Page 1188 in yearbook 1922

Page 1188 in yearbook 1922

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1922 vanoss_1922_domestic 1188 1132 content 1920 × 2471 1922/36737

Blocks on this page 0

No blocks have been marked on this page.

Page content 79

The raw OCR output of this page, line by line.
33991 1132 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN.
33992 drog, indien overigens aan de vereischten van art. 1358 of art. 1364 B. W. voldaan
33993 ware, maar die geen van alle de toestemming tot de décharge wegens den aankoop
33994 der aandeelen Zuid-Perlak, of het recht om zich op die décharge te beroepen,
33995 kunnen opheffen."
33996 III. „Schending, althans verkeerde toepassing van de artt. 5, 48, 125a, 125b,
33997 125c, 125d, 134, 353 B. R., in verband zoo noodig met de artt. 1270 en 1639d B. W .:
33998 „,a. door, terwijl de Rechtbank feitelijk heeft uitgemaakt, dat partij Perlak
33999 bij haar inleidend verzoekschrift slechts heeft gewaagd van een daad van partij
34000 Deen als plichtsverzuim van dezen en daarna in den loop van het geding daaraan
34001 nog toevoegde, dat dit plichtsverzuim ook volgde uit niet-handelen, desniettemin
34002 te beslissen, dat dit niet een ongeoorloofde verandering van het onderwerp van
34003 den eisch was, omdat art. 134 B. R. ten deze niet toepasselijk is en in ieder geval,
34004 volgens het inleidend verzoekschrift, de grondslag van den eisch is het plichts-
34005 verzuim van partij Deen als directeur door hem gepleegd bij de verkrijging voor
34006 partij Perlak van de aandeelen Zuid-Perlak, zulks ten onrechte, daar, behalve
34007 dat art. 134 B. R. wèl van toepassing is, verandering van den grondslag der vor-
34008 dering door art. 125b B. R. wordt uitgesloten en plichtsverzuim een qualificatie
34009 is en geen aanwijzing van gronden en middelen, gelijk door art. 125b en art. 5 B. R.
34010 in het verzoekschrift en in de dagvaarding gevorderd wordt;
34011 b. doordat de Rechtbank de vordering van partij Perlak toewijst op en als
34012 grondslag van die vordering aanneemt het feit, dat eischer ook kende Dr. Blu-
34013 mer's ongunstig rapport betreffende Aloë Mas, welk feit niet als grond der vor-
34014 dering in het inleidend verzoekschrift was gesteld, doch eerst bij repliek in
34015 eersten aanleg aan de ten grondslag der vordering gestelde feiten was toege-
34016 voegd."
34017 IV. „Schending of verkeerde toepassing van de artt. 161 Grondwet, 30 R. O. 48,
34018 59, 103, 125a, 199, 353 B. R., 1275, 1280, 1283, 1284, 1637a, 1637w, 1639d, 1902, 1961 B. W.,
34019 doordat de Rechtbank, op grond van feiten welke zij voor een deel door gebruik-
34020 making van in de gedingstukken door partij Deen gedane erkenningen als ten
34021 processe vaststaande aanneemt, heeft toegewezen de vordering van partii Perlak
34022 tot vergoeding van alle kosten, schaden en interessen, geleden en te lijden ten --
34023 gevolge van den aankoop van 1500 gewone aandeelen Zuid-Perlak, welke aankoop
34024 partij Deen, naar de Rechtbank aanneemt, heeft bewerkstelligd en wel onder een
34025 aantal omstandigheden waaruit de Rechtbank afleidt dat partij Deen niet alleen
34026 werd gedreven door eigenbelang, maar ook roekeloos het belang van partij Perlak
34027 geheel heeft achtergesteld, daarbij evenwel beslissende, dat niet mag worden
34028 gesproken van opzettelijke achterstelling van partij Perlak » belangen, zulks
