|
34515 |
PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. 1139 |
|
34516 |
aanzien van die beweringen eene bewijsvoering uit te lokken, waaruit mede volgt, |
|
34517 |
dat voor de terzijdestelling der beweringen van eischer door de Rechtbank redenen |
|
34518 |
zijn aangevoerd; |
|
34519 |
O. dat mitsdien dit onderdeel van het vierde middell niet tot cassatie kan leiden; |
|
34520 |
O. dat dit ook het geval is met de grieven in dit middel onder a-d aangevoerd; |
|
34521 |
met die onder a, omdat de rechtbank blijkens het boven overwogene niet |
|
34522 |
heeft beslist, dat de eischer aansprakelijk is omdat zijne handeling schade heeft |
|
34523 |
veroorzaakt, maar dat hij aansprakelijk is, omdat die handeling was roekeloos |
|
34524 |
en hij dus - geheel in overeenstemming met het beginsel van art. 1401 B. W. - |
|
34525 |
krachtens die aansprakelijkheid de schade moet vergoeden, die achteraf blijkt |
|
34526 |
door zijne handeling te zijn veroorzaakt; |
|
34527 |
met die onder b. omdat, gelijk zooeven werd uiteengezet, de aansprakelijkheid |
|
34528 |
van den eischer-werknemer is aangenomen op grond van diens roekeloos doen, |
|
34529 |
dus op grond dat de eischer anders handelde dan in gelijke omstandigheden |
|
34530 |
een goed arbeider behoort te behandelen; |
|
34531 |
met die onder c, omdat door den eischer niet is afgelegd eene onsplitsbare |
|
34532 |
bekentenis, maar beroep is gedaan op omstandigheden die de door zijne erkentenis |
|
34533 |
bewezen feiten in een zijns inziens voor hem voordeelig licht plaatsen, zoodat de |
|
34534 |
Rechtbank, van oordeel dat die omstandigheden dit niet vermochten, bevoegd |
|
34535 |
was ze ter zijde te stellen, terwijl daarenboven, ook al kon hier sprake zijn van |
|
34536 |
eene onsplitsbare bekentenis, dan nog door de rechtbank feitelijk, en dus in |
|
34537 |
cassatie onaantastbaar is beslist, dat de bijvoeging bevrijdende kracht miste; |
|
34538 |
met die onder d, omdat de Rechtbank de onderscheiding tusschen kosten, schaden |
|
34539 |
en interessen, die men wèl en die men niet heeft kunnen voorzien, wel niet |
|
34540 |
maakt, maar ook niet behoefde te maken en volstaan kon met de beslissing |
|
34541 |
daarover in haar geheell over te laten aan de te volgen vereffeningsprocedure; |
|
34542 |
O. dat dus ook het vierde middel in zijn geheel is ongegrond; |
|
34543 |
Verwerpt het beroep; |
|
34544 |
Veroordeelt den eischer in de kosten op het beroep gevallen. |
|
34545 |
Actie tegen het bestuur. 01, de algemeene vergadering in 1920 deed de heer |
|
34546 |
Mr. F. J. D. Theijse, naar aanleiding van een voorstel van commissarissen om |
|
34547 |
het salaris van den directeur voor het loopende jaar vast te stellen gelijk als het |
|
34548 |
vorig jaar, een voorstel tot verhooging van het salaris tot f 10.000 voor den tijd |
|
34549 |
van vijf jaar. Na bestrijding door den rechtskundigen adviseur, Mr. Gerritsen, |
|
34550 |
werd dit voorstel met 386 tegen 54 stemmen aangenomen. De heer H. Blok Wybrandi |
|
34551 |
zal, naar gemeld werd van het verhoogde salaris geen gebruik maken. Een voor |
|
34552 |
stel van de H.H. Theyse, H. Th. Bannenberg en H. M. Nanninga tot benoeming |
|
34553 |
van een nieuwen directeur ,waar de laatste directeur op 4 Juni 1915 is benoemd |
|
