|
33978 |
te beslissen, dat partij Deen ten gevolge van de goedkeuring van deze stukken |
|
33979 |
niet van zijne aansprakelijkheid voor den aankoop der aandeelen Zuid-Perlak |
|
33980 |
ontslagen was, omdat genoemde stukken geen licht geven en partij Deen daarin |
|
33981 |
verzwegen heeft, dat hij, gedreven door eigenbelang en het belang van partij |
|
33982 |
Perlak uit het oog verliezend, haar de aandeelen Zuid-Perlak, welke voor het |
|
33983 |
overgroote meerendeel het eigendom van hem en zijne familie waren, heeft doen |
|
33984 |
verkrijgen (en dan nog tegen zeer hoogen prijs), zulks niettegenstaande hij wist, |
|
33985 |
dat de commissaris Capadose tegen die verkrijging had gewaarschuwd, omdat het |
|
33986 |
olieveld van Zuid-Perlak geen olie bevatte in betalende hoeveelheid, en hem, |
|
33987 |
partij Deen, bekend was een rapport van den deskundige Dr. Blumer, dat even- |
|
33988 |
zeer ongunstig Iluidde omtrent de toekomst dier Maatschappij, zijnde dit alle |
|
33989 |
omstandigheden, wier verzwijging hoogstens in aanmerking kon komen voor een |
|
33990 |
rechtsvordering tot vernietiging der verleende décharge wegens dwaling of be- |