34029 zonder te overwegen of/en te beslissen dat partij Deen wist of nad moeten weten,
34030 dat die aankoop voor partij Perlak nadeelig was, immers te dien aanzien alleen
34031 vermeldende de waarschuwing van Mr. Capadose en de in 1907 uitgebrachte rap-
34032 porten van Dr. Blumer, maar zonder te onderzoeken of/en te beslissen dat ten
34033 onrechte door partij Deen was aangevoerd dat tijdens de transactie een en ander
34034 geen gewicht kon in de schaal leggen en van die transactie ook voor partij
34035 Perlak groot voordeel was te verwachten en door partij Deen verwacht werd,
34036 al hetwelk door hem uitdrukkelijk was gesteld onder aanvoering van de daar-
34037 toe strekkende en bovendien subsidiair door hem te bewijzen aangeboden feiten,
34038 en terwijl zelfs de Rechtbank uitdrukkelijk in het midden laat wat er zij van
34039 de redenen welke partij Deen mocht gehad hebben om aan de waarschuwing
34040 van Mr. Capadose minder waarde te hechten of welke het hem wenschelijk
34041 mochten hebben doen voorkomen, dat de aandeelen Zuid-Perlak niet aan anderen
34042 dan partij Perlak zouden komen, zulks omdat partij Deen's gedraging heeft
34043 geleid tot schade van partij Perlak en de waarschuwing juist is gebleken, waar-
34044 bij de Rechtbank bepaaldelijk ook, in strijd met de aangehaalde wetsartikelen,
34045 a. partij Deen's wanpraestatie en dientengevolge zijne verplichting tot schade-
34046 vergoeding aanneemt op grond van het feit dat schade is geleden, b. voorbij ziet,
34047 dat krachtens art. 1639d B. W. ten deze alleen in aanmerking mochten komen
34048 de omstandigheden welke aanwezig zijn op het oogenblik dat de arbeider de
34049 handeling nalaat of verricht, c. zijne bekentenis te zijnen nadeele splitst, althans
34050 hem niet toelaat tot het door hem aangeboden bewijs door getuigen, d. niet
34051 onderscheidt tusschen de kosten, schaden en interessen die men wèl en die men
34052 niet heeft kunnen voorzien."
34053 Ten aanzien van het eerste en het tweede middel zij allereerst opgemerkt, dat
34054 de beslissing der Rechtbank daarin niet volkomen juist wordt weergegeven. Door
34055 de bewoordingen waarin deze middelen zijn gesteld, wordt nl. de indruk gewekt
34056 alsof door de Rechtbank feitelijk zou zijn vastgesteld, dat de balans en winst-
34057 en verliesrekening in verband met het jaarverslag deden blijken van de transactie
34058 betreffende de aandeelen Zuid-Perlak zooals die feitelijk had plaats gehad. Dat
34059 is echter niet het geval. Dat de balans en de winst- en verliesrekening die
34060 transactie niet vermelden, staat vast. Wel geeft de Rechtbank dan verder te
34061 kennen, dat de vermelding van den post „aan effecten in portefeuille f 3.000.001"
34062 in verband met de mededeling in het jaarverslag den indruk moest maken dat
34063 de opbrengst der nieuw uitgegeven 6000 aandeelen van de Perlak heeft gestrekt
34064 tot aankoop der 1500 aandeelen Zuid-Perlak voor een bedrag van f 3.000.000 of
34065 200 pct., doch tevens dat in werkelijkheid de aandeelen van de Perlak waren
34066 uitgegeven voor een gezamenlijk bedrag van f 3.757.500 en dus de aandeelen Zuid-
34067 Perlak aan de Perlak kwamen te staan op ruim 250 pct. zoodat uit de goedgekeurde
34068 stukken de werkelijke prijs dier aand. zelfs niet blijkt. Uit een en ander volgt dus,
34069 dat de plaats gehad hebbende transactie betreffende de aandeelen der Zuid-Per-