34554 |
voor den tijd van 5 jaar en diens mandaat dus op 5 Juli 1920 was geeindigd", werd, |
|
34555 |
als zijnde in strijd met de statuten niet in stemming gebracht. In Augustus daarop- |
|
34556 |
volgende werden ten verzoeke van eenige aandeelhouders exploiten uitgebracht aan |
|
34557 |
den heer H. Blok Wybrandi met aanmaning om zich te onthouden van het optreden |
|
34558 |
als directeur der mpij., in verband met gepleegde onregelmatigheden1); aan de com- |
|
34559 |
missarissen, om een waarnemend directeur te benoemen en aan de Koninklijke, om |
|
34560 |
geen betaling te doen aan, noch kwijtingen te accepteeren van den heer Blok |
|
34561 |
Wybrandi, aangezien deze doordien hij het directeurschap niet of niet meer wettig |
|
34562 |
bekleedt, tot het verrichten van zulke handelingen onbevoegd zou zijn. In de alge- |
|
34563 |
meene vergadering van October, waar tegenwoordig waren 279 aandeelen, uitbren- |
|
34564 |
gende 262 stemmen en vertegenwoordigend 1797 aandeelen, uitbrengende 1631 stem- |
|
34565 |
men, kwam in behandeling het voorstel Theyse c.s. behelzende: |
|
34566 |
10. de vergadering haar afkeuring te laten uitspreken over het optreden van |
|
34567 |
den heer J. Bienfait als gedelegeerd commissaris en als waarnemend president, |
|
34568 |
alsmede van de overige commissarissen in verband met het gebeurde op de ver- |
|
34569 |
gadering van 14 Juni 1920; |
|
34570 |
20. Ontslag te verleenen aan den tegenwoordigen directeur, den heer Blok |
|
34571 |
Wybrandi, op grond van het gebeurde in deze vergadering en op grond van het |
|
34572 |
feit dat hij niet voldoende rekening heeft gehouden met de wenschen en de belan- |
|
34573 |
gen van aandeelhouders; |
|
34574 |
30. Een nieuwen directeur te benoemen; |
|
34575 |
40. De voorwaarden vast te stellen waarop de aanstelling van den nieuwen |
|
34576 |
directeur zal geschieden. |
|
34577 |
Na toelichting van dit voorstel door den heer Theyse en breedvoerige discussie, |
|
34578 |
welke we hier niet releveeren, werd het eerste gedeelte van het voorstel-Theyse |
|
34579 |
met 1300 tegen 610 stemmen en het tweede gedeelte met 1206 tegen 604 stemmen ver- |
|
34580 |
worpen. Hierdoor verviel sub. 3 en 4 van het voorstel-Theyse. |
|
34581 |
Bij de rondvraag antwoordde de directeur nog op een desbetreffende vraag dat |
|
34582 |
hij persoonlijk van meening was voor vijf jaar benoemd te zijn, doch na met het |
|
34583 |
bestuur art. 8 der statuten geraadpleegd te hebben, was hij tot de overtuiging |
|
34584 |
gekomen, dat de benoeming voor onbepaalden tijd was geschied. Een voorstel van |
|
34585 |
den heer Van der Deur om de leden der directie en de commissarissen ambtshalve |
|
34586 |
ook leden van de directie en commissarissen van de Zuid-Perlak te doen zijn, werd |
|
34587 |
· ter bestudeering naar het bestuur verwezen, evenals een voorstel-Schas om binnen |
|
34588 |
1) Deze onregelmatigheden bestonden volgens indieners van het voorstel uit het |
|
34589 |
niet in behandeling brengen op de Algem. vergadering van het voorstel tot benoe- |
|
34590 |
ming van een nieuwen directeur, welk voorstel door den president der vergadering |
|
34591 |
en den rechtskundigen adviseur der mpij., den heer Mr. A. W. Gerritzen, in strijd met |
|
34592 |
de statuten werd geacht. |